Drie jonge vrouwen zitten bij elkaar, ieder schijnbaar in diepe gedachten of gelatenheid verzonken. Ze zijn gehuld in sari’s, gekleed voor een speciale gelegenheid, hoewel die hen niet vrolijk lijkt te stemmen. De aardse kleuren, de simpele achtergrond van een kaal vertrek, het effect van stoffig licht over het hele doek – voor wie het Indiase platteland kent, is het een treffend beeld.
De onderwerpkeuze, compositie en stijl waren in 1935, toen de Indiaas-Hongaarse schilder Amrita Sher-Gil haar beroemde werk Drie meisjes maakte, zeer ongebruikelijk. Ze was in haar vaderland India gearriveerd na een lang verblijf in de Europese kunstwereld, en begon de moderne schilderkunst te combineren met haar nieuwe leefomgeving.
Het olieverfschilderij is een van de ruim zestig stukken van haar hand die te zien zouden zijn in het Drents Museum in Assen – haar eerste overzichtstentoonstelling in twintig jaar tijd in Europa. Maar half maart besloot het Indiase ministerie van Cultuur, dat gaat over de werken van deze ‘nationale kunstenaar’, om die niet op transport te laten gaan naar Nederland. De wereldwijde geopolitieke spanningen rondom met name de oorlog in Iran maakten het transport te hachelijk, zeker voor het oeuvre van de pionier (Boedapest 1913 – Lahore 1941) van de moderne kunst in India. Het museum in Assen hoorde zo slechts een ruime week vóór de opening (die zou plaatsvinden op 22 maart) dat Amrita Sher-Gil ‘Europa is van Picasso, India is van mij’ daardoor moest worden uitgesteld. „De tentoonstellingsarchitectuur was net klaar toen we het hoorden”, vertelt hoofdconservator Annemiek Rens telefonisch.
Het is de tweede keer in korte tijd dat het museum te maken heeft met een calamiteit. In januari vorig jaar werden er een aantal gouden voorwerpen gestolen uit de tentoonstelling Dacia – Rijk van zilver en goud over de Daciërs, met bruiklenen uit verschillende Roemeense musea. Vorige week donderdag werd bekend dat de gouden helm van Coțofenești en twee van de drie gestolen gouden armbanden zijn teruggevonden.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/01164940/020426CUL_2032667102_AmritaSherGil03.jpg)
‘Drie Meisjes’ van Amrita Sher-Gil uit 1935. Dit werk zou naar de expositie van het Drents Museum komen.
Collectie National Gallery of Modern Art, New Delhi.Het Drents Museum ziet in Sher-Gil een verbinder tussen Oost en West. De kunstenaar maakte de spanningen en de opkomst van het fascisme in Europa mee, wat uiteindelijk leidde tot haar definitieve verhuizing terug naar India. Haar oeuvre lijkt niet expliciet politiek, maar gaat wel vaak over persoonlijke vrijheid: „In brieven schreef ze wel over de geopolitiek van die tijd. Ik denk dat zulke omstandigheden uiteindelijk wel tot uiting komen in het werk van kunstenaars, al is het indirect”, stelt curator Rens. Nu zitten de kunstwerken dus ‘vast’, in nieuwe geopolitieke spanningen.
Op zoek naar witte raven
Vanaf vrijdag is er toch een Ode aan Amrita Sher-Gil te zien: niet haar schilderijen, wel werken van andere kunstenaars die daar op de een of andere manier aan raken. Het Drents Museum vroeg andere instellingen in het land om werken uit te lenen. „Uit het levensverhaal en het werk van Sher-Gil komen belangrijke thema’s naar voren: identiteit, vrijheid, verbinding en liefde. Het is bijzonder om te zien hoe collega’s die thema’s hebben geassocieerd met hun eigen collecties, om ons uit de brand te helpen.”
In de haastig georganiseerde tentoonstelling zijn dus andere topstukken te zien. De tentoonstelling opent met foto’s van de kunstenaar zelf, genomen door haar vader – een aristocraat uit een Sikh-familie die begin twintigste eeuw met een Hongaarse operazangeres trouwde. Verderop in de zaal volgen de uitgeleende werken: veel zelfportretten zoals ook Sher-Gil die maakte, en werken van vrouwelijke kunstenaars. Dat is een ‘haakje’ naar een belangrijke reden die het Drents museum had om het werk van de Indiase kunstenares te tonen. Eerder was daar ook een expositie van Frida Kahlo te zien. „Als curator ben je op zoek naar witte raven. De vergelijking met Frida Kahlo ligt tot op zekere hoogte voor de hand. De vrouwen komen uit hetzelfde tijdsgewricht en waren daarin zeer vooruitstrevend. Maar ze kenden elkaar niet.”
Rens hoorde van een fervent museumbezoeker over het werk van Sher-Gil in de National Gallery of Modern Art in New Delhi. „Ik had nog nooit van haar gehoord. Het was zelfs lastig om literatuur over haar werk te vinden.” Desondanks zag Rens „duidelijk iets bijzonders”. Er volgde intensieve kunstdiplomatie: het Drents Museum had er vijf jaar voor nodig om het museum in New Delhi en de Indiase overheid ervan te overtuigen de werken uit te lenen.
Ontwikkeling van haar eigen stijl
Sher-Gil had een bevoorrechte opvoeding in zowel Hongarije als India. Haar talent werd snel erkend: in 1929 werd ze toegelaten tot de Parijse École des Beaux-Arts voor een formele schilderopleiding. Ze werkte enkele jaren in Parijs. Wie naar al haar werk kijkt, vertelt Rens, krijgt de indruk dat de verhuizing naar India het laatste zetje was voor de ontwikkeling van haar eigen stijl. „In Parijs was haar werk goed, maar ook nog academisch. In India, bij de Drie meisjes bijvoorbeeld, was het meteen raak.” De schilder zag dat zelf ook zo, blijkt uit een brief die voor de originele tentoonstelling werd gebruikt en waarin ze schrijft: „Europa is van Picasso, Matisse, Braque en vele anderen. India is alleen van mij.” Grappig genoeg zijn in de Ode-tentoonstelling nu ook werken van die Europese grootheden te zien. Dat ze zelf vertrok uit Europa, heeft er uiteindelijk waarschijnlijk aan bijgedragen dat Sher-Gil ‘vergeten’ werd, denkt Rens. „Ik denk niet dat er veel uitwisseling was.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/01164856/020426CUL_2032667102_AmritaSherGil02.jpg)
Oostfries meisje in de duinen uit 1903 van Paula Modersohn-Becker.
Groninger Museum
De kunstenaar ging in India dieper in op haar identiteit en haar dubbele ‘roots’. Daar werd ze, vanwege haar geprivilegieerde achtergrond, vaak als buitenstaander gezien. Ze wilde juist de armoede om haar heen tonen. Zulke thema’s keren terug bij andere kunstenaars, zo zien we terug in de schilderijen die nu in Assen te zien zijn. Zo schilderde ook de Duitse Paula Modersohn-Becker vrouwen uit haar eigen ‘thuisfront’, ver weg van de kunstscene in Parijs (uit het Groninger Museum); en probeert Raquel van Haver mensen uit verschillende bevolkingsgroepen met elkaar te verbinden (Museum De Fundatie). Sher-Gil leende van Hongaarse en Indiase traditionele kunst, zoals de Indiase Manjot Kaur put uit de Indiase miniatuurkunst (het Teylers Museum).
Het Drents Museum gaat ervan uit dat de relatie met New Delhi „zo sterk” is, dat de originele werken van Amrita Sher-Gil uiteindelijk ooit zullen overkomen.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/03165510/080426CUL_2032572040_HP.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/08132525/080426VER_2032866185_gijzel.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/08114937/080426DEN_2032832998_schijn2.jpg)






English (US) ·