De olieprijs is al tijden hoog en de sector profiteert. ‘De West Texas Crude is 59 dollar, dat is prachtig’

1 uur geleden 1

Op de uitgestrekte vlakte van Noord-Texas houdt John Bozeman (72) plots stil met zijn pick-uptruck naast een van zijn ja-knikkers. „Deze is volgende week weg”, zegt de olie-ondernemer. De in onbruik geraakte installatie krijgt een tweede leven bij een andere put. Daar wil Bozeman de productie opvoeren, omdat de olieprijs als gevolg van de oorlog in Iran nu zo hoog ligt.

De afweging is voor Bozeman snel gemaakt, als directeur van het kleine JCB Companies (met vier vaste werknemers) dat naar olie boort. ”Het kost ons ongeveer 100.000 dollar”, zegt hij, om de ja-knikker te verplaatsen. Kwestie van wat mensen inhuren, de boel losschroeven en verderop weer opbouwen. Maar daarna produceert die put dus ongeveer 5 à 10 vaten per dag – meer dan eerst. „Met een olieprijs van 100 dollar is dat vrij snel terugverdiend.” Hij lacht een nauwelijks merkbaar lachje.

Als er één groep is die profiteert van de sterk gestegen olie prijs, dan zijn het de (westerse) oliebedrijven, zo bleek de afgelopen dagen. Afgelopen week noteerde Shell een kwartaalwinst van 6,9 miljard dollar, tegenover 3,2 miljard in de laatste drie maanden van 2025. Ook BP kwam eind april met de beste kwartaalcijfers in drie jaar. Dat installaties in het Midden-Oosten soms beschadigd zijn, zoals bij Shell het geval is, weegt niet op tegen de veel hogere prijs voor olie die het bedrijf elders kan winnen. Op maandag, nadat president Trump het Iraanse vredesvoorstel „volkomen onacceptabel” noemde, schoten de olieprijzen weer verder de lucht in.

Ook Amerikaanse oliebedrijven als Chevron en ExxonMobil kunnen volgens een schatting van investeringsbank Jefferies van eerder dit jaar rekenen op miljarden extra inkomsten. Dat viel bij hun kwartaalcijfers begin mei nog niet te merken (beiden noteerden lagere winsten), maar dat kwam vooral door boekhoudkundige ingrepen. De impact op de Amerikaanse fossiele energiesector is onmiskenbaar: begin mei exporteerden de VS voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog meer ruwe olie dan het land importeerde.

De cijfers weerspiegelen hoe een sector waar president Donald Trump groot fan van is, sterk profiteert van zijn oorlog in Iran. Dat merkt ook Bozeman, die vanuit een klein kantoortje in zijn geboortedorp Perryton in oliestaat Texas een bedrijf runt dat op veel kleinere schaal doet wat de grote jongens ook doen: in iets meer dan honderd putten boren naar olie en gas.

Direct na de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran had NRC telefonisch contact met Bozeman. Toen was hij nog sceptisch over de mate waarin hij zou profiteren: hoe lang zou de prijs nou echt hoog blijven? Investeren in uitbreiden van productie om te profiteren van de hogere prijzen, daar peinsde hij niet over. Maar begin mei is zijn toon anders, blijkt tijdens een toer langs zacht zoemende ja-knikkers en naar petroleum geurende buizen.

Meer putten boren?

„Ik heb het erger gehad”, zegt Bozeman droogjes: het gaat juist financieel fantastisch. De oliewereld is notoir boom and bust, en dit is inmiddels toch wel een boompje waar flink aan verdiend wordt. „De West Texas Crude [een regionale olieprijs] is 59 dollar. Dat is prachtig.”

Maar, voegt hij meteen toe: „We produceren ook heel veel gas, en die prijs is juist vreselijk op dit moment.” Bozeman opent een app op zijn telefoon met de grondstoffenprijzen en begint te foeteren op de gasprijs.

Het zal elkaar opheffen, denkt hij uiteindelijk: hij verwacht een gebruikelijke jaaromzet van ongeveer 15 miljoen dollar. Maar inmiddels houdt hij in zijn bedrijfsvoering wel serieus rekening met een verhoogde olieprijs. Bozeman probeert met investeringen de productie van bestaande putten te verhogen – vooral dus door ja-knikkers in te zetten. Dat is veel rendabeler geworden door de afsluiting van de Straat van Hormuz. „Ik denk dat dat wereldwijd gebeurt.”

John Bozeman profiteert flink van de oorlog in het Midden-Oosten.

Foto Milo van Bokkum

Over één kwestie twijfelt hij nog: is het de moeite waard om nieuwe putten te gaan boren? Op zijn tour door de omgeving van Perryton houdt Bozeman halt bij een weiland. Hij heeft het sterke vermoeden dat daar, op honderden meters diepte, een goede voorraad ligt, omdat putten in de buurt het goed doen. Hij wil graag, vertelt hij. „Maar boren kost ons 6 miljoen dollar.” Daarvoor moet hij eigenlijk zeker weten dat de prijs een tijd boven de 80 dollar per vat ligt.

Deze vraag leeft ook bij de Shells en Chevrons van deze wereld. Hun antwoord is voorlopig een duidelijke ‘nee’. „We passen onze plannen niet aan”, zei Eimear Bonner, financieel directeur van Chevron, eerder deze maand. Vergelijkbare verwachtingen kwamen naar voren uit een recent onderzoek onder personen in de Amerikaanse energiesector door de Dallas Federal Reserve.

Overstap naar duurzaam

Bozeman begrijpt dat maar al te goed. „We hebben gewoon net niet genoeg zekerheid op dit moment.” Aan enthousiasme bij investeerders is overigens geen gebrek, merkt hij. „Ik krijg telefoontjes van mensen waar we eerder mee gewerkt hebben. Iedereen is héél geïnteresseerd op dit moment.” Investeren in boren is fiscaal aftrekbaar, zegt Bozeman. „Maar wij betalen zelf ook zo’n 1,5 miljoen mee aan een nieuwe put. We moeten eerst echt weten hoe de toekomst eruitziet.”

Als het aan sommige overheden ligt, is het antwoord op die vraag: meer duurzame energie, om minder afhankelijk te worden van fossiele energie. Is Bozeman niet bang dat deze olieschok juist daartoe zal leiden? Rondom Perryton zijn in de verte al behoorlijk wat windmolens te zien. „Dat zal vast tot op zekere hoogte gebeuren”, zegt hij. Maar wakker ligt hij er niet van, zo’n vaart loopt dat niet, denkt hij.

Bozemans grootste zorg is een andere: hij vreest dat de oorlog uiteindelijk niet goed is voor de Amerikaanse economie. Een gestegen olieprijs is leuk, maar heeft een keerzijde. „Ik ben verrast dat de economie het op dit moment zo goed doet. Het zal mij niet verrassen als er een serieuze recessie komt. En dat zal ook voor mijn bedrijf niet goed zijn.”

Lees het hele artikel