Klimaatverandering gaat te snel voor de zeevogel: leefgebied krimpt in recordtempo

2 uren geleden 1

Vissen worden kleiner als de oceaan opwarmt. Bij zeevogels gebeurt iets anders: ze krimpen niet zelf, maar hun leefgebied doet dat wel. Dat blijkt uit een analyse van 120 soorten stormvogelachtigen. Daarom moeten de vogels steeds grotere afstanden afleggen om nog geschikt gebied te vinden en dat lukt niet altijd.

Onderzoekers van de University of Reading reconstrueerden hoe de hele orde Procellariiformes (albatrossen, stormvogels, pijlstormvogels en stormvogeltjes) zich in de afgelopen 60 miljoen jaar verplaatste naarmate het klimaat veranderde. Door de evolutionaire stamboom van deze vogels te combineren met simulaties van het oeroude oceaanklimaat konden ze per soort uitrekenen hoe het leefgebied veranderde en welke afstanden de vogels aflegden om geschikt water te bereiken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Waarom zeevogels niet krimpen

Bij koudbloedige dieren zoals vissen schaalt het metabolisme direct mee met de watertemperatuur. Een tropische vis verbruikt bij 30 graden Celsius zo’n zes keer meer zuurstof in rust dan een poolvis bij 0 graden. In warmer water verbranden ze dus meer energie en daarom loont een kleiner lichaam.

Zeevogels zijn warmbloedig en houden hun lichaamstemperatuur stabiel over een breed temperatuurbereik. Daardoor is er weinig directe druk om kleiner te worden. Volgens de onderzoekers is het daarom ook zo dat de zeetemperatuur slechts zo’n 6 procent van de variatie in lichaamsmassa van deze zeevogels verklaart. Tegelijk opereren zeevogels in de praktijk dicht bij hun maximale fysiologische tolerantie, waardoor zelfs kleine temperatuurstijgingen voor grote problemen kunnen zorgen. Uitwijken naar koeler gebied is dan de enige uitweg en dankzij hun grote vliegcapaciteit kan dat ook letterlijk over hele oceanen.

Tempo telt zwaarder dan richting

De belangrijkste bevinding gaat niet over hoe warm het wordt, maar hoe snel de temperatuur verandert. Die snelheid verklaarde 35 procent van de verschillen in leefgebied tussen de bestudeerde soorten. Soorten die historisch met de snelste klimaatverandering te maken kregen, eindigden met de kleinste leefgebieden en moesten de grootste afstanden vliegen om geschikt water te bereiken. Of het klimaat nu warmer of kouder werd maakte minder uit dan het tempo waarin het gebeurde.

“Zeevogels hebben eerder grote klimaatveranderingen meegemaakt, maar nooit in dit tempo”, zegt hoofdonderzoeker Jorge Avaria-Llautureo. “De geschiedenis laat zien dat ze zich bij snelle opwarming niet fysiek aanpassen, maar gedwongen verder moeten reizen.”

Het verschil in tempo is dramatisch. Over miljoenen jaren hebben zeevogels zich aangepast aan een gemiddelde temperatuurverandering van ongeveer 0,00002 graden Celsius per tien jaar. Het huidige tempo van oceaanopwarming ligt rond de 0,13 graden per decennium, ongeveer tienduizend keer zo snel.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Vier soorten dreigen te verdwijnen

Om te kijken wat dit voor de toekomst betekent, vergeleken de onderzoekers de huidige verspreidingsgebieden met twee klimaatscenario’s voor 2100. Daarvoor gebruikten ze de zogeheten Representative Concentration Pathways, of RCP’s: standaardscenario’s van het IPCC die uitgaan van verschillende niveaus van uitstoot van broeikasgassen. Het gunstige scenario (RCP 2.6) gaat uit van forse emissiereducties en een opwarming van ongeveer 1,5 graad ten opzichte van het pre-industriële niveau. Het scenario met sterke opwarming (RCP 8.5) gaat uit van ongebreidelde uitstoot en komt uit op zo’n 4,3 graden opwarming.

In het gunstige scenario blijven veel soorten relatief stabiel. In het scenario met sterke opwarming krimpt het leefgebied van meer dan 70 procent van de soorten. Juist de soorten die het meest verliezen, moeten de langste afstanden afleggen om alternatief gebied te vinden.

Vier soorten lopen in dat scenario reëel risico op uitsterven: de Galápagosstormvogel, de Jouanin-stormvogel, Newells pijlstormvogel en het witbuikstormvogeltje. Het zijn alle vier soorten met een beperkt verspreidingsgebied of een sterke binding aan specifieke broedgebieden, waardoor uitwijken moeilijker is.

Hoe hard zijn deze bevindingen?

Een kanttekening: reconstructies van leefgebieden van miljoenen jaren geleden brengen onzekerheid mee en er zijn maar weinig fossielen van vroege stormvogelachtigen bewaard gebleven. De onderzoekers herhaalden hun analyses daarom met een tweede, onafhankelijke evolutionaire stamboom: de hoofdconclusies (snellere temperatuurverandering, kleiner leefgebied, grotere reisafstand) hielden stand. Wat hun aanpak vooral nieuw maakt, is dat dit soort stamboommethodes nu ook gebruikt kunnen worden om vooruit te kijken, niet alleen achteruit. Voor het zeevogelbeleid betekent dat volgens de auteurs een verschuiving: niet alleen huidige broedgebieden beschermen, maar ook anticiperen op de gebieden waar deze soorten in de toekomst naartoe moeten.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel