De mens heeft een houdbaarheidsdatum, maar hoe weten we dat eigenlijk?

3 uren geleden 2

Diederik legt het uit hoe we ooit achter de ‘houdbaarheidsdatum’ van de mens zijn gekomen. Zouden we die kunnen oprekken denk je?

De mens lijkt een biologische houdbaarheidsdatum te hebben: ergens rond de 120 jaar. Dat idee klinkt modern, maar de basis ervan werd al in 1961 gelegd door celbioloog Leonard Hayflick.

Tot die tijd dachten veel wetenschappers dat menselijke cellen in een laboratorium eindeloos konden blijven delen, zolang ze maar genoeg voeding kregen. Hayflick zag iets anders. Na ongeveer vijftig delingen stopten cellen plotseling. Ze stierven niet meteen, maar werden groter, veranderden van vorm en begonnen tekenen van ouderdom te vertonen.

Eerst dachten collega’s dat hij een fout had gemaakt. Misschien was het kweekmedium niet goed of waren de cellen besmet. Maar Hayflick liet zien dat het probleem in de cellen zelf zat. Hij mengde oude mannelijke cellen met jonge vrouwelijke cellen. De oude stopten op hun eigen moment, terwijl de jonge gewoon doorgingen tot hun eigen grens.

De verklaring ligt in ons DNA. Bij elke celdeling wordt het DNA gekopieerd, maar de uiteinden worden steeds iets korter. Telomeren beschermen die uiteinden als een soort buffer. Als die buffer opraakt, kan de cel niet meer delen. Dat heet de Hayflick limit.

Dat systeem helpt kanker voorkomen, maar zet ook een grens aan ons lichaam. Eeuwig leven botst dus niet alleen met tijd, maar ook met onze cellen.

Diederik maakte hier ook een programma over voor de NTR en dat kun je hier zien bij Jekels jacht naar het eeuwige leven.

Afbeelding bovenaan dit artikel: Scientias.nl - Beschilderde grafwand uit Paestum

Lees het hele artikel