Eén mevrouw had weleens in haar eigen moestuin gepoept. Een meneer poepte al jaren op een tonnetje, waarvan hij de gefilterde inhoud in de sloot loosde. En één iemand gaf zijn poep, bij wijze van experiment, aan de wormen. Die gaan er goed op, zei hij. „Maar als ze vérse kak tegenkomen, rennen ze weg”. Hilariteit alom, tijdens dit debatavondje in Amsterdam met als thema Heel Holland Kakt.
Mensenmest ging in Nederland nog tot 1965 op het land. Friesland was de laatste provincie die ermee stopte. Daarna kwamen er riolen en werd tot 1995 rioolslib als mest gebruikt. Toen raakte het te vervuild. Door lozingen van de industrie, maar ook doordat er steeds meer pfas in het rioolwater kwam.
Bovendien was er inmiddels zoveel koeienmest, dat er geen mensenmest meer nodig was, vertelt Cees Buisman een paar dagen later via Teams. „In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk gebruiken ze nog wel menselijke mest”, zegt hij. „Daar is meer land en minder mestoverschot.”
Buisman is hoogleraar biologische kringlooptechnologie aan de Wageningen Universiteit. Ook is hij wetenschappelijk directeur bij Wetsus. Dat instituut onderzoekt duurzame watertechnologie, en kijkt met bedrijven naar manieren om te voorkomen dat we allerlei waardevolle stoffen door de plee trekken. Letterlijk.
Schoon drinkwater en de uitvinding van het riool hebben de levensverwachting met dertig jaar verlengd, zegt hij. „Daar begon het ooit mee. De volksgezondheid.” Maar het riool is ook een probleem. Of eigenlijk niet het riool, maar het verdwijnen van allerlei voedingsstoffen die zo wegspoelen, verbrand worden en voorgoed verloren gaan.
Er is nog voor 250 jaar kalium
De kringloop is kapot
Waarom dat dan een probleem is? Minicollege: „De mens heeft allerlei elementen nodig, van calcium en koper tot zink. Als er ook maar eentje ontbreekt, ga je dood.” Planten halen hun voeding uit de bodem en de lucht. Dieren halen voedingsstoffen uit planten. Mensen halen hun essentiële nutriënten uit dieren en planten. Wat niet in het lichaam blijft, gaat er via de ontlasting weer uit en komt weer terug in de bodem. Als het goed is.
Maar het is niet goed, legt Buisman uit, want die kringloop is al heel lang kapot. Nederland importeert soja, inclusief kalium en fosfaat uit Brazilië, bestemd voor het voer van Nederlandse kippen, varkens en koeien. De nutriënten komen hier via de wc in de verbrandingsoven en komen nooit meer terug in de bodem. En al helemaal niet in de Braziliaanse bodem, die daardoor geleidelijk uitgeput raakt.
„Weinig mensen realiseren het zich, maar het wordt steeds moeilijker om kalium te winnen.” Terzijde: veel kalium komt uit Rusland en Wit-Rusland. „Er is nog voor 250 jaar kalium”, zegt Buisman. Dan is het op, „terwijl de mensheid nog wel een miljard jaar kan leven.”
Buisman noemt er nog een paar. Fosfor, magnesium, selenium (seleen). Die laatste bijvoorbeeld is cruciaal is voor het immuunsysteem en de schildklier. Het lichaam maakt het niet zelf aan, je moet het uit voeding halen. „We krijgen het bijvoorbeeld binnen via Amerikaans graan. In Europa zit selenium nauwelijks in de bodem, dus je zou een tekort krijgen als je alleen brood eet van Europees graan. Zo zie je meteen dat regionaal eten niet altijd ideaal is.”
Europa is niet zelfvoorzienend in essentiële micronutriënten als fosfaat, kalium, zink en seleen
Ook voor zinktekorten wordt al langer gewaarschuwd. In grote delen van de wereld bevat landbouwgrond te weinig zink. „Jaarlijks sterven wereldwijd 800.000 mensen in arme landen aan de gevolgen van zinkgebrek”, zegt Buisman. Een ongelooflijk getal, in de orde van grootte van het aantal mensen dat aan malaria overlijdt.
De laatste maanden gaat het vaak over Europa’s afhankelijkheid van brandstof en energie. Maar Europa is dus ook niet zelfvoorzienend in essentiële micronutriënten als fosfaat, kalium, zink en seleen. Geen geheim, maar wel extra zichtbaar nu de oorlog in Iran de prijzen opstuwt van kunstmest, met als hoofdbestanddelen stikstof, fosfor en kalium.
Lees ook
Als de sojatoevoer stokt, dan worden zuivel en vlees snel schaars. ‘Een draaiboek is er niet’
Poep is een verdelingsvraagstuk
Het Platform Landbouw, Innovatie en Samenleving waarschuwde in 2014 in een advies aan de overheid al voor de kwetsbaarheid voor schaarse voedingsstoffen: als er geen soja meer komt, kan de EU wel andere eiwitrijke gewassen telen, zoals koolzaad of zonnebloem. Maar minerale micronutriënten zijn niet vervangbaar.
Dit is vervelend voor Europa. Maar het is wat Buisman betreft vooral een verdelingsvraagstuk. Hij begint over de grote schepen cacao die de haven Amsterdam binnenvaren. „De cacaodoppen blijven hier, daar maakt Cargill biobrandstof van. In die doppen zitten nutriënten die dus nooit meer teruggaan naar Ghana of Ivoorkust. Je zou geen cacao moeten importeren, maar chocola, die in Afrika geproduceerd is.”
Veevoer levert verreweg de grootste bijdrage aan het uitputten van bodems in armere agrarische regio’s. Soja is voor Europese boeren goedkoop. „Maar”, zegt Buisman, „dan reken je niet met de verloren gegane stikstof in de landen waar we het vandaan halen.”
Het is nog helemaal niet zo lang geleden dat vee gevoerd werd met Europees graan, gras en afvalstromen. „Als je je daartoe beperkt, kun je het land met eigen mest bemesten en het evenwicht in de stikstofkringloop herstellen.” En om het helemaal rond te krijgen: hup, de mensenmest erbij.
Er zijn al heel veel semi-professionele experimenten, van tonnetjes tot wc’s waarin de urine aan de voorkant wordt opgevangen en de poep aan de achterkant. Het meest verwacht Buisman van speciale vacuümtoiletten. „Je kent ze wel, uit het vliegtuig of de trein.”
Een proef in Sneek, voor tweehonderd huizen, liep spaak tijdens de kredietcrisis. „Tot onze vreugde werd het idee opgepikt in Zweden, waar tweeduizend mensen een vacuümtoilet kregen. En nu willen we in Leeuwarden de poep van vierduizend mensen opvangen, vergisten op 55 graden zodat alle ziekmakende bacteriën dood zijn, en wat overblijft composteren en op het land uitstrooien.”
Er moeten aparte buizen voor komen. Maar daar staat tegenover dat er per persoon per dag maar 5 liter water nodig is. Veel minder dus dan de 35 liter die we nu gemiddeld doortrekken. „Dan kom je in één klap onder het overheidsdoel om elke Nederlander niet meer dan 100 liter drinkwater per dag in totaal te laten gebruiken.”
Weliswaar staan er wetten in de weg en het duurt wel even voordat alle riolen aangepast zijn. „Toch zit daar de weerstand niet”, zegt Buisman. „Die zit in het risico dat het niks wordt. Dat weegt voor Nederlanders kennelijk altijd zwaarder dan de kans dat je iets geweldigs doet.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/10092732/ECO_2033624962_1_FeatureImage.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11151914/110526OND_2033618566_nforce.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11074530/110526ECO_2033633717_asml.jpg)





English (US) ·