Coronacommissie verhoort directeur vaccinatieprogramma en topambtenaar VWS

2 uren geleden 1

Wie moesten als eersten worden gevaccineerd tegen corona? En waar? De zesde verhoorweek van de parlementaire enquêtecommissie Corona staat in het teken van ,,vaccinaties en het coronatoegangsbewijs”. Maandag om 10 uur wordt Jaap van Delden hierover bevraagd. Hij was bij het RIVM verantwoordelijk voor het opzetten van het vaccinatieprogramma. Om 14 uur volgt het verhoor van topambtenaar Marjolijn Sonnema, directeur-generaal Volksgezondheid op het ministerie van Volksgezondheid.

Later deze week worden onder meer opiniepeiler en coronacriticus Maurice de Hond, oud-staatssecretaris Mona Keijzer en en oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge verhoord. Het is de laatste verhoorweek voor de zomerstop.

Programmadirecteur vaccinatie COVID-19 bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)10.00: Jaap van Delden

Jaap van Delden had zeven maanden lang de leiding over het Nederlandse coronavaccinatieprogramma. Toen hij begon, in november 2020, waren coronavaccins ver gevorderd, maar nog niet beschikbaar. De vraag was welk vaccin als eerste op de markt zou komen.

Een maand later lag Jaap van Delden al onder vuur.

Eind december 2020 werd in bijna alle andere Europese landen gevaccineerd, terwijl in Nederland de eerste prik pas in het nieuwe jaar werd gezet. Op 6 januari begon Nederland met vaccineren.

Wat was er gebeurd?

Het plan was om voor de vaccinatiecampagne gebruik te maken van „bestaande structuren” en „voor de doelgroepen vertrouwde locaties”. Naar het voorbeeld van de griepprik. Maar het Pfizer-vaccin, dat in december 2020 als eerste werd goedgekeurd, bleek ongeschikt om op kleinschalige locaties toe te dienen. Op het laatste moment moesten er alsnog grote vaccinatielocaties uit de grond worden gestampt. In een interview met de Volkskrant zei Van Delden dat Nederland „in een relatief korte tijd” een „draai moest maken”. Hij zei ook: „Wij waren ook liever vroeger gestart. Maar het belang daarvan wordt nu een beetje overschat.”

In NRC zei hij in januari 2021 dat de campagne voorspoedig verloopt. „We zijn in Nederland voorzichtig gestart.”

Die achterstand op andere Europese landen bleek niet zomaar ingehaald. Eind januari bungelde Nederland in de ranglijst van de Europese vaccinatiecampagne nog op de één na laatste plek. Alleen Bulgarije presteerde slechter.

Na ongeveer vijf maanden als programmadirecteur haalde Van Delden zich ook de woede van huisartsen op de hals. In het AD sprak hij over het AstraZenaca-vaccin, dat door verhalen over bijwerkingen minder populair werd. Volgens Van Delden zou het vaccin snel niet meer nodig zijn. „Als ik 66 zou zijn en de huisarts zou me bellen, zou ik me ook afvragen: vandaag AstraZeneca, of over twee of drie weken Pfizer?”, zei hij. Huisartsen vreesden dat Van Deldens uitspraken zouden leiden tot een nog lagere vaccinatie-opkomst.

In mei 2021 werd bekend dat Van Delden stopte. Net toen het vaccinatieprogramma op stoom begon te komen, schreef NRC toen. Een woordvoerder van het RIVM stelde in NRC dat Van Delden „een loodzware baan” had, die „een wissel getrokken heeft op zijn gezondheid en gezin”.

Van Delden is sinds februari dit jaar waarnemend lid van de korpsleiding bij de politie.

Directeur-generaal Volksgezondheid op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)14.00: Marjolijn Sonnema

Marjolijn Sonnema werd in juli 2020, middenin de coronacrisis, directeur-generaal Volksgezondheid bij het ministerie van Volksgezondheid. Weinig mensen zullen haar gezicht kennen, ze treedt nauwelijks naar buiten. In een podcast in het digitale personeelsmagazine van het ministerie van Volksgezondheid, vsw#Dia, vertelde ze dat ze tot coronatijd op Twitter zat, maar daarmee ook is gestopt. „Niet alleen vanwege de werkdruk maar ook vanwege de lelijkheid van alles.”

Marjolijn Sonnema

Foto Bart Maat/ANP

Sonnema studeerde Ruimtelijke Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit Utrecht. Ze heeft een lange carrière binnen de overheid. Voor ze topambtenaar werd bij VWS, werkte ze als directeur-generaal Argo bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

In de podcast vws#Dia werd haar gevraagd of ze ”’m knijpt” voor de parlementaire enquête. „Het is niet iets waar ik naar uitkijk”, zei ze. „Het lijkt me buitengewoon pittig om verhoord te worden.” Ze zag ook op tegen de enorme voorbereiding, zei ze. Voor zichzelf, en voor anderen. „Terwijl ik denk: we hebben zoveel belangrijke maatschappelijke opgaven voor ons liggen. Hoe mooi zou het zijn als die mensen daar hun energie in steken?”

Liveblog Parlementaire enquête corona

Commissie verhoort ‘handhavingsminister’ Ferd Grapperhaus en Jaap van Dissel

De parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.
Lees het hele artikel