Huub Stapel over man-vrouw stereotypen: ‘Iedereen herkent zich nog steeds in Mars en Venus’

1 uur geleden 1

Meermaals probeert Huub Stapel (Tegelen, 1954) zijn publiek gerust te stellen. „Het gaat niet om mannen versus vrouwen”, zegt hij in zijn theatercollege Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus: een onvermijdelijk gevolg. „Ik ken ook vrouwen van Mars en mannen van Venus.”

Maar even later volgen alsnog de bekende wetten over „hoe mannen werken” en „hoe vrouwen zijn”. Vrouwen leven relationeel, multitasken moeiteloos en onthouden alles, zegt Stapel. Hun hoofd is „een kosmisch web”. Terwijl het pastawater kookt, ruimen ze tegelijkertijd op en bellen ze hun moeder. Mannen hebben „dossiers” in hun hoofd en kunnen maar één taak tegelijkertijd uitvoeren. Daarom blijft de stofzuiger beneden staan en liggen spullen dagenlang op de trap.

De voorstelling is gebaseerd op het beroemde zelfhulpboek van relatietherapeut John Gray, waarvan in Nederland honderdduizenden exemplaren werden verkocht. Stapel speelde eerder een versie van de voorstelling in 2009. De Waalse acteur Paul Dewandre bracht het boek voor het eerst naar het toneel en speelde in verschillende steden in Europa. De uitvoering van Stapel is gebaseerd op zijn script, maar Stapel maakte het wel persoonlijker, omdat hij vond dat Dewandre te veel de rol van een psychiater aannam, „met een witte jas en zo”. Nadat Stapel in Parijs een nieuwe uitvoering van Dewandre’s voorstelling zag, besloot hij opnieuw terug te keren naar het toneel. „Ik zag weer jonge mensen met zo’n smile naar buiten lopen. Het doet nog steeds veel met mensen.”

Wel vond hij sommige onderdelen van de Parijse versie gedateerd, vertelt hij in zijn stamkroeg, Café Gruter in Amsterdam-Zuid. „Daarom heb ik er twee jonge mensen bijgehaald, om mee te kijken. En ik heb expres een jonge regisseur erbij gevraagd, Corien van der Zwaag. Ik ben 71, dus ik heb tegengas nodig.”

Huub Stapel: „Ik ben 71, dus ik heb tegengas nodig.”

foto’s Frank ruiter

„Er zat een scène in over de emoties van vrouwen, omdat vrouwen meer stemmingswisselingen zouden hebben dan mannen. Dat is natuurlijk zo, omdat ze bijvoorbeeld menstrueren of de menopauze doormaken. Nou ja, dat moet ik terugnemen. Ik weet niet of het daardoor komt. Maar het is wel zo.”

De huidige wereldleiders, denk aan Donald Trump, geven mij niet het idee dat vrouwen veel emotioneler zijn dan mannen.

„Trump vindt van alles iets. Hij heeft overal verstand van: de beurs, kinderen, vrouwen. Dan ben je volgens mij bij narcisme aanbeland. Dat is anders. Ik ben een stabiele man. Maar we hebben die scène over de emoties van vrouwen geschrapt en vervangen door een scène over communicatieverschillen tussen mannen en vrouwen: mijn vrouw weet na een avond stappen een precieze analyse te geven van de gesprekken die zijn gevoerd. Ik weet na een avond met vrienden vaak alleen nog dat we gelachen hebben.”

U zegt aan het begin van de voorstelling dat er ook vrouwen van Mars zijn en mannen van Venus. Voelt u dat deze ideeën vandaag de dag politiek gevoeliger liggen dan vijftien jaar geleden?

„Nee. Iedereen herkent ze nog steeds. Ik zie vanaf het toneel hoe mensen elkaar de hele avond aanstoten. ‘Zie je nou wel? Dit doe jij ook!’ Laatst kwamen twee vrouwen na afloop naar me toe, allebei gescheiden. Die zeiden: alles klopt. Clichés zijn clichés, omdat ze heel vaak waar zijn.”

U gebruikt in de voorstelling soms biologische verklaringen. De man zou de yoghurt niet kunnen vinden in de koelkast, ook al staat die recht voor zijn neus. Daar heeft hij zijn vrouw voor nodig.

„Dat wordt volgens mij evolutionair verklaard. Mannen keken vroeger ver weg, naar de jacht. Vrouwen meer dichtbij. Daarom zie ik soms echt iets niet staan in de koelkast, terwijl mijn vrouw het meteen vindt. En de zaal herkent dat.

Over die theorie bestaat geen wetenschappelijke consensus.

„Vrouwen zitten anders in elkaar dan mannen. Mannen ruimen de stofzuiger niet op, omdat ze geen twee dingen tegelijk kunnen doen. Vrouwen kunnen multitasken: hun brein is een soort kosmisch web, waarin alles met elkaar verbonden is.

Tegelijk kun je ook zeggen dat veel gedrag juist aangeleerd is. Dat mannen te weinig geleerd hebben om ook onderdeel uit te maken van het huishouden.

„Natuurlijk. Bij ons thuis moest iedereen stofzuigen en afwassen. Dat heeft niks met mannelijk of vrouwelijk te maken. Ik haal tijdens de voorstelling ook citaat uit het boek Kapitalisme is seksisme van Doortje Smithuijsen aan over mannen die zeggen: ‘Zo werkt mijn brein nou eenmaal’, terwijl de vrouw alles doet. Dan denk ik: ga aan de gang, pummel.”

Als u direct na het voorlezen van de column zegt dat „het mannelijk brein” gewoon niet kan multitasken, versterk je dan die oude normen niet juist?

„Nee. Mensen begrijpen wel dat ik die mannen juist bekritiseer.”

Huub Stapel

Frank Ruiter

U zegt ook: mannen kunnen niet over hun problemen praten. Ze zoeken een oplossing en vertellen het dan pas.

„Veel mannen praten niet over hun problemen, nee. Zelf ben ik emotioneler geworden, nu ik ouder ben. Ik heb thuis nooit geleerd dat mannen niet mogen huilen. Maar ik zie vaak dat mannen zich afsluiten, terwijl vrouwen juist willen praten. Dat probeer ik in de voorstelling te laten zien.”

De taalkundige Deborah Cameron schreef dat Mars-en-Venusdenken aantrekkelijk is omdat het relationele problemen heel eenvoudig verklaart: niet de persoon is het probleem, maar de natuur. Was u ook op zoek naar die geruststelling toen u het boek las?

„Dat boek voelde voor mij ooit als een openbaring. Alsof ik eindelijk begreep hoe relaties werkten. Maar hoewel ik de boodschap destijds vol overtuiging predikte, kon dat niet voorkomen dat ik uiteindelijk ben gescheiden. Dat zag ik toen niet aankomen.”

Had uw scheiding met Mars- en Venus-verschillen te maken?

„Nee, totaal niet. Uiteindelijk gaat het erom dat één van de twee zich niet gezien voelt. Het moet meer zijn: ik luister naar jou en begrijp wat je zegt. Moeilijker is het niet.”

Lees het hele artikel