De eerste nacht voor de asielzoekers in Loosdrecht wordt getekend door aangestichte brand naast de opvanglocatie. ‘Ik sta er morgen weer. De rest van het dorp ook’

2 dagen geleden 4

De laatste plukjes mensen die rond de ingang van de opvanglocatie in het deels leegstaande gemeentehuis in Loosdrecht hangen, worden dinsdagavond iets voor half 11 door de politie gesommeerd de omgeving te verlaten. Eerder op de avond is daar bij een demonstratie tegen de net aangekomen asielzoekers brand uitgebroken.

Vuurwerkfakkels werden in de droge begroeiing naast het gebouw gegooid. Burgemeester Mark Verheijen gaf daarop een noodbevel uit wegens „ernstige ordeverstoringen”. Het gebied is tot in elk geval woensdagochtend verboden terrein.

Omwonende Bart loopt nog wél door de straat. Hij laat hond Jax uit. „Ja, ik was er vanavond, net als alle andere weken”, zegt Bart, die niet met zijn achternaam in de krant wil. „Al drie weken wordt er vreedzaam gedemonstreerd. Niet met honderd man, zoals ik dan lees, maar soms met ruim duizend.”

Helemaal vreedzaam was het niet. De Mobiele Eenheid is de afgelopen drie weken meermaals in Loosdrecht actief geweest, net als dinsdagavond. PRO-leider Jesse Klaver noemt in een reactie de rellen „het gevolg van ophitsen door extreemrechtse groeperingen”. Zo riep Defend Netherlands al twee keer op te komen demonstreren. Maar Bart ziet het anders. „Ik woon en werk in het dorp. Ik ken de mensen, die zijn van hier. Die maken zich zorgen en voelen zich niet gehoord door de burgemeester.”

Terwijl Bart praat komen twee jonge handhavers aanlopen. De handhaver en Bart bespreken kort de voorbije uren. „Die mannen”, zegt Bart over de asielzoekers, „maakten dit gebaar naar de demonstranten”. Hij haalt een hand van de riem en haalt die langs zijn keel. „Natuurlijk worden de mensen dan gek.” De handhaver knikt. „Dat moeten ze ook niet doen.”

Overblijfselen van de demonstratie

De politiebusjes rijden af en aan, ook nu er nauwelijks meer iemand op straat is. Er is één arrestatie gepleegd, voor brandstichting. Op straat liggen overblijfselen van de demonstratie. Aan het hek van het gemeentehuis hangen borden. „Loosdrecht is van ons, voor altijd. Wij beschermen met trots & volle strijd”, staat er. Ook zijn er witte trosanjers aan de spijlen vastgemaakt, opgehangen tijdens een ‘vrouwenmars’.

Tijdens die marsen, een relatief nieuw fenomeen, betogen vrouwen vreedzaam en met bloemen tegen de komst van asielzoekers. „Maar de gedachte dat vrouwen veel te vrezen hebben van migranten is natuurlijk niet onbekend”, zei mediawetenschapper Iris Beau Segers daarover tegen De Volkskrant. „Die wordt al meer dan 25 jaar verspreid door uiterst rechtse politici.” Ook FVD-leider Lidewij de Vos was bij een van de vrouwenmarsen in Loosdrecht aanwezig.

Het begint te regenen als een agent vraagt of ook Bart de straat wil verlaten. „Loop maar mee”, zegt hij. Aan de eettafel, onder een portret van zijn drie jonge kinderen, vertelt hij waar de boosheid vandaan komt. Hij weet nog goed hoe het voelde, toen een paar weken geleden op vrijdag opeens een brief van de gemeente op de mat lag, met daarin de boodschap dat 110 alleenstaande mannen in het deels leegstaande gemeentehuis opgevangen zouden worden.

Die brief ging niet naar alle 9.000 inwoners van het dorp. ”Toen brak de paniek uit. Dan komt het echt heel dichtbij.” Bart ging naar de inloopavond. „Ik vroeg aan de burgemeester: wie beschermt mij en wie me lief is?” Volgens Bart kwam daar geen antwoord op. De burgemeester moest door, eerst naar de veiligheidsdriehoek en daarna door naar Nieuwsuur.

Demonstranten lopen tijdens een protestmars richting het huidige gemeentehuis, waar 70 asielzoekers tijdelijk worden opgevangen.

Foto Remko de Waal / ANP

‘Niet ondenkbaar dat de brandweer zelf ook demonstreerde’

Op de achtergrond staat de televisie aan: Beau van Erven-Dorens. Eerder op de avond had hij het over zijn „dorpie”, zegt Bart. „Dan gaat het over Geert Wilders dit, Geert Wilders dat. Maar daar gáát het niet om, we zijn geen racisten. Dat is framing.” Ik stem ook niet op hem, zegt hij. „We zijn niet boos omdat er vluchtelingen komen, maar omdat het zoveel alleenstaande mannen zijn. Nu voelen we ons in het nauw gedreven, het lontje is kort geworden.”

Op zijn telefoon laat Bart filmpjes van de avond zien, gedeeld in de groepsapp ‘Sta op voor Loosdrecht’. Op de beelden is te zien hoe de straat verandert in een rode zee door fakkels, bekend uit voetbalstadions. Een van die fakkels kwam op het dak terecht, een ander in de bosjes. De vlammen raken net het gebouw niet.

Minister David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) noemt het „onaanvaardbaar” dat de brandweer in eerste instantie werd tegengehouden door te menigte. „Nou”, zegt Bart: „Ik kan je vertellen, de brandweer hier is vrijwillig. Het is niet ondenkbaar dat een deel van de mannen in de wagen zelf ook heeft gedemonstreerd.” Daarbij: de straat, die stond helemaal vol. „Dus wat is niet doorgelaten? Ja, er werd geen ruimte gemaakt, dat klopt.”

Premier Rob Jetten noemt het geweld vanaf Aruba, waar hij op bezoek is, onacceptabel. „Hier is niets van te begrijpen”, zegt hij tegen het ANP. Ook betuigt hij steun aan de „geschrokken asielzoekers”. Uiteindelijk zijn het er 70, niet 110, die dinsdag zijn aangekomen. Bestuursvoorzitter Frank Candel, van VluchtelingenWerk, laat aan ANP weten dat de angst voor vluchtelingen door dit soort demonstraties groeit, terwijl de samenleving „langzamerhand meer vrees krijgen voor demonstraten die het ergste geweld niet schuwen”. Díé angst, die is reëel, zegt hij.

De straat is leeg, het is stil. Tot een langsrijdende auto lang en hard toetert als hij het gemeentehuis passeert. Zolang het moet zal Loosdrecht in verzet zijn, denkt Bart, tot het plan teruggaat naar de tekentafel. „Ik sta er morgen weer. De rest van het dorp ook.”

Lees het hele artikel