Frankrijk loopt deze zomer alsnog uit voor een filmisch tweeluik over de generaal en staatsman Charles de Gaulle (1890-1970) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ruim vijf uur film van regisseur Antonin Baudry verkochten tot dusver bijna 5 miljoen bioscoopkaartjes.
Dat is een mirakel, want deel één (in Frankrijk uitgebracht als La bataille De Gaulle: l’age de fer) startte op 3 juni zeer matig met 380.000 verkochte tickets, een echec gezien het voor Frankrijk ongekend hoge budget van 75 miljoen euro. Maar Pathé Cinémas bracht deel twee (La bataille De Gaulle: J’écris ton nom) eind juni uit tijdens het Fête du Cinéma, als de bioscoopkaartjes vier dagen lang 5 euro kosten. En opeens liep het wel en wedijverde De Gaulle met The Odyssey en Spider-Man: Brand New Day. Sociale media en mond-tot-mondreclame hielpen, hittegolven die een bezoek aan zalen met airco aantrekkelijk maakten eveneens. Vermoedelijk is De Gaulle als heldhaftige underdog voor velen ook een ontdekking; hij staat op het netvlies als bejaarde, autoritaire ijzeren hein van de Franse grandeur en de presidentiële Vijfde Republiek.
Het tweeluik is een ouderwets onderhoudend oorlogsepos. In deel één, in Nederland De Gaulle: Résistance geheten, treffen we generaal-majoor De Gaulle in mei 1940 tijdens een koelbloedig bezoek aan het front bij het Noord-Franse Sedan: hij bepleitte moderne, geconcentreerde inzet van tanks, maar vond daarvoor geen gehoor bij de defensieve Franse legertop. Na de Blitzkrieg stapt hij op een vliegtuig naar Londen, waar hij in zijn beroemde BBC-speech van 18 juni 1940 Frankrijk opriep de strijd voort te zetten. Dat bracht hem in conflict met het vanuit het zuiden van Frankrijk collaborerende Vichy-regime en maarschalk Philippe Pétain.
Hij ís Frankrijk
De Gaulle lijkt het dan al te weten: hij ís Frankrijk, heeft een mythische band met de volkswil – zijn naam heeft hij alvast mee. Er schuilt geen greintje buigzaamheid in de lange militair met kaarsrechte rug die later een promotie tot de hoogste rang van het Legion d’Honneur zal weigeren omdat hij „geen zegevierende generaal is”, maar veel meer dat dat. „Frankrijk decoreert men niet.”
De Gaulle mocht zichzelf dan Frankrijk vinden, zaak was zijn land en de rest van de wereld daarvan te overtuigen. Daarover gaat dit tweeluik, en dat maakt hem ook tot zo’n curieuze oorlogsheld. Op het eerste gezicht is dit een licht oubollige, historisch redelijk correcte biopic over een ‘groot man’. De Gaulle’s gezin zie je zelden, vrouwen spelen geen rol van betekenis, op Livia van ‘la résistance’ na, die nog net geen regenjas en alpinopet draagt als in de Britse serie ‘Allo ‘Allo!. Ook moeten we goed weten dat De Gaulle’s zege er één van multicultureel Frankrijk is: juichende Afrikaanse en Arabische soldaten draven vaak op als menselijk decor.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18121346/190826CUL_2035978862_liberte.jpg)
Scène uit het tweede deel: ‘De Gaulle: Liberté’.
Foto Antoine AgoudjianEen nationaal epos dus, waarin Charles de Gaulle een postmoderne strijd voert. Zijn missie is het ‘discours’ naar zijn hand te zetten, want hij is maar een tweesterrengeneraal zonder partij, leger, achterban, status of mandaat. Velen zien hem als een obstinaat operettefiguur en een would be-dictator. Waarom zouden ze hem een plek aan de hoofdtafel gunnen? De Amerikaanse president Roosevelt werkte liever met een louche opportunist als admiraal François Darlan, die heeft tenminste soldaten. Als Darlan in 1942 wordt doodgeschoten, is generaal Henri Giraud de volgende rivaal die De Gaulle van het bord moet spelen: een bonafide Franse held sinds zijn ontsnapping uit nazi-gevangenschap. De Gaulle blijkt een gehaaid machtspoliticus.
Hij wordt puur door de kracht van zijn overtuiging wat hij wil zijn: een selfmade vader des vaderlands – een soort totempaal waar een beweging omheen groeit, de vrije Fransen. In dit drama zijn Hitler en de nazi’s in feite figuranten. De echte strijd is die met het Vichy-regime van maarschalk Pétain, die zijn gewezen protegé als deserteur ter dood veroordeelt. En meer nog met president Roosevelt, die iets veel ergers doet: hem relativeren en kleineren.
https://www.youtube.com/embed/ZeCAm1OIMVoIn trots gekrenkt Frankrijk
De Gaulle corrigeert in de film talloze funeste Amerikaanse opzetjes: direct militair bestuur na D-Day, Parijs links laten liggen. Churchill bemiddelt: de kleine, bolronde Brit met zijn cognac en sigaren vormt een komisch duo met de lange, ascetische De Gaulle. Als puntje bij paaltje komt kies ik voor Washington, waarschuwt hij De Gaulle – helder waarom die als Franse president later het Verenigd Koninkrijk als paard van Troje uit de Europese Gemeenschap weert. Maar Churchill is wel een francofiel die begrijpt dat het in zijn trots gekrenkte Frankrijk diens grandioze zelfbeeld nodig heeft. Het land is uit op eerherstel en wil De Gaulle’s fictie geloven dat Frankrijk zichzelf bevrijdt – fictie die ook dit tweeluik soms uitdraagt.
Met Churchills halfslachtige hulp zien we de ‘vrije Fransen’ uitgroeien tot een machtsfactor die zich eerst nuttig en dan onmisbaar maakt. De Gaulle’s mannen nemen Afrikaanse kolonies over en maken furore in glorieuze schermutselingen onder leiding van Philippe Leclerc in de Libische woestijn. Als ook het verenigde Franse verzet in mei 1943 De Gaulle dankzij machinaties van verzetsstrijder Jean Moulin als enige leider erkent, is een formidabele hindermacht geboren. De Gaulle gebruikt zijn groeiende invloed in het geallieerde kamp om dwars te liggen tot dat echt niet langer kan – en voor dat moment heeft hij een goede neus. De geallieerden geven doorgaans zuchtend toe.
Veldslagen in de woestijn worden met schwung geënsceneerd, al lijkt in de finale het budget op: D-Day en de strijd om Parijs beperkt zich tot 3D-animatie en archiefmateriaal
Het maakt Charles de Gaulle tot een effectief anker voor dit tweeluik dat zich ontrolt op talloze fronten en zijtonelen zonder rommelig te worden. Veldslagen in de woestijn worden met schwung geënsceneerd, al lijkt in de finale het budget op: D-Day en de strijd om Parijs beperkt zich tot 3D-animatie en archiefmateriaal.
De Gaulle oogt soms nerveus of radeloos of ongemakkelijk, maar breken doet hij nooit en acteur Simon Abkarian krijgt geen emotionele catharsis of moment van zelfonthulling. Maar goed ook: De Gaulle is effectief omdat hij een sfinx is: een onbewogen beweger, gesloten en mysterieus. Geloofde hij zijn eigen legende, achtte hij zichzelf door God voorbestemd? Dat moet haast wel: zo halsstarrig en trots zijn op basis van zo weinig vereist een zelfbeeld vergelijkbaar met Jeanne d’Arc. En dat had De Gaulle vermoedelijk ook.
https://www.youtube.com/embed/J6MRNchmZkY

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19110453/190826VER_2036042930_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19105352/190826BUI_2036013215_arday1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19112448/190826CUL_2036043043_Zap.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14092934/170826OPI_2035933738_Economist_AI-Agents.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14140748/160826BIN_2035764251_voorzorgHP.jpg)


English (US) ·