Let op deze mensen uit India. Ze gaan invloed uitoefenen op de Nederlandse economie – of doen dat al

1 uur geleden 1

Wie gevraagd wordt naar Indiase bedrijven in Nederland, kan meestal alleen Tata Steel (Hoogovens) in IJmuiden bedenken. Mogelijk verandert dat de komende jaren. Dit weekend is de Indiase premier Narendra Modi in Nederland. Daar wordt hij ontvangen door koning Willem-Alexander, koningin Máxima en premier Rob Jetten. Bij deze gelegenheid sluiten beide landen een brede overeenkomst (‘strategisch partnerschap’) die de bestaande technologische en economische samenwerking intensiveert. Dat vergroot de kansen voor Indiase en Nederlandse bedrijven.

De precieze inhoud daarvan wordt pas deze zaterdag bekend, maar er kwam al iets naar buiten. Zo zullen beide landen meer samenwerken op het gebied van de productie van chips en halfgeleiders. Bedrijven als ASML in Veldhoven, maar ook Tata Electronics in Bangalore spelen hierin een belangrijke rol. Dat laatste is een dochter van hetzelfde conglomeraat waarin Tata Steel in IJmuiden zit. Andere ambitie: voor de verduurzaming van de energievoorziening willen beide landen onderzoek naar groene waterstof intensiveren.

Nederland is met het akkoord op zoek naar ‘nieuwe vrienden’ in een steeds onveiliger wereld. Hetzelfde gold voor de EU, die in februari een omvangrijk handelsakkoord sloot met New Delhi. Verder wil Nederland – meer nog dan tot nu toe – aanhaken bij een economie die 6 à 7 procent per jaar groeit, harder dan andere grote economieën. Inmiddels is Indiase economie de vierde van de wereld, na die van de VS, China en Duitsland. Nu al is Nederland de belangrijkste handelspartner voor India in Europa, vooral te danken aan de stevige positie van de Rotterdamse haven en verbindingen met de rest van Europa. India levert vooral IT-diensten, farmaceutische producten en machines. Nederland exporteert chemische producten, machines en staal.

Er zijn echter belangrijke hinderpalen die uitbouw van de economische banden in de weg staan. Behalve de beruchte Indiase bureaucratie, die procedures voor investeerders vertraagt, is er de beroerde betalingsdiscipline van veel Indiase bedrijven. Nederlandse bedrijven moeten soms maanden, zo niet een jaar, op hun geld wachten. Dat schaadt de relatie, waarschuwde Atradius, een organisatie van kredietverzekeraars, onlangs.

NRC portretteert hier drie Indiase ceo’s, een Indiase minister en twee ‘netwerkers’ in Nederland. Ze verdienen nadere kennismaking omdat ze direct of indirect de uitwerking van het deze zaterdag gesloten akkoord zullen beïnvloeden. Ze oefenen veel macht uit binnen de Indiase economie, of zitten aan de knoppen van belangrijke wetgeving. De twee netwerkers, de bekendste binnen de Indiase gemeenschap in Nederland, helpen de almaar groeiende groep expats (nu bijna negentigduizend mensen) vooruit.

Maak kennis met Gautam Adani (Ahmedabad), Mukesh Ambani (Mumbai), Nirmala Sitharaman (New Delhi), Randhir Takhur (Bangalore), Ritika Mehra (Amstelveen) en Vikas Chaturvedi (Amsterdam).

De machtige investeerdersGautam Adani en Mukesh Ambani

Gautam Adani

Mukesh Ambani

In februari maakte grootindustrieel Gautam Adani (63) bekend 100 miljard dollar (85 miljard euro) te zullen investeren in de AI-sector van India. Enkele dagen later overtroefde zijn eeuwige tegenspeler, Mukesh Ambani (69), hem met de aankondiging hetzelfde te doen, maar dan met 110 miljard.

Daarmee deden de twee machtigste mannen van de Indiase economie opnieuw van zich spreken. Ze verdienden hun geld door met massieve investeringen tijdig in te spelen op de nieuwe behoeftes: in de jaren negentig infrastructuur (havens, vliegvelden, wegen), daarna (zonne-)energie, telecom en IT, en nu dus AI. Daarmee bouwden beiden grote conglomeraten (Adani Group, omzet rond de 30 miljard dollar, en Reliance Group, omzet rond de 100 miljard dollar) met activiteiten op zeer uiteenlopende gebieden.

Behaalde winsten gebruikten ze voor nieuwe investeringen. De rest leenden ze bij, vaak heel veel. Dat leverde Adani een paar jaar geleden een enorme vertrouwenscrisis op. Toen kwamen er vanuit de VS beschuldigingen dat hij zijn winstcijfers oppoetste om het vertrouwen van bankiers te behouden. Binnen een maand verloren de aandelen van Adani Group op de New Yorkse beurs 70 procent van hun waarde.

De groot-industrieel kon veel, maar niet alle, beschuldigingen weerleggen, en herstelde in India van de crisis. Dat gold niet voor de VS. Daar ging het Openbaar Ministerie in New York hem vervolgen, onder meer omdat hij tegen Amerikaanse investeerders gelogen zou hebben over ingewikkelde financieringschema’s voor zijn zonne-energieparken in India. Die financieringsmethodes kwamen volgens de Amerikaanse aanklagers neer op omkoping van Indiase functionarissen. Adani ontkende alles, maar liep wel het risico gearresteerd te worden als hij de VS zou binnenkomen. Juist deze week meldt The New York Times dat de aanklagers onder politieke druk van Washington zouden willen afzien van vervolging als de Indiase miljardair flink zou investeren in de VS en daarmee banen zou scheppen, een uitdrukkelijke wens van de regering-Trump.

De honderden miljarden voor AI, die Adani en Ambani in febrauri aankondigden, moeten de grote achterstand helpen inlopen die India heeft in de AI-race met de VS en China. Het geld gaat naar gigantische datacenters met supersnelle computers die nodig zijn voor AI-toepassingen. Daarnaast wordt geïnvesteerd in extra energievoorzieningen voor deze centra, maar ook in nieuwe cloud-modellen om minder afhankelijk te worden van de VS. Hiermee ontstaat een heel nieuwe IT-infrastructuur waarmee Nederlandse bedrijven vroeger of later ook te maken krijgen. Want Adani’s en Ambani’s conglomeraten zijn overal aanwezig.

Het grote gebaar is precies de reden waarom beiden al vele decennia tot de verbeelding spreken, ondanks de schaduwzijden die met name bij Adani zichtbaar werden. Zo schrijven Adani’s biografen Manish Mudgal en Yash Kumar dat hun hoofdpersoon in staat blijkt om buiten de bestaande kaders te denken; de durfal en autodidact verliet al op jonge leeftijd het ouderlijk huis in Gujarat om in Mumbai in de lucratieve diamanthandel te gaan werken. Maar beide zakenmannen denken ook op een schaalgrootte waar andere afhaken. De uitvoering, vaak een zwak punt in India, verloopt geregeld razendsnel. Zo liet Adani in 2016 een enorme productiefaciliteit voor zonne-energie bouwen in acht maanden tijd, aldus de biografen. Een vergelijkbaar project in California had volgens hen drie jaar gekost.

Een goede band met zittende politici is voor een Indiase ceo onontbeerlijk, zo leert Adani’s levensverhaal. Midden jaren negentig zocht hij grond voor de aanleg van een gigantisch havencomplex. Een zekere Narendra Modi, toen nog regeringsleider van deelstaat Gujarat, schoot hem te midden van tegensputterende lokale bestuurders te hulp en en bood alle medewerking. Mundra Port, inmiddels de grootste haven van India, werd Adani’s eerste grote succes.

Zijn jongste haven- en offshoreproject werd deze week bekend: Astro, een dochter van de Adanigroep, gaat grote offshorevoorzieningen bouwen in Europa, misschien ook bij de Nederlandse kust. Astro heeft hiervoor een vaartuig aangekocht dat tot op drieduizend meter diepte internetkabels op de zeebodem kan aanleggen en vervangen.

Zowel het succes als de levensstijl van de grootindustriëlen Adani en Ambani is een bron van veel verhalen, vooral die van Ambani. Beiden zijn puissant rijk met een geschat vermogen van rond de 100 miljard dollar, waarmee ze tot de rijkste mannen ter wereld behoren. Ambani heeft een 27 etages tellende familieflat in Mumbai met zwembaden en bioscopen, een ‘sneeuwkamer’ (die sneeuwvlokken produceert voor een ‘alpine-ervaring’ midden in heet Mumbai) en zeshonderd personeelsleden.

Adani doet het wat rustiger aan, met een familievilla op een landgoed in Ahmedabad en een luxe bungalow in New Delhi. Sinds enkele ingrijpende gebeurtenissen wordt hij ook meer beveiligd. Eind jaren negentig werd Adani ontvoerd, maar na een dag om onbekende redenen alweer vrijgelaten. In 2008 was hij in het Taj Mahal Hotel in Mumbai toen dat werd overvallen en in brand gestoken door islamitische terroristen, er vielen 170 doden. Hij schuilde naar eigen zeggen in keuken en toilet en kon pas de volgende dag worden bevrijd door Indiase veiligheidstroepen.

MINISTER op sleutelpostNirmala Sitharaman

Nirmala Sitharaman

Nirmala Sitharaman (66) is een dragende kracht van het kabinet-Modi. Ze is daarin sinds mei 2019 minister van Financiën, na het premierschap en dat van Binnenlandse Zaken (Veiligheid) misschien wel de belangrijkste post. Het Amerikaanse tijdschrift Forbes zette haar vorig jaar op plaats 24 van de 100 meest machtige vrouwen ter wereld vanwege het al sinds 2019 runnen van een overheidsbudget voor 1,4 miljard mensen.

Haar ministerie is medeverantwoordelijk voor onder meer de verbetering van de slechte betalingsdiscipline van Indiase bedrijven. Ook moet ze buitenlandse investeringen gemakkelijker maken door het mes te zetten in regels en bureaucratie.

Sitharaman is van huis uit econoom. Na haar studie, in 1986, ging ze haar man achterna, die een beurs had gekregen voor de London School of Economics. Ze werd verkoopster in woonwinkel Habitat, waar ze naam en faam verwierf als goede verkoopster, vooral tijdens de Kerst. Na enige tijd stapte ze over naar de onderzoeksafdeling van internationaal accountants- en advieskantoor PricewaterhouseCoopers, toch meer passend voor een academisch geschoolde vrouw. 

Sitharaman verzeilde in de politiek via haar deelname aan de Nationale Commissie voor Vrouwen, een overheidsorganisatie die vrouwenrechten moest bevorderen. Ze voelde zich thuis bij de opvatting zoals die door de BJP, de partij van Modi, werd vertolkt dat vrouwen actief moeten kunnen deel nemen aan politiek en samenleving, maar zich tevens voor gezin en familie moeten inzetten. Sitharaman heeft een dochter.

Na in 2006 lid te zijn geworden van de BJP klom ze op tot nationaal woordvoerder van de partij. Dat kwam haar later goed van pas, omdat ze daar leerde wat ‘scoort in de pers’ en wat niet. In 2019, ze was toen inmiddels minister, steeg haar ster in de partij verder. Ze brak met een oude Britse koloniale traditie door de nationale begroting niet meer in een oude lederen aktentas (‘Gladstonebox‘) het parlement binnen te brengen, maar in een traditionele Indiase map. In 2021 arriveerde ze met een Made in India-tablet. Beide acties leidden tot veel positieve publiciteit.

Veel taaier is haar taak op Financiën zelf. Indiase bedrijven betalen hun toeleveranciers of buitenlandse partners nu vaak heel laat om hun kasreserves op peil te houden. Deze praktijk bevordert de reputatie van het Indiaas bedrijfsleven in het buitenland evenwel niet. „Zakendoen met India is risicovol ondanks nieuw handelsakkoord”, kopte Atradius in februari in een persbericht. „Achterstallige betalingen in India lopen op tot 63 procent van de factuurwaarde.”

Er wordt aan gewerkt, kan Sitharaman vanuit New Delhi zeggen. Voor haar komst naar Financiën waren al boetes ingevoerd voor te laat betalen door bedrijven. In 2024 kwam daarbij dat bedrijven bepaalde kosten niet meer konden aftrekken als de rekeningen langer dan 45 dagen openstaan. Dit gold echter niet voor betalingen aan buitenlandse bedrijven. Die moeten het meestal hebben van hun contracten of informeel contact tussen de chief financial officers van beide bedrijven. Het kan zijn dat de druk op Sitharaman toeneemt ook iets voor deze bedrijven te regelen nu India steeds meer akkoorden met het buitenland afsluit.

DE TECHVISIONAIRRandhir Thakur

Randhir Thakur

Hij zei vier jaar geleden dat halfgeleiders (materiaal zoals silicium waarvan micro-chips zijn gemaakt) net zo belangrijk zouden worden voor de wereldeconomie als olie. „Halfgeleiders zijn het brein van elektronica en maken veranderingen mogelijk in (…) ja, eigenlijk alles wat je maar bedenken kan.”

Een tikkeltje nerdy mag je de 64-jarige Thakur best noemen. Hij was totaal in de ban van de gedachte dat zo’n raar klein materiaaltje de wereld kon beheersen. Thakur ontwikkelde honderden patenten binnen dit nichegebied. In de jaren negentig was hij bij de Amerikaanse chipfabrikant Intel verantwoordelijk voor het opbouwen van goede toevoerlijnen van, jawel, locaties waar halfgeleiders werden geproduceerd.

Toen Thakur in april 2023 tot topman van Tata Electronics werd benoemd, waren de reacties lovend. De juiste man op de juiste plaats, werd gezegd. Want Electronics, deel van het vermogende Tata-concern, heeft diepe zakken en chipfabrieken zijn heel duur, al snel zo’n 10 miljard dollar.

Thakur had niet alleen strategische visie, zo was gebleken, maar had tijdens zijn ‘vooropleiding’ in de VS ook grote teams geleid. Daamee had hij zich ook bewezen als organisator. Hem stond eigenlijk maar één ding te doen: een van de grootste problemen uit de weg ruimen die India’s groei als economisch supermacht in de weg staan. Namelijk: het grote tekort opheffen aan microchips en halfgeleiders. India haalt ze nu vooral uit Taiwan en China, en daarvan wil het land niet meer afhankelijk zijn.

Thakur behaalde een master elektrotechniek aan de Universiteit van Saskatchewan in Canada en promoveerde daarna op hetzelfde onderwerp aan de universiteit van Oklahoma. Daarna ging hij bij chipfabrikant Intel in Silicon Valley werken.

Om zijn huidige ambitie waar te maken wil Thakur met verschillende buitenlandse partners samenwerken, ook Nederlandse. December vorig jaar sloot Thakur een overeenkomst met zijn oude werkgever Intel. Het betrof onder meer het gezamenlijk produceren van chips door Intel en de gloednieuwe microchipfabriek van Tata in Dholera, Gujarat.

Maar er zijn ook contacten met ASML in Veldhoven. Er waren berichten dat ASML en Tata een gezamenlijk trainingsprogramma gingen opzetten. Ook zou ASML het bedrijf van Thakur helpen met ‘lithografietechnieken’. Dat zei Ashwini Vaishnaw, de minister van Elektronica en Informatietechnologie van India, die in januari op bezoek was bij ASML. Topman Christophe Fouquet zei bij die gelegenheid dat zijn bedrijf India zou helpen bij het opzetten van een eigen halfgeleidersindustrie.

De invloedrijke netwerkersRitika Mehra en Vikas Chaturvedi

Rikita Mehra

Vikas Chaturvedi

Ze helpen Indiase bedrijven die vast dreigen te lopen in de Nederlandse bureaucratie. Ze zijn een vraagbaak voor expats die een huis zoeken, of betrouwbare elektriteitsvoorzieningen voor hun bedrijf. En ze proberen misverstanden bespreekbaar te maken tussen Indiase en Nederlandse werknemers. Daarmee versterken ze de zachte, menselijke kant van de economische relatie tussen India en Nederland. Het strategisch akkoord dat beide landen deze zaterdag sluiten, wijst op het grote belang van een goede integratie van de Indiase diaspora.

Ritika Mehra en Vikas Chaturvedi zijn de bekendste en invloedrijkste netwerkers binnen de Indiase expatgemeenschap. Mehra (39), geboren en getogen in Nederland met ouders die al bijna veertig jaar hier wonen, werd bekend van de Diwali-feesten (Hindoe Lichtjesfeest) die ze vanaf 2008 jaarlijks in het Stadshart van Amstelveen organiseerde. Ze trokken tienduizenden bezoekers, vooral Indiase expats, maar ook Nederlanders. Gesterkt door dit succes zette de gedreven manager bij ABN-Amro in 2010 een stichting op. Bridging the Gap trok met soortgelijke festivals het land door. In 2024 kreeg ze een koninklijke onderscheiding voor het bevorderen van de integratie van de Indiase gemeenschap in Nederland. Tussen de bedrijven door was ze ook nog actief als bestuurslid voor de VVD, afdeling Amstelveen.

Vikas Chaturvedi (46) werkte vanaf zijn komst naar Nederland zo’n twintig jaar geleden bij advieskantoor PricewaterhouseCoopers. Daar bekleedde hij een leidinggevende positie op de fiscale afdeling. Inmiddels werkt hij fulltime in zijn eigen adviespraktijk, waarbij hij Indiase expats begeleidt door de wirwar van Nederlandse fiscale, milieu- en andere wetgeving. Vorig jaar opende hij het India Business House in Amsterdam-Zuidoost, waar bedrijven en expats met vragen terecht kunnen. Op die manier hielp hij naar eigen zeggen zo’n 300 bedrijven verder. Chaturvedi beweegt zich daarbij gemakkelijk in business- en society-kringen. Zijn website toont foto’s van hem met onder anderen toenmalig premier Mark Rutte en de Indiase premier Narendra Modi.

Rikita Mehra wil de integratie van expats bevorderen door culturele verschillen bespreekbaar te maken. Dat doet de ABN-manager niet alleen op de festivals, maar ook via haar uitgebreide zakelijke netwerk. Een van de hardnekkige misverstanden die ze daar tegenkomt, is dat Nederlanders in de ogen van Indiase expats niet hard genoeg werken. Vorig jaar stuurde een Indiase medewerker van advies- en accountskantoor KPMG in Amstelveen een filmpje op Instagram rond van haar werkvloer na vijf uur ’s middags. Compleet leeg, constateerde ze geschokt. Het filmpje, inclusief alle reacties, haalde de Indiase pers.

Mehra kent het verhaal, vertelt ze aan NRC. „Ik probeer dan uit te leggen dat Nederlandse werknemers veelal thuis ’s avonds nog doorwerken. En dat het hier nu eenmaal niet de gewoonte is, zoals in veel Aziatische landen, dat je pas weggaat nadat je baas vetrokken is. En dat lang doorwerken niet hetzelfde is als effectief werken.” Mehra merkt dat haar uitleg „soms wel, soms niet” begrepen wordt. „Aziaten blijven nu eenmaal harde werkers en ambitieus.”

Chaturvedi heeft andere, minstens zo hardnekkige uitdagingen. „De vragen die ik krijg, zijn enorm veranderd”, vertelt hij NRC. „Twintig jaar geleden ging het erom dat er geen goede scholen of Indiase winkels waren. Nu is er een groot tekort aan woningen en elektriciteitsvoorziening. En wist je dat het voor mensen uit India veel lastiger is geworden om een business-visum te krijgen?”

De uitdagingen tasten het aanstekelijk optimisme van de adviseur en initiatiefnemer echter niet aan. Chaturvedi zegt energie te krijgen van het helpen van anderen en van het besef in een bijzondere tijd te leven. „Veel mensen uit India willen hierheen komen, en niet meer naar de VS. Nederland en Europa bieden ‘the global friendship of the moment‘, zeker sinds India en de EU in januari een vrijhandelsakkoord hebben gesloten. Nederland zal daar zeker van profiteren.”

Lees het hele artikel