Eindelijk heeft Indonesië de diamant van Banjarmasin teruggevraagd aan Nederland – maar naar wie gaat hij?

1 uur geleden 1

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

De diamant van Banjarmasin werd in 1859 door het Nederlandse koloniale bewind gestolen van de sultan van Banjarmasin

Foto's Rijksmuseum

Indonesië heeft de ‘diamant van Banjarmasin’ officieel teruggevraagd aan Nederland. Dat heeft de minister van Cultuur Fadli Zon tegenover NRC bevestigd, evenals een lid van de Indonesische Repatriasi Commissie. Het verzoek is al eind 2025 gedaan.

De diamant is in 1859 door het Nederlandse koloniale bewind gestolen van de sultan van Banjarmasin en ligt momenteel in het Rijksmuseum. Het is waarschijnlijk dat de diamant wordt teruggegeven. Na onderzoek in opdracht van de Nederlandse Commissie Koloniale Collecties is in 2022 onomstotelijk vastgesteld dat de edelsteen is geroofd. Het object staat op een lijst van gestolen koloniaal erfgoed dat in aanmerking komt voor teruggave.

Nederland geeft dit soort roofgoed in beginsel alleen terug aan staten, maar in Indonesië volgt waarschijnlijk getouwtrek om het eigenaarschap. De regering wil de diamant opnemen in haar nationale collectie als teken van herstel van koloniaal onrecht. Maar nazaten van de sultan willen de diamant in hun paleis zien. Zij zien de claim van de staat als een nieuwe onrechtvaardigheid die hen wordt aangedaan.

Afstammelingen van sultan Adam Al-Watsiq Billah (1771-1857) eisten al in 2020 de teruggave van de diamant aan het sultanaat op het Indonesische eiland Borneo. Nazaat Khairul Saleh riep het Rijksmuseum op om de diamant „niet terug te geven aan de Indonesische staat, maar aan de rechtmatige eigenaar, het sultanaat van Banjarmasin.” De politicus – hij was jarenlang de regent van Banjar en zit nu in het nationale parlement – riep zichzelf in 2010 uit tot sultan van Banjarmasin.

Als de staat zich de diamant toe-eigent en eisen van familieleden negeert, dan heb je dezelfde houding als een koloniale heerser

In Indonesië hebben sultanaten en prinsdommen sinds de onafhankelijkheid geen officiële macht. Maar de families zijn er nog wel. Nalatenschappen, en dus ook erfgoedclaims, kunnen ingewikkeld zijn. Sultans, ook in Banjarmasin, hadden vaak meerdere echtgenotes. Om ruzie met de verschillende takken van de dynastie te voorkomen, adviseerde de Indonesische repatriatiecommissie destijds om de diamant voorlopig niet terug te vragen.

„We wilden niet nog een doos van Pandora openen,” vertelt Bonnie Triyana, historicus en voormalig lid van de commissie in Jakarta. Hij refereert aan het conflict rond de teruggave van de kris van de vorst van het Balinese Klungkung in 2023. Het wapen was na een bloedige strijd geroofd door het koloniale leger. „De vorst wil de kris terug in zijn eigen paleis omdat die een belangrijke rol had gespeeld in de geschiedenis.” En niet in het Nationaal Museum in Jakarta waar het nu is. Triyana betreurt nu dat het teruggaveproces buiten de nazaten van Klungkung om ging.

De ervaring leidde tot nieuwe inzichten en de commissie wilde voorkomen dat de restitutie van de diamant van Banjarmasin tot een soortgelijk conflict zou leiden. „Het ging ons bovendien niet per se om de diamant zelf. Wij vonden het het belangrijkst om de geschiedenis van het sieraad boven water te halen. We adviseerden om eerst met de familie te praten, samen een oplossing te zoeken, voordat Indonesië een restitutieaanvraag zou doen. Zolang er geen procedure is om met lokale claims om te gaan, kan een terugkeer conflicten opleveren.”

En dat botst met de oorspronkelijke bedoeling van het restitutieproces, legt Triyana uit. „Namelijk historisch onrecht onderzoeken en aan de kaak stellen. En niet creëren van nieuw onrecht. Als de staat zich de diamant toe-eigent, eisen van familieleden negeert en geen compromis zoekt, dan heeft die dezelfde houding als een koloniale heerser.”

Maar de huidige commissie heeft dit advies niet overgenomen. Na het aantreden van president Prabowo Subianto in 2024 werden de leden van de Indonesische restitutiecommissie vervangen. Commissielid Ismunandar, die zoals veel Indonesiërs één naam heeft, bevestigt dat de diamant door de nieuwe commissie is teruggevraagd. „Als er claims zijn van nazaten, dan kunnen we kijken of er een bruikleen mogelijk is,” vertelt Ismunandar, die aan het Technisch Instituut van Bandung scheikunde doceert. Teruggave aan nazaten is volgens hem niet aan de orde.

Teruggave aan nazaten is volgens de Indonesische restitutiecommisie niet aan de orde

In een schriftelijke reactie aan NRC benadrukt de Indonesische minister van Cultuur, Fadli Zon, aangesteld door president Prabowo, vooral het nationaal belang van de restitutie van de diamant. „De terugkeer van de diamant staat voor Indonesië voor historische rechtvaardigheid, afleggen van koloniale verantwoording en het recht van Indonesië om zijn erfgoed te claimen. Want het doel van Indonesië is het herstel van zijn geschiedenis, zijn waardigheid, culturele identiteit en collectieve herinnering.”

In het document onderstreept Zon het Indonesische recht op restitutie omdat de sultan de diamant moest afgeven in een ongelijkwaardige situatie. „De Indonesische staat is de officiële partner in het internationale restitutieproces.” De minister schrijft dat nazaten en culturele gemeenschappen die zijn verbonden aan gestolen erfgoed niet zullen worden genegeerd, maar onderstreept dat de staat het proces leidt.

Kritiek op weergave geschiedenis

Het beleid van cultuurminister Fadli Zon ligt geregeld onder vuur. Vorig jaar kwam hij in opspraak omdat onder zijn leiding wordt gewerkt aan een nieuwe geschiedenisboekenreeks, die Indonesië moet neerzetten als trotse natie met een glorieus verleden. Volgens critici wordt in de reeks een loopje genomen met historische feiten en worden bijvoorbeeld de mensenrechtenschendingen tijdens het regime van het Soeharto, witgewassen. Zon negeerde de kritiek en riep de oud-dictator later dat jaar uit tot nationale held.

Ook vinden critici het niet kies dat een minister zich mengt in sultanszaken. Voorafgaand aan het verzoek tot teruggave van de diamant heeft Zon zelf een sultan van Banjarmasin benoemd, Cevi Yusu Isnendar. Dat hij, net als de andere, zelfbenoemde, sultan een afstammeling van Adam Al-Watsiq Billah is, staat overigens niet ter discussie.

Cevi Yusuf Isnendar ontving zijn ceremoniële titel op 6 mei 2025 in een presentatie vol plechtigheden. Volgens een lokale journalist legde de prins een eed af waarin hij loyaliteit aan de staat zwoer. Ook beloofde hij – als beschermer van de culturen van het eilandenrijk Nusantara [de Indonesische archipel] – respect en gehoorzaamheid te betrachten aan de minister van Cultuur. De kroning viel bij het sultanaat in Banjarmasin niet in goede aarde. Een woordvoerder van de sultan, de zelfgekroonde Khairul Saleh dus, stuurde een bezwaarschrift, medeondertekend door dertien lokale aristocraten.

In Banjarmasin was de troonopvolging altijd al een stekelige kwestie. Het koloniale gezag speelde prinsen tegen elkaar uit. Omdat de sultans diamant- en steenkoolmijnen bezaten, deed de VOC er graag zaken en dwong, vaak met geweld, winstgevende handel af. In 1852 streden verschillende troonopvolgers van sultan Adam om de macht. De VOC, die in de achttiende eeuw al het gezag over het gebied had opgeëist, greep in en wees prins Tamdjidillah, die zich het minst verzette tegen de Nederlandse overheersing, aan als opvolger.

Andere leden van de familie gingen tegen dat besluit in verzet. Er volgde een gewelddadige periode van gevechten tussen de prinsen, gevolgd door volksopstanden tegen de koloniale overheid. Het koloniale leger sloeg het verzet hard neer en lijfde in 1859 het gebied in. De collaborerende prins Tamdjidillah werd afgezet. Zijn regalia, koninklijke sieraden, waaronder de diamant van zijn vader sultan Adam, moest hij afgeven.

Diamant geslepen

In Nederland besloot de minister van de Koloniën, na een paar jaar gesteggel over de bestemming van de diamant, om het kleinood te slijpen om daarna te verkopen. De waarde werd toen geschat op 300.000 gulden. Een betere lichtweerkaatsing zou de waarde van de diamant verhogen. Maar het resultaat viel tegen. „De slijper moest toegeven dat de diamant minder helder was uitgevallen dan hij had verwacht. De steen was zelfs een beetje geel geworden, waardoor de diamant in waarde was gedaald,” schrijft onderzoeker Klaas Stutje in het herkomstonderzoek. Nadat een derde verkooppoging mislukte, werd de diamant in 1902 naar het Rijksmuseum gebracht.

De nieuw gekroonde sultan Cevi Yusuf Isnendar was niet bereikbaar voor commentaar. Ook sultan Khairul Saleh reageerde niet op vragen. De Nederlandse Commissie Koloniale Collecties liet NRC weten dat ze niet kan reageren op aanvragen die in behandeling zijn.

Lees het hele artikel