Quinn Simmons wil water, en snel. Al enige tijd zwaait de Amerikaanse renner, herkenbaar aan zijn lange rode haar en handlebar snor, in de kopgroep met zijn hand. De etappe is nog geen half uur onderweg, Simmons en zijn medevluchters rijden met 65 kilometer per uur over een smalle Franse D-weg.
„Snel, een bidon!”, roept Servais Knaven vanachter het stuur van de neutrale wagen. Zijn raampje gaat open, vanaf de achterbank overhandigt mecanicien Daan Adams een drinkbus.
„Can I have three waters?”, schreeuwt Simmons terwijl hij de bidon aanpakt. Hup, daar geeft Knaven er nog twee. Eentje gooit de renner meteen leeg over zijn hoofd, de andere twee stopt hij in de achterzak van zijn truitje. En weg is Simmons, terug naar de kop van de ontsnapping. Geen tijd om dankjewel te zeggen.
„Pfff”, zegt Knaven, „ze rijden volle bak jongens. En dat met veertig graden!”
De Tour de France is bezig aan een van zijn warmste weken ooit. Midden in een hittegolf doorkruist het peloton Zuid-Frankrijk, in westelijke richting. Dinsdag 7 juli, etappe vier van Carcassonne naar Foix, is de heetste dag van allemaal – met temperaturen van tegen de veertig graden. De enige remedie: heel veel drinken. Maar hoe voorzie je het Tourpeloton van voldoende water?
Op zo‘n dag moet je bij de neutrale wagen zijn. In principe hebben de blauwe auto’s en motoren van Shimano een andere functie: ze zijn er om renners met pech te helpen als hun volgauto niet in de buurt is. Maar nu er gekoerst wordt bij zulke hoge temperaturen, vormen Servais Knaven en zijn mannen ook een belangrijke link in de verkoelingsketen. Bevindt de ploegleider zich elders in koers? Is de moto fraîcheur – een speciale motor met bidons – nergens te bekennen? Dan deelt de neutrale wagen bidons uit en ‘ijspanty’s: dameskousen gevuld met ijs die de renners achterin hun truitje stoppen.
Klikpedalen en reservewielen
Kijk, daar zwaait de volgende renner alweer: Robert Stannard uit Australië. Hij laat zich terugzakken tot naast de auto, Knaven geeft hem een flesje water. „Nog eentje?” Ja, roept Stannard en reikt al naar de volgende bidon. Knaven: „Ho, don’t break my arm!”
De mecaniciens van de neutrale service zijn vanochtend om zeven uur opgestaan. Ze hebben hun auto’s opgebouwd, alles dubbelgecheckt. Op het dak staan zeven reservefietsen, op de achterbank en in de kofferbak liggen dertien reservewielen. Er zijn drie blauwe wagens in koers, plus een motor met extra reservewielen.
Je wil niet dat het zadel te hoog staat van een fiets die je aan Pogacar geeft
Voor vertrek laat materiaalman Adams een map zien met lijsten. Daarop zie je in één oogopslag alle essentiële informatie over de deelnemende ploegen. Met welk merk klikpedaaltjes rijden ze? Welke type schijfremmen zit er op hun fiets? Zit de steekas van de wielen aan de linker- of rechterzijde? Als een renner pech heeft, telt iedere seconde – de mecanicien moet dus in één keer naar de juiste fiets of het juiste wiel kunnen grijpen.
Essentieel is de zadelhoogte van de renners. Die heeft Adams ook in zijn map staan – van elk van de (nu nog) 180 renners uit het Tourpeloton. De fietsen op het dak, vertelt hij, staan afgesteld op de zadelhoogte van de top-10 van het algemeen klassement. Dat is, zegt Servais Knaven, „niet om iemand te bevoordelen” – zijn organisatie is „volledig neutraal”. Maar uiteindelijk is de belangrijkste taak van de neutrale wagen het bijstaan van de favorieten in koers. „Daar staan de tv-camera’s op. En je wil niet dat het zadel te hoog staat van een fiets die je aan Pogacar [viervoudig Tourwinnaar, red.] geeft.”
Met 80 langs wegversmallingen
Knaven is oud-wielrenner en voormalig ploegleider, onder wielerfans bekend vanwege zijn zege in Parijs-Roubaix in 2001. Sinds twee jaar geeft hij leiding aan het Shimano-team voor Frankrijk en de Benelux. De chauffeurskunsten uit zijn tijd als ploegleider kan hij in zijn huidige baan goed gebruiken, want het gaat er hectisch aan toe in koers. Met soms wel 80 kilometer per uur scheert Knaven rakelings langs teamauto’s, toeschouwers en wegversmallingen. Ondertussen communiceert Knaven via de boordradio met meerdere collega’s en de Tourorganisatie – in drie talen tegelijk.
Lees ook
‘Zoals jij vandaag rijdt, kun je winnen’, kreeg Servais Knaven te horen op weg naar zijn zege in Parijs-Roubaix
Knaven en Adams rijden in de tweede auto van Shimano. In een etappe als deze, met een lange ontsnapping, betekent dat een geprivilegieerde positie: de hele dag achter de kopgroep. Alleen de wagen van koersdirecteur Christian Prudhomme zit dichter op de renners.
„Servais, we hebben hier vijftien bidons voor je”, klinkt het over de boordradio. Na anderhalf uur koersen is de watervoorraad in Knavens auto alweer op – er moet worden bijgevuld uit de eerste wagen. We parkeren in de berm, een collega komt aangerend en overhandigt een grote tas vol drinkbussen en ijspanty’s. Binnen twintig seconden rijdt Knaven weer.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/08100121/100726SPO_2034610473_4.jpg)
De neutrale wagen mag vlak achter de kopgroep rijden.
Foto Idriss Bigou-GillesToooeet! Voortdurend komen volgauto’s langszij om hun renners van water te voorzien. De meeste coureurs pakken er meteen drie bidons tegelijk aan. De eerste gaat over het hoofd, de tweede in de bidonhouder, de derde in de achterzak – voor een teamgenoot. Vrijwel altijd houdt de renner de bidon een paar tellen langer vast dan nodig, zodat hij eventjes getrokken wordt door de auto – een ‘plakbidon’.
„Ja”, zegt Adams op de achterbank, „daar zijn met name de Fransen erg goed in.”
De sfeer in de auto is geconcentreerd en goedgemutst. Knaven en Adams brengen dagelijks urenlang met elkaar door, dus running gags en sarcastische grappen zijn nooit ver weg. Als de boordradio omroept dat de volgende rotonde aan beide kanten (à chaque côté) genomen kan worden, roepen Knaven en Adams unisono: „Ah, Jacques Côté!”
Oude barrels
Op de tweede klim van de dag staat een renner van een Spaanse ploeg naast zijn fiets. Hij priegelt aan zijn derailleur. Stoppen? „Nee, gaan we niet doen”, zegt Knaven. „Z’n ploegleider zit er al bij, kijk maar.”
Ook als hun volgwagen niet in de buurt is, vertelt Knaven, willen renners niet altijd een reservewiel of een blauwe fiets van Shimano – soms blijven ze liever wachten. Aan neutrale service kleeft wel eens het imago van welwillende amateurs met oude barrels op het dak, waarvan je als renner niet van afhankelijk wil zijn. Volkomen onterecht, vindt Knaven. De blauwe frames zijn „maximaal drie tot vier jaar oud”, afkomstig van de grote fietsenmerken en afgemonteerd met derailleurs, remmen en pedalen „uit het topsegment”.
Een ‘plakbidon’, daar zijn met name Franse renners erg goed in
Natuurlijk, zo’n model gaat nooit hetzelfde voelen als je eigen fiets, zegt Knaven. „Maar het is puur om te overleven totdat je ploegleider achter je zit. Als ze blijven wachten op hun eigen volgauto, hebben ze binnen de kortste keren een minuut achterstand in plaats van twintig seconden.”
Wat de reputatie van de neutrale service het afgelopen jaar enorm heeft verbeterd, zegt Knaven, zijn twee reddingsacties voor de beste wielrenner ter wereld, Tadej Pogacar. In de Tour de France van vorig jaar kreeg hij zijn ketting er niet meer opgelegd na een val – en de neutrale mecanicien had hem er in een paar seconden wél op. En dit voorjaar in Parijs-Roubaix kreeg Pogacar een neutrale fiets nadat hij lek was gereden zonder volgauto in de buurt. Zijn tijdverlies bleef tot een minimum beperkt, zodat hij kon blijven meedoen om de zege. „We kregen daar ontzettend veel positieve reacties op”, zegt Knaven.
Al een maand nuchter
Even respijt. Drie van de vier beklimmingen zijn achter de rug, de kopgroep rijdt over een plateau. Hun voorsprong bedraagt inmiddels meer dan zeven minuten – het peloton met de favorieten heeft de ontsnapping zijn zegen gegeven.
„Ollie, wat is er gebeurd?” Knaven heeft zijn raampje opengedraaid en rijdt naast de volgauto van de Red Bull-Bora-ploeg. Het rek op het dak is verbogen en ze missen een fiets.
„De luifel van een andere teambus geraakt”, antwoordt ploegleider Oliver Cookson. Lachend: „En dat terwijl ik al een maand nuchter ben.”
„Zie je wel, dat is ook niet goed voor je!”
Knaven geeft de koersdokter ook een flesje water, evenals de Shimano-collega op de motor. En een man op een witte motor. Wie dat is? „Geen idee”, grinnikt Knaven. „Maar we zijn hier één grote familie.”
En daar gaan we weer. Met nog vijf kilometer tot de laatste klim van de dag is het weer tijd om op schuiven. Met 60 à 70 in het uur stuurt Knaven langs alle volgwagens om aan de voet van de col bij de kopgroep te zitten, achter de directeur général. Er klinkt een luide krak. We hebben een weggegooide bidon geplet.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/08100017/100726SPO_2034610473_2.jpg)
Met 60 à 70 kilometer per uur stuurt de neutrale wagen langs de andere volgauto’s.
Foto Idriss Bigou-GillesOp de klim valt de kopgroep genadeloos uit elkaar. Eén voor één rijden we de gelosten voorbij. Op de smalle weg met haarspeldbochten ontvouwt zich tussen de neutrale wagen en de volgauto’s een spel van opschuiven en terugvallen. Knaven ergert zich aan de régulateur, een wedstrijdfunctionaris die op vrij autoritaire wijze volgauto’s tegenhoudt en opzij dirigeert. „Pfff, wat een stress, jongen.”
Lees ook
Klimaatverandering zit Tour de France op de hielen
Ja, zegt Knaven, de hitte maakt de koers chaotischer. „Als het twintig graden is, vragen de renners niet constant om water. Nu wel.” Iedere keer als een renner zijn hand opsteekt voor een bidon, wordt de naam van zijn ploeg omgeroepen via de koersradio – waarna er een volgauto langszij komt. Volle concentratie vereist.
„Wat doet híj daar?” Tijdens de afdaling naar de finish wijst Knaven op een motor met een fotograaf achterop, die vlak achter de kopgroep rijdt. „Hij is niet eens bezig met foto’s te maken. Wíj moeten werken. Als er nu een renner pech heeft, moeten we aan de slag.”
Een slok cola
We draaien aankomstplaats Foix binnen. De overgebleven renners uit de kopgroep gaan rechtsaf een brug over, voor de laatste 500 meter tot de finish. De neutrale wagen wordt, net als alle andere volgwagens, van het parcours afgeleid. En dan staan we ineens stil.
Knaven neemt een slokje van zijn cola. Na ruim vier uur koers zit het erop. Even wachten op de andere auto’s en dan door naar het hotel. Het materiaal op de wagens moet worden nagekeken en opgepoetst. Voor de werkdag erop zit en ze aan de maaltijd kunnen, is het zo 21.00 uur.
De bidons en ijspanty‘s zijn glad opgegaan. Maar renners met pech hebben ze niet hoeven helpen vandaag. Jammer? „Nee hoor”, zegt Knaven. „We waren er wanneer we er moesten zijn. En als er niets te doen is, is dat ook goed.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/10183340/100726VER_2035146391_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/10193834/100726VER_2035146917_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09113142/100726SPO_2035057114_2.jpg)




/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/11140959/110626ECO_2034285046_Sabic.jpg)

English (US) ·