Insectenburgers een duurzaam alternatief voor vlees? Vergeet het maar

4 uren geleden 2

Insectenburgers, meelwormpasta en krekelkoekjes zijn de afgelopen jaren gepresenteerd als het duurzame voedsel van de toekomst. Overheden en investeerders pompen veel geld in de sector. We zijn er met z’n allen van overtuigd dat insectenkweek een milieuvriendelijk alternatief is voor vleesproductie. Maar een nieuw rapport zet stevige vraagtekens bij dat groene imago.

Volgens onderzoekers van onder meer de Universiteit Leiden is de klimaatwinst van insectenkweek helemaal niet zo vanzelfsprekend. De opbrengst van insectenboerderijen scoort op het gebied van duurzaamheid in sommige gevallen nauwelijks beter dan de productie van kippen- of varkensvlees.

Het team analyseerde tientallen levenscyclusstudies uit Europa en Noord-Amerika en concludeerde dat de milieu-impact van insectenkweek enorm verschilt per productiesysteem. “Insectenkweek wordt vaak neergezet als een duurzaam wondermiddel”, zegt duurzaamheidsonderzoeker Camilo Garzón van SEI. “Maar zo simpel is het niet. De voordelen hangen volledig af van de manier waarop insecten worden gekweekt en welk onderdeel van ons dieet ze uiteindelijk vervangen. Op basis van het huidige bewijs is het milieuverhaal veel minder zwart-wit dan werd aangenomen.”

Hoge uitstoot

Vooral het energieverbruik blijkt een groot probleem. In koelere regio’s zoals Europa en Noord-Amerika moeten insectenfabrieken flink worden verwarmd. Dat kost veel energie en zorgt dus voor extra uitstoot. Het helpt ook niet mee dat de sector slechts beperkt gebruikmaakt van duurzame energiebronnen. In theorie is het zo mogelijk dat de kweek van insecten een lage ecologische voetafdruk heeft, maar in de praktijk valt dat vaak tegen.

Leestip: Onmisbare insecten in de knel: verstedelijking jaagt bestuivers weg

De uitstoot van broeikasgassen varieert enorm: van ongeveer 3 tot maar liefst 35,5 kilo CO2 per kilo geproduceerd eiwit. Ter vergelijking: kip zit gemiddeld tussen de 18 en 36 kilo CO2-equivalent per kilo eiwit, terwijl varkensvlees tussen de 21 en 53 kilo ligt. Sommige insectenkwekerijen schurken dus aan tegen de uitstootwaarden van de traditionele veeteelt of gaan er zelfs hard overheen. Erger nog: de producten die in de praktijk vaak het veld moeten ruimen voor insectenmeel, zoals soja- en vismeel in veevoer, hebben vaak een lagere uitstoot. En daarmee gaat er een streep door een van de belangrijkste argumenten voor het bouwen en subsidiëren van nieuwe insectenboerderijen: dat insecten automatisch duurzamer zouden zijn dan bestaande alternatieven.

Weinig insecten op ons bord

De meeste gekweekte insecten belanden op dit moment helemaal niet op het bord van de mens. Producenten experimenteren met insectenpasta, brood of koekjes, maar ondertussen blijft de consument terughoudend. Een groot deel van de productie gaat daarom naar veevoer en aquacultuur (het kweken van waterorganismen, zoals vissen, schaal- en schelpdieren, algen en waterplanten).

In plaats van de vleesindustrie te vervangen, ondersteunt de sector die dus juist op dit moment. “Als insecten vooral worden gebruikt om andere dieren te voeren zonder dat de vleesconsumptie daalt, moeten beleidsmakers zich afvragen of deze investeringen ons voedselsysteem wel echt veranderen of dat ze het bestaande systeem juist versterken”, zegt SEI-wetenschapper Cleo Verkuijl.

Ethische vragen

Er komen nog een aantal andere risico’s naar voren uit de studie. Zo kunnen ontsnapte insectensoorten ecosystemen verstoren en gaan grootschalige investeringen in insectenkweek mogelijk ten koste van alternatieven die wél veelbelovend zijn, zoals plantaardige of gekweekte eiwitten. Bovendien komt het wetenschappelijke debat over insectenwelzijn tot leven. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat insecten vormen van bewustzijn en pijnbeleving hebben. Dat roept nieuwe ethische vragen op over massale industriële insectenkweek.

De timing van het rapport is op z’n zachtst gezegd vervelend voor de insectensector. Ze kampt namelijk op het moment al met fikse financiële problemen. Verschillende bedrijven hebben bezuinigd, gereorganiseerd of hun activiteiten helemaal stopgezet, alle hoge verwachtingen en jarenlange investeringen ten spijt.

De boodschap is stevig, maar het betekent niet dat insectenkweek per definitie kansloos is. In tropische of armere regio’s zijn de omstandigheden vaak gunstiger. Er is minder verwarming nodig en er is meer organisch afval als voer voorhanden. Maar er ontbreekt nog veel wetenschappelijke know-how, vooral over het kweken van insecten in deze vruchtbare regio’s. De sector lijkt ondertussen in de ontwikkelde wereld op een kruispunt te staan. De grote belofte van insectenkweek moet zich nu niet alleen economisch bewijzen, maar ook ecologisch.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel