Concurrentie voor de hamburger: de plantaardige burger is goedkoper

1 uur geleden 1

Plantaardige producten zijn vaker voordeliger dan de goedkoopste vlees- en zuivelproducten. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van ProVeg Nederland, waarvoor bij negen Nederlandse supermarkten de prijzen van plantaardige en dierlijke producten zijn vergeleken. Iets meer dan de helft van de plantaardige alternatieven, zoals vleesvervangers, blijkt inmiddels goedkoper. Deze conclusie geldt ook als vlees in grote voordeelverpakkingen wordt aangeboden.

Het onderzoek vergelijkt een ‘mandje’ met gehakt, burgers, boter, melk, yoghurt en kaas op dierlijke basis met een vergelijkbaar pakket van plantaardige varianten. De combinatie van deze zes producten is bij alle onderzochte supermarkten goedkoper: gemiddeld 18 procent, tot maximaal 30 procent bij supermarktketen Plus.

Vooral plantaardige varianten van vlees, kaas en boter zijn voordeliger, aldus ProVeg, een internationale organisatie die plantaardige voeding en alternatieve eiwitten toegankelijker en aantrekkelijker wil maken. Zo zijn plantaardige burgers gemiddeld 31 procent goedkoper dan dierlijke en kosten plantaardige kipstukjes en gehakt 29 respectievelijk 21 procent minder dan de dierlijke tegenhangers.

Afzet onvoldoende, prijs hoog

Plantaardige imitaties van zuivelproducten als yoghurt en kwark hebben dat prijsvoordeel niet. De goedkoopste plantaardige yoghurt is gemiddeld twee keer zo duur als de goedkoopste zuivelyoghurt. Volgens Martine van Haperen, expert food-industry bij ProVeg Nederland, die het onderzoek uitvoerde, is de kleine afzet de reden. „Als plantaardige alternatieven weinig worden gekocht, blijven verkoopvolumes laag en wordt het voor supermarkten lastiger een scherpe prijs aan te bieden.”

Plus, Dirk en Lidl zijn de supermarkten met de grootste relatieve besparing op basisproducten, ontdekte Van Haperen. „Zo hanteert Lidl het uitgangspunt dat plantaardige vlees- en zuivelvarianten minstens zo betaalbaar moeten zijn als de dierlijke variant in een vergelijkbaar verpakkingsformaat.”

Concurrerende prijzen kunnen consumenten overhalen om voor plantaardig te kiezen. „Het idee dat plantaardige producten duur zijn, houdt veel mensen tegen om gezonder en duurzamer te eten”, aldus Van Haperen. „Door plantaardige alternatieven iets voordeliger te prijzen dan de dierlijke variant, wordt de duurzame keuze ook de voordeligste. We zien dat steeds meer supermarkten daar bewust op inzetten.”

Die inzet noemt ze „een belangrijke stap” voor het streven van een groot deel van de Nederlandse supermarktsector om in 2030 60 procent plantaardige eiwitten tegenover 40 procent dierlijke te verkopen. Daarmee is de branche ambitieuzer dan de Nederlandse overheid, die inzet op fiftyfifty. Van Haperen: „Hoe toegankelijker en betaalbaarder plantaardige producten zijn, hoe makkelijker consumenten er daadwerkelijk voor kiezen.”

Ambitieuzer dan de overheid

Met hun ambities en de transparantie over hun verkopen lopen Nederlandse supermarkten voorop in de overgang van dierlijk naar plantaardig eten, schrijven onderzoekers van de Protein Tracker (Eiweet in het Nederlands), een initiatief van het internationale deel van ProVeg en de Green Protein Alliance. „Nederland is het enige land in de wereld waarin de supermarketsector plantaardige doelen heeft geformuleerd en daar jaarlijks over rapporteert.”

De houding van de consument ten opzichte van deze doelen is niet eenduidig. Nederlandse consumenten staan er zeker voor open meer te variëren in hun eetgewoontes, schreef The Good Food Institute, een internationale denktank die zich inzet voor plantaardig voedsel, in juni. Maar uit de Eiwitmonitor 2025, een rapport dat de Universiteit Wageningen maakte in opdracht van het ministerie van Landbouw, blijkt dat de opmars van plantaardige eiwitten in het Nederlandse voedingspatroon de afgelopen twee jaar is blijven steken op 39 procent.

Volgens dat rapport is het aanbod dat supermarkten online tonen ook „sterk dierlijk georiënteerd”: „Slechts 35 procent van de eiwitrijke producten is plantaardig, en ook de marketingaandacht gaat grotendeels naar dierlijke eiwitrijke producten.” Wel zien de Wageningse onderzoekers signalen die erop wijzen dat bij consumenten „de acceptatie van dierlijke eiwitproducten voorzichtig daalt terwijl de acceptatie van plantaardige alternatieven toeneemt”.

Smaakverbeteringen nodig

De gemengde, soms gereserveerde houding van consumenten tegenover plantaardige varianten heeft ook te maken met een andere cruciale factor van eten: de smaak. Onderzoek van het agentschap voor voedselveiligheid van de EU laat zien dat Europese consumenten zich bij hun dagelijkse menukeuzes primair laten leiden door smaak en prijs.

The Good Food Institute concludeert: „De prijs zegt niet alles. Dat laten de productgroepen zien waarin de afgelopen jaren het meest is geïnnoveerd op smaak en textuur – vleesvervangers en plantaardige melk: die hebben met afstand de grootste omzet.”

Het instituut wijst daarnaast op smaakproeven in de Verenigde Staten, waarbij „consumenten in 2025 slechts 20 van de 122 vleesvervangers beoordeelden als ‘gelijk of beter’ dan hun dierlijke tegenhangers”. Aanzienlijke smaakverbeteringen zijn „nodig om de doorsnee consument over de streep te trekken”.

Lees ook

Het lukt supermarkten maar niet om naar meer plantaardig eiwit op te schuiven

Een medewerker vult producten aan in een filiaal van supermarkt Albert Heijn.
Lees het hele artikel