In zes zeldzame stukjes barnsteen zitten mieren samen met mijten, spinnen en wespen opgesloten. Dat is mogelijk niet toevallig.
Barnsteen (in het Engels ‘amber’ genoemd) is eigenlijk versteende hars. Miljoenen jaren geleden droop die hars uit bomen. Kleine dieren en plantendelen konden erin vast komen te zitten. Voor wetenschappers zijn goede stukjes barnsteen onbetaalbaar: barnsteen bewaart insecten namelijk vaak zó goed dat je zelfs hele kleine details kunt zien. Soms zitten er in een barnsteen niet een soort, maar meerdere soorten tegelijkertijd in opgesloten. Dat heet een syninclusie.
Syninclusies zijn echter lastig te onderzoeken. Dat heeft alles te maken met de vraag waarom de dieren samen in hetzelfde klontje zitten: zochten ze contact met elkaar, of zitten ze gewoon toevallig in hetzelfde stukje barnsteen? Die vraag blijkt in de praktijk heel lastig te beantwoorden.
Leestip: Trommelende rupsen mixen verschillende ritmes om mieren te verleiden
Om het beantwoorden van die vraag in de toekomst (hopelijk) makkelijker te maken onderzocht een team uit Spanje zes bijzondere syninclusies waar ook mieren in voorkomen. De aanwezigheid van de mieren is belangrijk: niet alleen vroeger, maar ook nu nog spelen mieren een belangrijke rol in veel ecosystemen. Ze ruimen op, verspreiden zaden en beïnvloeden de bodem. Daarom is het interessant om te weten welke rol hun vroege voorouders mogelijk speelden.
“Syninclusies laten eigenlijk een momentopname zien van hoe het leven op aarde miljoenen jaren geleden was”, zegt hoofdonderzoeker José de la Fuente van het Institute for Game and Wildlife Research in Spanje. “Door fossiele mieren in syninclusies te herkennen en te beschrijven kunnen we zien welke interacties ze mogelijk hadden met andere soorten.” Het onderzoek is te vinden in Frontiers in Ecology and Evolution.
Mieren en mijten
De zes stukjes barnsteen komen uit verschillende perioden. Vier zijn uit het Krijt en daarmee ongeveer 99 miljoen jaar oud (toen de dinosauriërs nog rondliepen). Een is uit het Eoceen (grofweg 56 tot 34 miljoen jaar geleden). De laatste komt uit het Oligoceen (ongeveer 34 tot 23 miljoen jaar geleden). Met sterke microscopen brachten de onderzoekers de insecten in beeld, bepaalden ze om welke mierensoorten het ging en maten ze de afstand tussen de mieren en andere ingesloten insecten.
In de stukjes barnsteen vonden ze hoofdzakelijk twee mierensoorten: Crown ants en Stem ants. Stem ants zijn vroege mieren die geen moderne nazaten hebben. Crown ants worden daarentegen gezien als de soort waar alle huidige mierensoorten van afstammen. De onderzoekers troffen ook nog een derde mierensoort aan: hell ants. Dat is een uitgestorven soort die afstamde van Stem ants.
Wat vooral opviel: in drie van de zes stukken barnsteen zaten mieren en mijten opvallend dicht op elkaar. In de eerste barnsteen ging het om een crown ant die samen met een wesp en twee mijten opgesloten zat. De mijten lagen zo dicht tegen de mier aan dat het lijkt alsof ze met de mier meereisden. Barnsteen nummer vier bevatte een stem ant met een mijt die op ongeveer vier millimeter afstand zat. In barnsteen nummer vijf zaten verschillende mierensoorten dicht op een enkele mijt en meerdere termieten.
In de andere stukjes barnsteen waren de combinaties wat gemengder. In barnsteen nummer zes zat een stem ant samen met een vermoedelijk parasitaire wesp en een spin. In de overige twee stukken barnsteen zitten mieren met ogenschijnlijk willekeurige diersoorten opgesloten, waaronder een slak en een miljoenpoot.
Simpele vuistregel
Maar dan komt het beantwoorden van de moeilijke vraag: hoe bepaal je nu of een syninclusie een echte interactie laat zien? De onderzoekers gebruiken voor het beantwoorden van die vraag een simpele vuistregel: hoe kleiner de afstand tussen twee organismen, hoe groter de kans dat ze elkaar opzochten. “De syninclusies waarbij een mier dicht op een ander dier zat laten waarschijnlijk een interactie zien,” zegt De la Fuente.
Voor de drie barnstenen waar mieren dicht op mijten zitten hebben de onderzoekers twee mogelijke verklaringen. De la Fuente: “Volgens de eerste verklaring zou het om een onschuldige relatie gaan, waarbij de mijt de mier vooral gebruikt voor een gratis lift naar een nieuw leefgebied. Echter zou het ook kunnen dat de mijt tijdens die reis van de mier at, wat parasitisme suggereert.”
Tegelijkertijd hamert het team erop dat het om mogelijke verklaringen gaat die nog flink kunnen veranderen. Ze doen dat vanwege het eerdergenoemde pijnpunt: barnsteen legt een moment vast, maar niet het hele verhaal.
Daarom stellen de onderzoekers voor om in de toekomst vaker geavanceerde beeldtechnieken te gebruiken. Denk aan micro-CT-scans, waarmee je in 3D door het barnsteen heen kunt kijken. Daarmee kun je bijvoorbeeld zoeken naar speciale aanhechtingsstructuren op de poten van mijten. Het bestaan van zulke haakjes zou kunnen aantonen dat een mijt echt op een mier kon zitten om mee te liften.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Luchtvervuiling veroorzaakt chaos in mierenkolonies: er vallen zelfs doden en Bijzondere zelfopoffering: zieke mieren geven alarmgeur af om hun kolonie te redden . Of lees dit artikel: Van de troon gestoten door het eigen volk: twee miersoorten ontdekt die winnen door aan te zetten tot een opstand .
Schrijf je in voor de nieuwsbrief!
Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week?
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

12 uren geleden
1






English (US) ·