Vlak voor het slapengaan maken de zeeleeuwen luidruchtig ruzie. Ze liggen op de kant, over elkaar uitgestort als mikadostokjes. Eentje is daarbij niet welkom, dus: gedoe.
Als achter de laatste bezoeker het hek op slot gaat, de verzorgers naar huis zijn en de lichten uit, blijven de bewoners van de dierentuin achter. En ook hun verzorging houdt niet op. Als het gaat om dierenwelzijn kan „geen 9-tot-5 mentaliteit” bestaan, staat in de toekomstvisie op dierentuinen in Nederland, in 2025 gepubliceerd door Raad voor Dieraangelegenheden. Het dier, een wezen met gevoel dat pijn en plezier kan ervaren, heeft recht op goede voeding, omgeving en gezondheid en de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen, waarbij het in staat gesteld moet worden zélf beslissingen te nemen: agency.
Dierentuinen moeten ook „aandacht hebben voor nachtelijke behoeften van het dier”. En dus staat in de Dierenwelzijnsvisie van Blijdorp dat de dieren, het park telt 459 soorten, ook buiten de openingstijden verzorgd en gemonitord moeten worden. Stephan Lugthart, ‘Animal Welfare Officer’, laat op verzoek van NRC in een maanverlicht Blijdorp zien hoe hij dat naar beste kunnen doet – en onderzoekt hoe het beter kan.



Blijdorp bij nacht.
Foto’s Simon LenskensElk dier zijn slaapritueel
„Vanaf hier moeten we even stil doen.” Deur naar de binnenverblijven van de ‘African Jungle’ open, op de tenen naar binnen, deur zachtjes dicht. Langzaam worden in het donker de contouren zichtbaar van een slapend wezen van zo’n tweehonderd kilo. „Dit is Evelien”, fluistert Lugthart. „Ons dertienjarige dwergnijlpaard.” Ze wordt sinds er twee automatische voederkasten voor haar zijn opgehangen – waarmee getest kan worden of ze overdag of ’s nachts voer wil, of allebei – dag en nacht gemonitord met camera’s. Elke dag wordt haar gedrag geanalyseerd.
In de bossen en moerassen van West-Afrika verzamelen soortgenoten van Evelien – het zijn er niet veel, ze staan op de Rode Lijst van bedreigde soorten – in het donker hun voedsel. Overdag slapen ze. En dus, zou je denken, wil Evelien ’s nachts eten. Maar klopt die aanname?
Behartig je het belang van een dier altijd maximaal door de situatie in het wild te simuleren, vraagt Lugthart zich af. „De natuur is in de dierentuin het uitgangspunt, maar haar leven hier is natuurlijk compleet anders dan in het wild.” Eveliens wilde soortgenoten hebben overdag geen bezoekers aan hun bed staan. En Evelien hoeft ’s nachts niet naar eten te zoeken. Is haar ritme ondertussen niet omgedraaid? „Dat proberen we vast te stellen.”
Volgens Blijdorps Dierenwelzijnsvisie moeten camera’s en technische installaties het dierenwelzijn ’s nachts beter gaan waarborgen én inzicht geven in „slaapgedrag en nachtactiviteit”. Bij diverse dieren, zoals de Visaya-wrattenzwijnen en penseelzwijnen, zijn strooivoederbakken geïnstalleerd die foerageren stimuleren, die ook ’s nachts af kunnen gaan. En, misschien wel het belangrijkste: elk dier moet de mogelijkheid hebben om naar keuze binnen óf buiten te zijn.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/13132948/200326WEE_2031451912_blijdorp2.jpg)
De toegangspoort, met op de pilaren diverse diersoorten: apen, een leeuw, slangen, een olifant, dolfijnen, een gier en zeepaardjes.
Foto Simon LenskensDe kamelen liggen buiten en zijn nog wakker. „Herkauwers. Die slapen in korte blokjes.” Net als de giraffen. „Die buigen tijdens hun REM-slaap hun nek naar achteren en laten hun kop op de rug rusten.”
Zo heeft elk dier zijn eigen slaapritueel, vertelt Lugthart. De mensapen bouwen zelf een nest van stro. Voor de Aziatische olifanten wordt dagelijks zand naar het midden van het verblijf geduwd. „Het zijn zulke grote dieren, als ze ergens tegenaan liggen kunnen ze makkelijker overeind komen, dat voelt veiliger. We maken eigenlijk elke avond hun bed op.”
Ark van Blijdorp
Volgens de wet mogen wilde dieren niet gevangen gehouden worden. Maar dierentuinen fungeren als een soort Ark van Noach, zij beheren ‘reservepopulaties’. Voor sommige soorten, zoals de zwarte neushoorn, is dat van groter belang dan voor andere, minder bedreigde soorten, maar het is altijd fijn om een paar paartjes achter de hand te hebben. Lugthart: „Dat is helaas noodzakelijk, gegeven de snelheid en de schaal waarmee soorten om ons heen dreigen uit te sterven.”
In het belang van de soort is alles geoorloofd, maar is het te verantwoorden naar de individuen in het park? Hij denkt even na. „Ja, ik vind van wel. Mits we voldoen aan de voorwaarden om hun leven zo prettig mogelijk te maken.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/13133300/200326WEE_2031451912_blijdorp10.jpg)
Animal Welfare Officer Stephan Lugthart.
Foto Simon LenskensJe kan moeilijk stellen dat elk dier in het wild het beter heeft dan een dier in de dierentuin
Daarbij, wie zegt dat het leven in de dierentuin zo slecht is? Het is niet de natuur nee, en dat komt met beperkingen, maar er zijn niet alleen nadelen. „Jane Goodall zei eens: je gunt eigenlijk elk dier soms een leven in de dierentuin.” In het wild hebben dieren te maken met ziektes, stropers, gebrek aan eten, klimaatverandering en geen toegang tot gezondheidszorg. „Je kan moeilijk stellen dat elk dier in het wild het beter heeft dan een dier in de dierentuin.”
Tegenover de Aziatische olifanten ligt een Indische neushoorn te slapen. De maan schijnt door het dak van de grote kas waarin het Zuidoost-Aziatische landschap is nagebouwd: staal, glas en daaronder ‘bomen’ en ‘rotsen’. De geluiden van de jungle klinken ook ’s nachts door de boxen. Een deel van de vegetatie is echt. „Ze noemen het ook wel een botanische tuin met wat dieren erin.” Te midden van de decorstukken draait de neushoorn zich nog eens om.
Leeuw kan chagrijnig zijn
Niet alles wat Lugthart wil kan. Het is altijd zoeken, zegt hij: wat is mogelijk, waar is budget voor. „Het liefst zou ik alles uitgeven aan projecten voor de dieren, maar ik weet ook dat we een bedrijf zijn.” Hij heeft een systeem opgetuigd om te beoordelen waar de grootste winst behaald kan worden voor de investeringen die gedaan worden ten behoeve van de dieren. „Wat heeft de grootste impact, wat maakt het meeste verschil?”
Voor de ijsberen waren dat gekoelde shelters waar ze in én op kunnen liggen. „Ze willen overzicht hebben.” Voor de leeuwen was dat een nieuwe rotspartij, wijst Lugthart. Het mannetje ligt binnen. „Hij kan ’s avonds een beetje chagrijnig reageren, dan weet je dat.” Maar voor chagrijn heeft de gigantische kater geen tijd, hij raakt afgeleid door consternatie buiten. „Die leeuwin heeft iets!” Soms komt vertier gewoon aanvliegen. Ze heeft een houtduif te pakken.


Het dominante mannetje bij de zeeleeuwen houdt zich afzijdig van de ruzie om een slaapplaats.
Foto’s Simon LenskensVoor de ringstaartmaki’s is een project opgetuigd om het foerageren te stimuleren. „Dit zijn 3D-geprinte zuurzakvruchten.” Uit een boodschappentas komt een prototype. Hij legt uit dat de plastic vruchten, die hol zijn vanbinnen, worden gevuld met lekkers. Ze worden vergrendeld in het verblijf opgehangen. Pas als ze ‘rijp’ zijn, verspreiden ze een geur en kunnen ze, dankzij een mechanisme met magneten, door de maki’s opengemaakt worden. Wanneer dat is, kan door de verzorgers ingesteld worden. „Elke dag een ander moment, dat houdt het spannend.”
‘Dit is een calamiteit’
Via Darwins nandoes, grote loopvogels, die schrikken van een overvliegende helikopter, loopt Lugthart naar het aquarium. Bij de vissen gaan automatisch de lampen uit om de dieren het gevoel van een dag-nacht-ritme te geven.
Soorten die in het wild rond de evenaar voorkomen, hebben een vrij stabiel ritme. Maar in het aquarium leven ook pooldieren, zoals pinguïns, die maanden hebben met nachten die licht blijven en maanden die grotendeels donker zijn. Net als ‘in het echt’ is dat geïmplementeerd in het aquarium. En Lugthart wil nog een stapje verder gaan. Hij wil dat alle dieren in het Oceanium – de vissen, reptielen en pinguïns – een „zonsopgang, zonsondergang én een maancyclus” krijgen. „Dat is het volgende grote project.”
De lichten bij de vissen zijn gedimd. Op één aquarium na: die naar gelijkenis van de bekende Pixar-film Finding Nemo. Daar veroorzaakt een knipperende lamp een soort onderwaterdisco. Een technische storing. Lugthart loopt weg, telefoon aan zijn oor. „Ik heb de technische dienst gebeld”, zegt hij. Nee, natuurlijk zijn die niet blij, om ’s avonds laat opgeroepen te worden. „Maar hier hebben we een calamiteitenteam voor. Dit is een calamiteit. Met dit licht kunnen de vissen niet slapen.”
Nog geen uur later is er iemand aanwezig. Ook bij de vissen gaat het licht uit.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21191106/210326SPO_2032353947_MilaanSanremo04.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21155111/210326VER_2032472327_Orban.jpg)


/https://content.production.cdn.art19.com/images/07/d4/34/68/07d43468-8b48-4130-b809-fb75ef8b6ab6/5e18ab12d98ae7c2c58d68e7ae81cb151838534cb67121a718ab909d6856e42b09f7fdbba91732110ab564525de0941b02b8667823ed57831a6be87d903d1b8b.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19001957/ANP-329167167.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19074625/190326DAT_2031773251_fvd.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/17160806/180326CUL_2032365903_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/18224044/180326DEN_2032403576_D66.jpg)
English (US) ·