Britse paleontologen denken dat ze eindelijk weten waarom Tyrannosaurus rex en andere vleesetende dino’s zo’n absurd kleine armpjes hadden. Hun theorie verklaart misschien ook waarom vogels vleugels hebben.
T. rex was lang niet de enige reus met mini-armpjes. Ook andere vleeseters als de carnotaurus en majungasaurus hadden ze. Dat roept de vraag op: waarom hebben zoveel verschillende soorten besloten dat armen overbodig zijn? Charlie Roger Scherer, onderzoeker aan de University College London, besloot dit samen met zijn team uit te pluizen.
De onderzoekers bekeken voor hun onderzoek 82 skeletten van verschillende vleesetende dino’s. Hun bevindingen zijn te lezen in het vakblad Proceedings of the Royal Society B.
Een sterke kaak of sterke armen, maar niet allebei
Bij grote roofdino’s, zo blijkt uit de studie, is er een patroon waarbij dieren een uitzonderlijk krachtige, stevig gebouwde kop ontwikkelen of lange, gespierde armen om hun prooi mee aan te pakken. Zelden of nooit hadden ze beide.
De reden daarvoor is prozaïsch, legt Scherer uit aan Scientias.nl. “Het zou logisch zijn om als roofdier een reeks wapens beschikbaar te hebben, zodat je alle gereedschap hebt om je prooi te overmeesteren. Maar de natuur houdt er eigenlijk niet zo van om alles tegelijk te hebben en daarom is het bij theropoden (de groep vleesetende tweevoetige dinosauriërs waartoe ook T. rex behoort, red.) altijd of een heel sterke schedel of heel lange, krachtige armen. Een zeer grote, sterke kop en lange krachtige armen zouden heel moeilijk te onderhouden zijn, omdat er veel energie nodig is om die in stand te houden, in de vorm van voedsel.” Met andere woorden: het is zonde van de energie als je met één wapen toch al je buik vol krijgt.
Geen kwestie van “het lichaam werd gewoon groter”
Een andere voor de hand liggende verklaring zou zijn dat grote vleesetende dino’s naar verhouding gewoon kleinere armpjes overhouden naarmate ze groter worden. Maar dat klopt niet, schrijven de auteurs. Carnotaurus woog ruwweg een vijfde van T. rex en had alsnog ministompjes. Majungasaurus, die ongeveer even groot was als carnotaurus, bezat eveneens een joekel van een schedel met minuscule armpjes eronder. De vermoedelijke gemene deler is dus niet “groot lichaam = kleine armen”, maar iets anders.
Leestip: Nieuwe vondst herschrijft de geschiedenis van T. rex
Een meetlat voor schedelkracht
Om hun hypothese hard te maken bedachten de onderzoekers een nieuwe rekenmethode om de robuustheid van een dino-schedel uit te drukken in een getal. Daarbij kijken ze onder meer naar hoe stevig de schedelbotten aan elkaar vastzitten, of de kop compact en stomp is dan wel langgerekt en hoe hard het dier kon bijten.
Op die schaal scoort T. rex het hoogst. Vlak daarachter komt een Argentijnse soortgenoot genaamd Tyrannotitan. Zet je die schedel-score uit tegen de armlengte van alle bekeken dino’s, dan komt het patroon naar boven: hoe krachtiger de kop, hoe kleiner de voorpoten. De link met louter lichaamsgrootte is veel zwakker.
Een wapenwedloop met de grazers
Maar waarom zouden meerdere roofdino-families ongeveer gelijktijdig op het idee komen om alles met hun bek af te handelen? Het antwoord lijkt bij de herbivoren te liggen. Op de plaatsen waar dit het meest merkbaar was, leefden tegelijk de allergrootste planteneters die ooit over deze planeet hebben gewandeld, de sauropoden. Dat zijn die dino’s met extreem lange nekken.
“In het Laat-Jura van Noord-Amerika leefde Allosaurus, een iets kleinere verwant van de carcharodontosauriden van zo’n 9 meter lang, naast en jagend op grote planteneters zoals de langnek Diplodocus, die ongeveer 25 meter mat. In het Vroeg-Krijt van Zuid-Amerika leefde Tyrannotitan, een carcharodontosauride van rond de 12 à 13 meter, naast wat misschien wel de grootste sauropode ooit was: Patagotitan, ongeveer 37 meter lang.” Om op zulke dieren te jagen, zijn zelfs grote armen nutteloos.
Het gevolg: planteneters werden steeds groter om buiten het bereik van hun belagers te blijven en roofdieren werden ook groter (en kregen vooral krachtigere koppen) om ze alsnog te kunnen vellen.
De ene dino is de andere niet
Niet alle theropoden besloten om hun armen op te geven. Sommige groepen sloegen juist de tegenovergestelde weg in. “De armen van theropode dinosauriërs waren zeer aanpasbaar”, dixit Scherer. “Sommige, zoals T. rex, kregen kleinere armen omdat hun hoofd sterk genoeg werd om het primaire wapen bij de jacht te worden, terwijl andere zoals de megaraptoren juist langere, sterkere armen evolueerden omdat die het meest geschikt waren om dat primaire wapen te worden. Weer andere ontwikkelden heel lange, fragiele armen, die uiteindelijk de evolutie van vleugels en vlucht bij vogels mogelijk maakten.”
Een laatste kanttekening van Scherer, want paleontologie blijft een vak waar de volgende vondst alles overhoop kan halen. “Ik wil de voorzichtige opmerking toevoegen dat, zoals bij alles in de paleontologie, nieuwe fossielen dit verhaal kunnen herschrijven en we mogelijk opnieuw moeten nadenken. We hebben echter nog geen fossielen gevonden die dit verhaal tegenspreken.”
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

9 uren geleden
1






/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/19223008/190526VER_2033853891_.jpg)



English (US) ·