Dieren in de stad zijn brutaler vergeleken met soortgenoten op het platteland

3 dagen geleden 1

Dieren in de stad gedragen zich gemiddeld brutaler vergeleken met soortgenoten op het platteland. Dat concluderen onderzoekers op basis van een meta-analyse van 81 eerdere studies. Hun onderzoek is deze maandag gepubliceerd in Journal of Animal Ecology.

In die 81 studies waren in totaal 133 soorten meegenomen. Driekwart daarvan was vogel, een vijfde was zoogdier, de rest waren reptielen, amfibieën en ongewervelden. De wetenschappers noemen het „een wereldwijde” meta-analyse, maar de 81 studies waren vooral in Europa en de Verenigde Staten uitgevoerd.

In hun analyse richtten de onderzoekers zich op vier gedragingen, waaronder boldness. „Dat is de reactie van een individu op een risicovolle situatie”, licht bioloog Tracy Burkhard toe. Ze is eerste auteur van het artikel, en sinds kort verbonden aan het Lewis & Clark College in Portland, Oregon. „Denk aan het oversteken van een straat, of het tegenkomen van een predator, waarvan wij er één zijn.”

Daarnaast keken ze naar agressiviteit. Dat gaat om het gedrag van een individu naar een ander individu van dezelfde soort, en dan met name aanvallen, dreigen of vluchten. „Denk aan muizen die je in een muur hoort vechten, of mannelijke vogels die elkaar in de lucht aanvallen.”

Bij de andere twee gedragingen – activiteit en exploratie – gaat het om respectievelijk het aantal bewegingen dat een individu gedurende een dag maakt, en de reactie van een individu op een nieuwe situatie. „Bijvoorbeeld nieuwe objecten in hun leefomgeving, het uitproberen van een nieuwe route voor het zoeken van eten, of een nieuw soort voedsel”, zegt Burkhard, die het onderzoek voor het nu gepubliceerde artikel uitvoerde toen ze nog postdoc was aan de universiteit van Montpellier.

Omgaan met verstoringen

Het algemene patroon dat uit de meta-analyse naar voren komt, zegt Burkhard, is dat alle onderzochte soorten in de stad gemiddeld brutaler zijn. Daarnaast geldt voor de vogels dat ze ook agressiever, exploratiever en actiever zijn, vergeleken met soortgenoten op het platteland. Voor de andere diersoorten kwam dat er minder duidelijk uit. „Iedereen herkent wel dat duiven, kauwtjes, eksters in de stad heel lang blijven zitten voordat ze wegvliegen als je nadert, te voet, op de fiets, of in de auto.” Zoogdiersoorten die in de stad een flink stuk brutaler waren, zijn onder meer de eekhoorn, de huisspitsmuis en de zwartstaartprairiehond.

Burkhard verklaart het andere gedrag in de stad door de dynamische, vaak snel veranderende situatie. Er wordt gebouwd, gesloopt, herbouwd, wegen aangelegd, parken. „Dieren met flexibel gedrag, die nieuwsgieriger zijn en makkelijker omgaan met verstoringen en onvoorspelbaarheid, zijn in de stad in het voordeel.”

Astrid Groot, hoogleraar evolutie en populatiebiologie aan de Universiteit van Amsterdam, vindt het „een hele bijzondere” studie. „Vooral omdat er heel specifiek naar variatie binnen soorten is gekeken. Vaak is onderzoek algemener”, zegt ze. Ook maakt de studie volgens Groot duidelijk „hoe snel en makkelijk” dieren kunnen leren om zich te redden in een veranderende omgeving.

Burkhard beaamt dat. Ze heeft zelf als postdoc een aantal jaren in Zuid-Frankrijk onderzoek gedaan naar het gedrag van muizen. Hoewel die studies nog niet zijn gepubliceerd, kan ze wel wat anekdotes geven. „Stadse muizen staan extreem open voor nieuw voedsel, tot frustratie van bewoners. Een muis, die van een bewoner de naam Philomène had gekregen, at zich door zakken pruimen, chocolaatjes in wikkels, versgebakken cake, zachte en harde kazen. Allemaal voedselbronnen die ze in het wild nooit zou hebben geprobeerd.”

Groot noemt het voorbeeld van een blauwe reiger die op het Science Park altijd naast een eettentje zit te wachten op verspild voedsel.

Burkhard vertelt dat ze als onderzoeker in een aantal steden heeft gewoond – Austin (Texas), Montpellier en nu Portland. „Ik heb verrassende ontmoetingen gehad, met wasberen, beverratten, coyotes die me op het trottoir stonden aan te kijken.” In de buurt in Portland waar ze nu woont, houden bewoners elkaar via sociale media op de hoogte over de bewegingen van een lokale coyote. „Terwijl ze in het wild vooral in de schemer actief zijn, en schuw naar mensen, wordt deze coyote gedurende de hele dag waargenomen, terwijl hij tuintjes doorkruist, drukke straten oversteekt en in vuilnisbakken schuimt.”

Daarmee komt ze op een volgend punt, waar de auteurs ook in hun artikel op wijzen. Doordat dieren in de stad brutaler zijn, ook richting de mens, kunnen er meer gevaarlijke mens-dierinteracties optreden. Denk aan beren die gewend raken aan mensen, en campings en buurten afschuimen op zoek naar voedsel. Of meeuwen die al pikkend eten van mensen stelen. De kans op conflicten, en overdracht van ziekten, neemt daardoor toe. Burkhard: „Door het onbezorgde gedrag van deze coyote zijn mensen in mijn buurt bezorgd voor hun kinderen en huisdieren.”

Lees het hele artikel