Zet een groep slimme mensen bij elkaar, geef ze een grote zak geld, en ze ontwikkelen in recordtempo baanbrekende nieuwe technologie. Het is een beproefd recept onder investeerders en startups in Silicon Valley en ver daarbuiten. Maar is dit wel de juiste aanpak als de startup draait om technologie die het klimaat overal op aarde doelbewust beïnvloedt?
Die vraag is niet hypothetisch: Stardust, een Israëlisch-Amerikaans bedrijf, wil technologie ontwikkelen om in de stratosfeer zonlicht tegen te houden zodat de temperatuur op aarde daalt. Daarvoor heeft het eind 2025 60 miljoen dollar (zo’n 52 miljoen euro) opgehaald bij investeerders.
Dit is tot nu toe het terrein van de wetenschap, waar voorzichtig stapjes worden gezet om meer kennis te vergaren over dit soort acties. Stardust zegt nu nieuwe materialen te hebben en grootschalige inzet in het komende decennium mogelijk te achten. Dat het bedrijf zich nu roert, zorgt voor onrust bij onderzoekers en betrokkenen. Ze hebben zorgen over het verdienmodel, het gebrek aan transparantie – Stardust houdt onderzoeksresultaten vooralsnog voor zichzelf – en de afwezigheid van toezicht en controle vanuit een overheid.
„Als het gaat over klimaatinterventies is transparantie het belangrijkste wat er is”, zegt hoogleraar Herman Russchenberg, wetenschappelijk directeur van het climate action-programma van de TU Delft. „Niemand mag het idee hebben dat je nog kaarten in je mouw hebt zitten. Die transparantie is er bij Stardust tot nu toe niet. Ze zijn sterk technologiegedreven, maar daarmee gaan ze voorbij aan veel risico’s op andere vlakken, aan de impact die dit kan hebben op de wereld.”
„Stardust volgt de Silicon Valley-route van productontwikkeling”, zegt Wouter Boon, hoogleraar innovatie- en transitiestudies aan de Universiteit Utrecht. „Durfinvesteerders willen doorgaans binnen een paar jaar resultaat zien, dat staat haaks op de voorzichtigheid die bij milieu-, klimaat- of gezondheidszaken geboden is.”
Zonlicht reflecteren
De techniek waar Stardust aan werkt heet solar geo-engineering, of solar reflection modification (SRM). Een grote wolk van deeltjes in de stratosfeer – de luchtlaag boven de atmosfeer – houdt een beetje zonnestraling tegen, waardoor de temperatuur op aarde daalt en de gevolgen van klimaatverandering beperkt blijven, is het idee. Een echte oplossing voor klimaatverandering is het niet, de broeikasgassen die de atmosfeer opwarmen blijven immers bestaan, het zou fungeren als ‘pijnstiller’, die de effecten van klimaatverandering voor een deel dempt.
Toepassing van een techniek als deze zou een gigantisch wereldwijd project zijn: decennialang zouden er nog te ontwikkelen stratosfeervliegtuigen de lucht in moeten. Die laten dan op strategische plekken grote hoeveelheden deeltjes los, die zich vervolgens via de luchtstroming in de stratosfeer verspreiden. Zomaar stoppen kan niet, dat zou een schok voor het klimaat betekenen, waar ecosystemen een klap van krijgen.
In de wetenschap is het gesprek over SRM nu enkele jaren gaande. Critici wijzen erop dat SRM waarschijnlijk ook negatieve gevolgen zal hebben voor het klimaat in sommige gebieden: neerslagpatronen kunnen veranderen en het soort deeltje waar wetenschappers tot nu toe vooral naar kijken beschadigt de ozonlaag. Toch al kwetsbare landen ondervinden door hun ligging waarschijnlijk meer negatieve gevolgen dan welvarende landen.
Bovendien: dit is een wereldwijd project. Zeker met de huidige verhoudingen op het wereldtoneel hebben velen geen vertrouwen dat dit georganiseerd kan worden op een manier die voor iedereen veilig en rechtvaardig is. Als de techniek eenmaal bestaat, kan de verleiding weleens heel groot worden voor een grootmacht om het heft in eigen hand te nemen. Het leidt ook de aandacht af van de enige échte oplossing: uitstootvermindering.
Mensen die het idee graag verder willen onderzoeken wijzen erop dat ‘niks doen’ veel schade veroorzaakt: klimaatverandering heeft nu al flinke gevolgen en dit zal erger worden. Gletsjers smelten weg, er zijn meer orkanen en bosbranden, hittegolven maken slachtoffers en droogte laat oogsten mislukken.
Computermodellen laten zien dat SRM veel van deze ellende kan verlichten, tegen relatief lage kosten. Uit alles blijkt dat de uitstoot van broeikasgassen niet snel genoeg zal dalen, laten we dan ten minste deze mogelijkheid onderzoeken, is de teneur uit deze hoek.
Onder wetenschappers suddert deze discussie voort. Op het vlak van toezicht op te ontwikkelen technieken gebeurt weinig. Stardust lijkt de wetenschappers nu rechts in te halen.
Atoomonderzoekers
Stardust is in 2023 opgericht door drie onderzoekers met een serieuze staat van dienst. De Israëlische ceo Yanai Yedvab was eerder een van de hoofdwetenschappers van het Israëlische atoomenergieagentschap en in 2020 was hij betrokken bij een overheidsadviesraad over Covid-19, zo vermeldt hij op LinkedIn. Hoofdonderzoeker van Stardust is Eli Waxman, tevens hoofd van de afdeling deeltjesfysica en astrofysica aan het in Israël gevestigde Weizmann Institute for Science. Derde oprichter is kernfysicus Amyad Spector, die eerder bij het nucleair onderzoeksinstituut Negev in Israël werkte.
In totaal werken er volgens de site van Stardust zo’n 25 mensen. „We hebben een sterk team van onder anderen natuurkundigen, chemici, materiaalkundigen en luchtvaartexperts, waarmee we in staat zijn om een end-to-end-oplossing te ontwikkelen”, laat Yedvab weten in een e-mail aan NRC. Op herhaaldelijke verzoeken tot een interview ging Stardust niet in, wel heeft Yedvab via e-mail antwoord gegeven op een tiental vragen.
Dat het bedrijf in 2025 een bedrag van 60 miljoen dollar heeft weten op te halen is opvallend: het is het enige bedrijf in dit veld dat zulke bedragen bij elkaar weet te brengen. In 2023 haalde Stardust al 15 miljoen dollar op. Dat is heel wat, voor een investeringsronde in de vroege levensfase van een bedrijf. Softwarebedrijven als Uber en Spotify begonnen met grofweg 10 miljoen dollar; de Nederlands-Franse scale-up Thorizon, die werkt aan een innovatief soort kerncentrale, heeft in totaal 42,5 miljoen euro binnengehaald.
In totaal ging tussen 2007 en 2024 zo’n 185 miljoen dollar naar SRM-onderzoek, blijkt uit een tracker van SRM360, een online platform over onderzoek en discussie rond SRM. Vrijwel alles ging naar wetenschappelijke instellingen. Vorig jaar maakte de Britse overheid 45 miljoen pond vrij (ook zo’n 60 miljoen dollar) voor onderzoek naar geo-engineering via het ARIA-programma. Dat geld wordt verdeeld over 21 (wetenschappelijke) projecten.
De investeerders die de 60 miljoen voor Stardust bij elkaar brengen worden aangevoerd door Lowercarbon Capital, schrijft Yedvab in zijn e-mail. Dat is het investeringsfonds van voormalig Google-ondernemer en inmiddels techmiljardair Chris Sacca, die eerder onder meer geld stak in Twitter, Uber en Instagram.
Met Lowercarbon investeerde hij tot nu toe vooral in bedrijven die uitstoot van broeikasgassen terug willen dringen. Daaronder zijn Panthalassa, dat 53 miljoen dollar ophaalde in 2024 om waterstof te produceren op de oceaan, en Heart Aerospace, dat 107 miljoen dollar ophaalde in 2024 om elektrische vliegtuigen te ontwikkelen.
Andere investeerders in Stardust zijn onder meer Future Positive (uit Parijs), Future Ventures (uit Sillicon Valley) en Never Lift Ventures (uit New York).
Tijd winnen
Yedvab richtte Stardust op uit bezorgdheid over klimaatverandering, schrijft hij. „Het gat tussen wat de wereld heeft beloofd ertegen te doen en wat ze daadwerkelijk doet wordt alsmaar groter. We willen overheden een veilige, bruikbare en verantwoorde optie geven om tijd te winnen om het klimaat te stabiliseren.”
Hij wil drie dingen doen: deeltjes ontwikkelen die geen schade aanrichten in de stratosfeer of op het aardoppervlak, een manier vinden om de deeltjes goed te verspreiden, en een aanpak bedenken om de deeltjes en het effect dat ze hebben te monitoren. „Al deze bouwstenen tegelijkertijd ontwikkelen is in onze ervaring de enige effectieve manier om vooruitgang te boeken in zo’n complex probleem.”
Stardust zou al ver zijn met zijn nieuwe reflectieve deeltjes, al blijven ze er vooralsnog vaag over. Yedvab zegt op korte termijn onderzoeksresultaten te willen publiceren in een peer reviewed wetenschappelijk tijdschrift, maar wanneer dit gaat gebeuren is nog ongewis. Stardust is ook bezig met patenten.
Yedvab en zijn collega’s komen over alsof ze serieus genomen moeten worden – anders dan eerdere bedrijfjes die claimden met SRM klimaatverandering tegen te willen gaan. Het Amerikaanse Make Sunsets deed in 2022 stof opwaaien door stratosfeerballonnen met kleine hoeveelheden zwaveldeeltjes op te laten. Ze financierden dit door ‘cooling credits‘ te verkopen waarmee mensen en bedrijven zouden kunnen aantonen dat ze aan verkoeling bijdroegen. Maar de mensen daarachter zijn geen wetenschappers en veel geld is er ook niet. Dat ligt bij Stardust anders.
„Het team van Stardust is serieus, en ik acht de kans groot dat ze de wetenschap en techniek in dit veld een stuk verder helpen”, zegt hoogleraar Hugh Hunt, adjunct-hoofd van het Centre for Climate Repair van de Universiteit van Cambridge. „Het is belangrijk dat er openheid komt. Ik wil graag meer weten over hun materialen, maar ik heb begrepen dat we daar pas meer over horen als hun patentaanvraag afgerond is.”
Stardust is bij het Centre for Climate Repair op bezoek geweest om mogelijke samenwerking te bespreken, vertelt Hunt. „Maar wij werken openbaar, transparant en zonder winstoogmerk en dat is lastig voor een privaat bedrijf. We hebben de samenwerking daarom niet doorgezet, ook al zagen we wetenschappelijk gezien wel mogelijkheden.”
Deeltjes
De zoektocht naar een ‘veilig deeltje’ is cruciaal. Tot nu toe is vooral zwaveldioxide onderzocht. Dat is niet toevallig: bij grote vulkaanuitbarstingen komt ook zwaveldioxide (een gas) vrij, dat in de stratosfeer terechtkomt en leidt tot een zonlichtdimmend effect. Een beroemd voorbeeld in de context van SRM is de uitbarsting van de vulkaan Pinatubo in de Filipijnen in 1991, die de temperatuur op aarde tijdelijk deed dalen. Zwaveldioxide is echter niet ideaal; in de stratosfeer reageert het met water en zuurstof en vormt dan zwavelzuur. Dat reflecteert zonlicht weliswaar goed, maar is ook slecht voor de ozonlaag, warmt de stratosfeer op en veroorzaakt zure regen.
De wetenschap is ook op zoek naar materialen die minder schadelijke gevolgen hebben. „Hier in Delft kijken we bijvoorbeeld naar calcietdeeltjes”, zegt Russchenberg. „Die zijn niet schadelijk voor de ozonlaag. Het is inmiddels mogelijk om hiervan deeltjes van het juiste formaat te maken. Maar waar zwaveldioxide als gas in de stratosfeer wordt gespoten, zou dat voor calcietdeeltjes in vaste vorm zijn en dat klontert.”
Als er één belangrijke les is die de milieuwetenschap ons heeft geleerd, dan is het wel hoe cruciaal het is om het lot van elk nieuw materiaal in het milieu te begrijpen
„Aluminiumoxide en zelfs diamant worden ook onderzocht, die deeltjes hebben goede reflectieve eigenschappen”, zegt Sandro Vattioni, wetenschapper op het gebied van experimentele atmosferische fysica aan ETH Zürich. „Om klonteren te voorkomen zou je ze heel langzaam kunnen loslaten, maar dat betekent dat je lang op grote hoogte moet vliegen en dat kost ofwel heel veel brandstof, of je kunt geen grote ladingen meenemen de lucht in. Dat zijn belangrijke nadelen.”
Er is sprake van dat het deeltje waar Stardust aan werkt kunstmatig is, in een fabriek gemaakt. Dat zou het wat Vattioni betreft minder aantrekkelijk maken. „Het is extreem duur om zulke kleine deeltjes in de gigantische hoeveelheden te maken die nodig zouden zijn. Vooral in vergelijking met zwaveldioxide, dat alomtegenwoordig en heel goedkoop is.”
„Dat zwaveldioxide veel gebruikt wordt in het onderzoek is niet omdat het een perfecte stof hiervoor zou zijn”, schrijven de vooraanstaande Amerikaanse SRM-onderzoekers David Keith en Daniele Visioni in een kritisch opiniestuk over Stardust op de site van de Universiteit van Chicago, waar Keith aan verbonden is. „Het wordt gebruikt omdat de brede impact op het klimaat en het milieu goed begrepen wordt. Als er één belangrijke les is die de milieuwetenschap van de 20ste eeuw ons heeft geleerd, dan is het wel hoe cruciaal het is om het uiteindelijke lot van elk nieuw materiaal dat in het milieu terechtkomt te begrijpen.” De twee betwijfelen ten zeerste of de langetermijngevolgen van een nieuw materiaal wel goed doorgrond kunnen worden.
Snelheid
Stardust denkt rond 2035 klaar te zijn voor grootschalige toepassing. Dat is tenminste wat blijkt uit een document voor investeerders dat nieuwssite Politico heeft ingezien. In zijn e-mail aan NRC is Yedvab voorzichtiger. „We ontwikkelen een technologie die over een aantal jaren klaar moet zijn, zodat het in het komende decennium een optie wordt voor overheden.”
„Het kost jaren aan onderzoek om zoiets als het klonterprobleem op te lossen”, zegt Russchenberg. „Ik heb daarom mijn twijfels bij zo’n tijdlijn.” Ook Vattioni denkt dat het zo snel niet zal gaan. „Ik denk dat ze wel experimenten kunnen doen, en misschien een prototype van een vliegtuig kunnen maken, maar iets grootschaligs niet. Daar is meer voor nodig dan één bedrijf en 60 miljoen dollar.”
„Ze noemen die korte tijdlijn wellicht om investeerders aan te trekken”, zegt Vattioni. „In de start-upwereld is het niet ongebruikelijk om te oversellen richting investeerders.”
Dat Stardust met investeerders werkt doet veel wenkbrauwen fronsen. Investeerders willen uiteindelijk geld verdienen, vandaar ook de patenten en het voorlopige gebrek aan transparantie. Dat strookt niet met hoe de wetenschap vindt dat SRM-technieken ontwikkeld zouden moeten worden: in alle openheid en onafhankelijk. Het gaat immers niet om een willekeurig product, het gaat om het klimaat van de hele aarde.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/11151236/200326ECO_2032198503_2.jpg)
Het is niet zonder gevolgen om zwaveloxide de atmosfeer in te spuiten, maar die gevolgen zijn door vulkaanuitbarstingen wel begrepen.
Foto by JOHAN ORDONEZ/AFP„Durfinvesteerders werken doorgaans met rondes van een paar jaar”, zegt innovatiehoogleraar Boon. „In elke ronde wordt het opgehaalde geld grotendeels uitgeven en verwachten investeerders een resultaat. Hoe verder je komt, hoe groter de kans voor de investeerders is om een financiële klapper te maken. Dit soort investeerders zitten er niet voor decennia in, die willen sneller rendement zien.”
Die hoop op een financiële klapper raakt aan een van de risico’s waar tegenstanders al jaren voor waarschuwen: hoe dieper je erin zit, hoe verleidelijker om het ook daadwerkelijk te gaan doen, met alle risico’s van dien. Eerder waarschuwden ze vooral voor wetenschappelijke carrières die rond SRM gebouwd worden – die personen kunnen gedreven door persoonlijk belang het veld steeds verder voorwaarts blijven duwen – nu komt daar de druk vanuit het grote geld bij.
„Het probleem van SRM is dat er geen verdienmodel is”, zegt hoogleraar Hunt. „Burgers of bedrijven kunnen nooit klanten zijn, het zullen overheden zijn die al dan niet met SRM aan de slag gaan.” Daar is Yedvab zich bewust van, hij noemt het woord overheid negentien keer in zijn e-mail. Stardust is echt niet van plan op eigen houtje massa’s deeltjes in de stratosfeer te spuiten, benadrukt hij steeds.
Tegenstanders van geo-engineering waarschuwen al jaren: hoe dieper je erin zit, hoe verleidelijker om het ook daadwerkelijk te gaan doen
Dat er iemand flink kan gaan verdienen aan het klimaat voelt wellicht ongemakkelijk, maar er zijn voorbeelden waar overheid en private partijen naar tevredenheid samenwerken. „Neem de ruimtevaart”, zegt Boon. „Daar zijn NASA en ESA een soort publieke opdrachtgevers die diensten inkopen van private ondernemingen. En ook bij het bestrijden van infectieziekten worden nieuwe technieken succesvol in een publiek-private samenwerking ontwikkeld.”
Ook Yedvab noemt de gezondheidszorg en de ruimtevaart als voorbeelden van hoe hij samenwerking met de overheid uiteindelijk voor zich ziet. „Ik zie het werken met patenten ook helemaal niet als tegengesteld aan transparantie, het patentsysteem dwingt ons juist alle details van onze oplossing te openbaren.”
Positie innemen
Het brede publiek hoort dankzij Stardust wellicht voor het eerst over deze manier van ingrijpen in het klimaat. „Toen Make Sunsets ballonnen opliet naar de stratosfeer vroegen we een grote groep mensen wat ze van SRM vonden”, vertelt universitair docent Chad M. Baum, die aan de Universiteit van Aarhus onderzoek doet naar publieke perceptie van SRM. „We legden ze verschillende scenario’s voor, van klein- tot grootschalige toepassing. Mensen bleken heel ongeïnteresseerd, dat verbaasde ons zeer. Het was misschien ook te hypothetisch toen. Met Stardust is er echt iets veranderd. Ik ben benieuwd of ook de perceptie nu gaat schuiven.”
Hoewel ze allemaal kritisch zijn op hoe het bedrijf zich tot nu toe opstelt, noemen alle geïnterviewden voor dit stuk ook een voordeel aan de snelle opkomst van Stardust: het schudt overheden hopelijk wakker. Ze zouden graag zien dat gevoelige vraagstukken rond regelgeving een zwieper krijgen. Daarover wordt al jaren gepraat, maar er is nog altijd geen toezichthoudende instantie, laat staan contouren over hoe beslissingen rond inzet van SRM georganiseerd zouden kunnen worden.
„Ze gaan gewoon aan de slag, en dwingen daarmee af dat anderen een positie innemen”, zegt Boon. „Dat hebben we ook gezien toen Uber de taxiwereld opschudde, met AI zitten we er nu middenin. De innovatie en regelgeving ontwikkelen deels gelijktijdig.”
De EU is er nog niet echt mee bezig. In januari beantwoordde Eurocommissaris voor Klimaat Wopke Hoekstra parlementaire vragen over Stardust. Hoekstra is zich bewust van het bedrijf, maar schrijft nog weinig te weten over hun plannen. Hij verwijst naar lopend onderzoek op het gebied van bestuurbaarheid van SRM en een stuk van de Europese wetenschappelijke adviesraad uit december 2024. Daarin werd het advies gegeven positie in te nemen tegen de inzet van SRM, maar er wel onderzoek naar te doen.
Ondertussen lobbyt Stardust in Washington. Politico schreef vorig jaar dat Stardust hiervoor het advocatenkantoor Holland & Knight in de arm had genomen, dat die lobby overigens niet had gemeld terwijl dat wel verplicht is. In zijn mail aan NRC zegt Yedvab op een vraag hierover alleen: „We informeren beleidsmakers over ons werk en benadrukken de noodzaak voor toezicht op SRM-onderzoek en -ontwikkeling. We zijn niet op zoek naar geld of gunsten en hebben het niet over scenario’s voor toepassing van SRM.”
Baum vindt de benadering die Stardust kiest opvallend. „Je kunt wel zo stellig zeggen dat je in de toekomst transparant zal zijn. Maar als je wel achter de schermen bij de Amerikaanse overheid gaat lobbyen, en niet actief bezig bent met publieke perceptie en het betrekken van de wetenschappelijke community, dan weet ik niet of ik dat wel kan vertrouwen. Daden spreken luider dan worden.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21191106/210326SPO_2032353947_MilaanSanremo04.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21155111/210326VER_2032472327_Orban.jpg)


/https://content.production.cdn.art19.com/images/07/d4/34/68/07d43468-8b48-4130-b809-fb75ef8b6ab6/5e18ab12d98ae7c2c58d68e7ae81cb151838534cb67121a718ab909d6856e42b09f7fdbba91732110ab564525de0941b02b8667823ed57831a6be87d903d1b8b.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19001957/ANP-329167167.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19074625/190326DAT_2031773251_fvd.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/17160806/180326CUL_2032365903_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/18224044/180326DEN_2032403576_D66.jpg)
English (US) ·