380. Drie-honderd-tachtig. Het getal zoemde de afgelopen weken rond in de wielerwereld. Waar het om ging: wattage, het vermogen waarmee een renner op de pedalen trapt, begin- en eindpunt van alle analyses in het moderne wielrennen. 380 watt gemiddeld trapte Tadej Pogacar, de beste wielrenner ter wereld, tijdens de solovlucht waarmee hij twee weken geleden de klassieker Strade Bianche in Toscane won. Die solo duurde twee uur, het wattage werd gemeten in zijn pedalen en na afloop openbaar gemaakt.
Iedereen in het wielrennen weet: twee uur lang 380 watt gemiddeld trappen, dat is veel. Duizelingwekkend veel. Ter vergelijking: een goed getrainde wielertoerist raakt al buiten adem als hij dat vermogen een paar minuten moet volhouden. Pogacar (27) was in Strade Bianche vele malen sterker dan de concurrentie: de nummer twee, het Franse supertalent Paul Seixas (19) trapte in de laatste twee uur 330 watt gemiddeld. Pogacar steeg ook boven zichzelf uit: twee jaar geleden trapte hij bij een vrijwel identieke solo in Strade Bianche nog 340 watt.
Het wielerseizoen is nog maar net begonnen: deze zaterdag wordt Milaan-Sanremo verreden, het eerste wielermonument van het jaar. Toch heeft Pogacars eerste en enige optreden in 2026 al geleid tot een zekere moedeloosheid in het peloton. Daar gáán we weer. De afgelopen twee seizoenen won Pogacar vrijwel iedere koers waar hij aan de start verscheen: eendaagse klassiekers, de Tour de France, het WK. Hij is de beste wielrenner aller tijden, zo luidt inmiddels de consensus – beter dan Eddy Merckx.
Desondanks lijkt het erop dat Pogacar dit seizoen opnieuw beter is geworden. In elk geval op basis van zijn cijfers in Strade Bianche: naast het bizar hoge wattage van zijn solovlucht verpulverde hij ook verschillende persoonlijke records in beklimmingen en afdalingen, zo blijkt uit zijn data op wielerplatform Strava. Hoe is het mogelijk dat de beste wielrenner ter wereld elk jaar een stap vooruit doet?


Tadej Pogacar (in het wit) in duel met Mathieu van der Poel tijdens Milaan-Sanremo vorig jaar. Van der Poel won. Pogacar wist de klassieker nog nooit op zijn naam te zetten.
foto’s Getty ImagesKijken door een sleutelgat
Pogacars suprematie verklaren, zegt bewegingswetenschapper Jim van den Berg, is als „kijken door een sleutelgat”. Zijn ploeg, het schatrijke UAE Team Emirates, geldt als een gesloten bolwerk: over wat er achter de schermen gebeurt, wordt nauwelijks iets prijsgegeven. Heel af en toe wordt er een kruimeltje data naar buiten gebracht. Genoeg om het publiek te imponeren en de concurrentie schrik aan te jagen, te weinig voor wieleranalisten om echt chocola van te maken.
Toch valt er wel iets te zeggen over Pogacars ontwikkeling, zegt Van den Berg. Zo is de Sloveen drie jaar geleden begonnen aan een grote inhaalslag qua training, voeding en materiaal – de drie cruciale componenten van het moderne wielrennen. Zijn eerste twee Tourzeges (2020, 2021) behaalde hij grotendeels op talent: UAE was een tamelijk ongeorganiseerde ploeg, met minder goed materiaal en een minder wetenschappelijk gedreven aanpak dan rivaal Visma-Lease A Bike. „Wij zeiden in die tijd: het is goed dat Pogacar niet op een Cube rijdt of op een Cervélo [top end koersfietsen, red.]”, zegt Aike Visbeek, ploegleider bij het Belgische Lotto-Intermarché.
Na twee keer in de Tour te zijn geklopt door Visma-kopman Jonas Vingegaard, ging bij Pogacar en zijn ploeg het roer om. Hij kreeg een nieuwe persoonlijke trainer, de Spanjaard Javier Sola, die hem aan zijn explosiviteit liet werken. Er kwamen betere fietsen en een gestructureerder programma met hittetraining en meer hoogtestages. „Tot die tijd deed Pogacar vaak maar wat”, zegt Van den Berg. „De speelvogelmentaliteit verdween.”
De nieuwe aanpak betaalde zich uit: sinds 2024 won Pogacar de Giro d‘Italia, twee keer de Tour, zegevierde hij in vijf monumenten (de belangrijkste wielerklassiekers) en werd hij twee keer achtereen wereldkampioen op de weg. Die overwinningen boekte hij vrijwel allemaal met lange solo’s waar niets tegen te beginnen was. De wegwedstrijd van het WK in Kigali (Rwanda) was illustratief voor het hele seizoen: 66 kilometer van de finish demarreerde Pogacar, een paar minuten later was de koers beslist en resteerde een strijd om plek twee. Een slaapverwekkende vertoning.
Rente op rente
Pogacars verstikkende dominantie, zegt Jim van den Berg, zou wel eens te verklaren kunnen zijn met een begrip uit de financiële wereld: compounding, vrij vertaald: rente op rente. Kort gezegd profiteert de Sloveen van een zichzelf versterkend proces. Als groot talent kreeg hij al van jongs af aan beter materiaal, betere begeleiding en een speciaal wedstrijdschema. „Al die factoren beïnvloeden elkaar, op verschillende niveaus”, zegt Van den Berg. „Daarnaast kost een koers hem vanwege zijn hoge niveau minder inspanning, waardoor hij sneller herstelt dan de concurrentie.”
Als een renner deze cyclus seizoen na seizoen doorloopt, zonder ziekte of grote blessures, ontstaat volgens Van den Berg een ‘stapeleffect’ dat te vergelijken is met vermogensaanwas. „Je blíjft maar verbeteren.” In koers is dit zichzelf versterkende effect goed zichtbaar: Pogacars ploeg heeft het meeste geld, dus de beste knechten, die het tempo vanaf het begin verschroeiend hoog kunnen houden. „Als Pogacar dan wegspringt, kan de concurrentie niet mee”, zegt ploegleider Aike Visbeek. „En in z’n eentje vooruit loopt hij minder kans op valpartijen – wat zijn kans om te winnen weer vergroot.”
Overigens moet één aspect niet vergeten worden bij Pogacar. In de afgelopen vijf seizoenen kwam hij slechts één keer serieus ten val, toen hij in Luik-Bastenaken-Luik twee botjes brak in zijn linkerhand. Andere ronderenners (Vingegaard, Remco Evenepoel, Primoz Roglic) crashten veel vaker, met ingrijpende gevolgen. In het voorjaar van 2024 gingen ze zelfs alledrie tegelijk tegen het asfalt, in de Ronde van het Baskenland. Hoewel Pogacar behendig stuurt en vrijwel altijd goed gepositioneerd zit in het peloton, zijn valpartijen in het wielrennen niet te vermijden – zelfs niet voor de allerbesten. De conclusie, aldus Jim van den Berg: Pogacar heeft ook gewoon geluk gehad. „Honderd procent.”
Druk en vermoeidheid
De overmacht van Pogacar leidt „natuurlijk wel tot een beetje gelatenheid in het peloton”, zegt Oliver Naesen (35), een Belgische coureur in Franse dienst. Zelf behoort hij niet tot de klassementsrenners; hij kan er als liefhebber „echt van genieten als één iemand zoveel beter is”. Maar de stemming onder Pogacars belangrijkste uitdagers omschrijft Naesen als volgt: „Het is niet van: hij hij heeft gewonnen en dus ik heb verloren. Nee, hij heeft gewonnen – uiteraard. En heel goed dat ik tweede ben geworden.”
Pogacar, zegt Naesen, heeft niet alleen een fysieke voorsprong op zijn tegenstanders. „Ook de mentale last van een wedstrijd is voor hem minder. Omdat hij niet continu hoeft te overleven in koers, is zijn hoofd frisser, hij heeft meer vertrouwen.” Toen Pogacar tijdens de Tour de France van vorig jaar openlijk zei te worstelen met de druk en de vermoeidheid („Ik vraag me wel eens af wat ik hier nog doe”), werd dat als bijzonder ervaren. Jim van den Berg: „Deze Pogacar kenden we nog niet.”
Omdat Pogacar niet continu hoeft te overleven in de koers, is zijn hoofd frisser, hij heeft meer vertrouwen.
De vuistregel in het huidige wielertijdperk: hoe zwaarder het parcours, hoe groter de kans dat Pogacar wint. Hij is op z’n best in lange inspanningen met veel hoogtemeters. Wil het wielrennen in het tijdperk-Pogacar aantrekkelijk blijven, zegt Aike Visbeek van Lotto-Intermarché, dan zullen koersen lichter moeten worden. „Anders bezorgt het wielrennen zichzelf een slechte dienst. Het moet wel spannend blijven. Nu zeggen mijn vrienden: zodra Pogacar is gedemarreerd, zetten we de tv uit. Of we gaan voetbal kijken.”
Een voorbeeld van zo’n lichtere koers: Milaan-Sanremo. Dat klinkt op het eerste gezicht vreemd voor de langste klassieker van het seizoen (bijna 300 kilometer). Maar wie het parcours kent, weet dat ‘La Primavera’ nooit eerder wordt beslist dan op acht kilometer van de finish, op de slotklim in San Remo: de Poggio. Vanwege het vlakke parcours en de wind zijn lange solo’s – Pogacars sterkste wapen – in deze wedstrijd praktisch onmogelijk.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/16101559/200326SPO_2032258519_1.jpg)
Tadej Pogacar (rechts) rijdt naast zijn rivaal Mathieu van der Poel in de editie van Milaan-Sanremo van 2025.
Getty ImagesHet is dus geen toeval dat de beste wielrenner aller tijden er nog nooit in slaagde om Milaan-Sanremo te winnen. In de afgelopen jaren werd hij achtereenvolgens vijfde, vierde, derde en derde. Vorig jaar – de mooiste editie in decennia – deed hij een poging om te demarreren op de voorlaatste klim, de Cipressa, maar zijn rivaal Mathieu van der Poel kon volgen en was hem voor de tweede keer te snel af op de finish. De verwachting is dat Pogacar en zijn ploeg het dit jaar opnieuw gaan proberen op de Cipressa (of zelfs eerder), maar Milaan-Sanremo blijft voor hem – zo zegt hij ook zelf – de moeilijkste klassieker om te winnen.
En de rest van het seizoen? Daar dreigt opnieuw de hegemonie van Pogacar. Desondanks hoeven de wielerfans niet te vrezen dat zijn rivalen zich bij voorbaat gewonnen geven, zegt Oliver Naesen. „Wij wielrenners hebben een enorm kortetermijngeheugen. We vergeten al snel hoe het is om op onze falie te krijgen. Er zullen altijd genoeg toppers zijn die het aandurven tegen Pogacar, ook al is dat tegen beter weten in.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21191106/210326SPO_2032353947_MilaanSanremo04.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21155111/210326VER_2032472327_Orban.jpg)


/https://content.production.cdn.art19.com/images/07/d4/34/68/07d43468-8b48-4130-b809-fb75ef8b6ab6/5e18ab12d98ae7c2c58d68e7ae81cb151838534cb67121a718ab909d6856e42b09f7fdbba91732110ab564525de0941b02b8667823ed57831a6be87d903d1b8b.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19001957/ANP-329167167.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19074625/190326DAT_2031773251_fvd.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/17160806/180326CUL_2032365903_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/18224044/180326DEN_2032403576_D66.jpg)
English (US) ·