De lokale hitteadviseur denkt aan de kleine dingen, zoals die gloeiend hete glijbaan in de speeltuin of de zonovergoten medicijnen in de vensterbank

1 uur geleden 1

Jeanne Gootzen wilde woensdagmiddag de temperatuur in het centrum van haar „stadsie” gaan meten. Ze werkt aan het hitteplan voor Utrecht en wilde kijken „hoe de koele opvang in de Domkerk, in een buurthuis en in de bibliotheek verloopt”. Ze wilde ook door de wijk Kanaleneiland fietsen om te zien hoe mensen hun huizen beschermen tegen de hitte, en parkjes en speelveldjes bezoeken om te zien hoeveel zonnebrand er wordt gesmeerd. Daar wilde ze mensen vragen hoe ze de hitte ervaren, waar ze verkoeling zoeken en hoe het in hun woning is.

Het waren „een paar mooie uurtjes geweest om de straat op te gaan”, zegt Gootzen, coördinator Hittestress en Gezondheid bij de gemeente Utrecht, aan de telefoon. Maar woensdagmiddag wordt ze „te veel bevraagd door de gemeenteraad en journalisten” om haar tour volledig uit te kunnen voeren, lacht ze. Ze begrijpt het best. Feit is dat Nederlands steeds meer periodes van extreme hitte heeft, zegt ze, en dan moet Gootzen aan het werk.

Het is een van de grootste gezondheidsrisico’s in Nederland. Voor meer hitteplannen moeten meer middelen beschikbaar worden gesteld

Een hittecoördinator heeft een sleutelrol in de lokale hitteplannen van gemeenten volgens de richtlijnen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Met een lokaal hitteplan wil de rijksoverheid gemeenten aansporen om niet alleen het Nationale Hitteplan na te leven, maar ook op lokaal niveau een draaiboek te maken.

Zo’n hitteplan moet gezondheidsproblemen door warmte voorkomen door vast te leggen welke maatregelen een gemeente treft zodra het Nationaal Hitteplan wordt geactiveerd. Het lokale plan is vooral bedoeld voor kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen, mensen in slechte woonomstandigheden en dak- en thuislozen.

Lees ook

Werknemers vallen volgens de FNV bijna flauw op de werkvloer. Welke rechten hebben ze?

Hitte op de bouwplaats op de Zuidas/A10 in Amsterdam.

Landelijk en lokaal

Dit jaar hebben 128 van de 342 gemeenten in Nederland een lokaal hitteplan. Vorig jaar hadden nog maar negentig gemeenten een eigen plan bij extreme warmte of een hittegolf (daarvoor moet het vijf dagen achter elkaar minimaal 25 graden zijn, waarvan op drie dagen ten minste 30 graden). De rijksoverheid wil dat ten minste 180 gemeenten een lokaal hitteplan opstellen.

Alleen in de provincie Gelderland heeft elke gemeente een lokaal plan. Genoeg mensen, geld en tijd om dat te maken hebben veel gemeenten niet. Daarvoor is subsidie vanuit de gemeente en de provincie belangrijk, zegt Patrick Klaassen, adviseur bij GGD Gelderland-Zuid. Hij werkt sinds 2020 met gemeenten aan lokale hitteplannen. Hij heeft het over „klimaatadaptatie”, „een heel urgent thema”. „Je ziet in allerlei rapporten dat hitte steeds grotere problemen veroorzaakt en een van de grootste gezondheidsrisico’s is in Nederland. Voor meer hitteplannen moeten meer middelen beschikbaar worden gesteld.”

Als het Nationaal Hitteplan van kracht gaat stuurt het RIVM informatie naar alle betrokken organisaties en naar de GGD’s. Hittecoördinatoren zorgen dat organisaties in hun werkgebied de juiste informatie ontvangen.

Het Lokale Hitteplan bevat meer details per regio, en gaat ook over preventie. Klaassen: „Daar staat in hoe je bewustzijn voor verschillende groepen kan vergroten. Zo bereiken we ouderen beter via zorgverleners zelf, niet via officiële kanalen.”

Timing is belangrijk

Aan hitte moet het hele jaar door gedacht worden, vindt Klaassen. Verschillende sectoren hebben een hitteplan nodig, en dat moet je voorbereiden, zegt hij: „Wijkverpleging en thuiszorg kunnen in hun checklist meenemen dat ze controleren waar iemands medicatie ligt, want sommige medicijnen mogen niet op een bepaalde temperatuur bewaard worden. En opletten dat hun patiënten genoeg drinken, of de zonwering omlaag doen.”

Momentum is belangrijk voor hittecoördinatoren, zegt ook Mala Ganpat, hittecoördinator voor Den Haag en gezondheidsadviseur bij GGD Haaglanden. Voorheen begon Ganpat al in november met het voorbereiden van de zomer, „maar daar liepen mensen niet warm voor. Het was te koud in de winter”. Nu begint ze in januari met de voorbereiding. „In april wordt het plan kenbaar gemaakt aan de samenwerkingspartners, en in mei worden de materialen geleverd. Dan zijn ze in juni goed voorbereid.”

Als de glijbaan heel heet wordt, kan die volgens het Utrechtse hitteplan gesloten worden, of verplaatst naar een plek in de schaduw

De grote verschillen tussen het nationale plan en de lokale hitteplannen zitten in de details, volgens Jeanne Gootzen van de gemeente Utrecht. Zo stemde zij berichten op sociale media af op de Utrechtse taal (warmte in „ons eigen stadsie”), en maakte ze een checklist voor speeltuinen. Als de glijbaan heel heet wordt, kan die volgens het Utrechtse hitteplan gesloten worden. Op lange termijn kan de speeltuin de glijbaan verplaatsen, hem onder een boom zetten, of een doek er overheen spannen. Of een andere aanschaffen die niet zo heet wordt, zegt Gootzen. „Lokaal kan je veel meer fine-tunen.”

Lees ook

KNMI geeft vanaf woensdag code oranje af voor ‘extreme hitte’ in midden en zuiden van Nederland

Bouwvakkers aan het werk in de zon in Amsterdam – onder meer in de hoofdstad geldt vanaf woensdag code oranje.
Lees het hele artikel