ECB in hoge staat van paraatheid: oorlog drijft inflatie op

3 uren geleden 1

Schok volgt op schok, volgt op schok. Dat is de situatie waarmee centrale banken worden geconfronteerd, de laatste jaren. Eerst was er de coronapandemie, daarna de grootschalige Russische invasie in Oekraïne, en vervolgens de handelsoorlogen van Trump-II. En nu is er de olie- en gasprijsschok door de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran.

Meerdere centrale banken hielden deze week rentevergaderingen, die overigens al langer gepland stonden. Donderdag kwam het bestuur van de Europese Centrale Bank bijeen. Het dominante thema: hogere inflatie, in combinatie met lagere economische groei, als gevolg van de rap gestegen olie- en gasprijzen. De ECB is in staat van verhoogde paraatheid, bleek uit een persconferentie van haar voorzitter Christine Lagarde donderdagmiddag.

Weliswaar liet de centrale bank het monetair beleid ongewijzigd – het belangrijkste rentetarief, de depositorente voor banken, blijft 2 procent – maar de toon van Lagarde was bezorgd. „De oorlog in het Midden-Oosten heeft de vooruitzichten aanzienlijk onzekerder gemaakt, waardoor opwaartse risico’s voor de inflatie en neerwaartse risico’s voor de economische groei ontstaan”, zei ze.

ECB-medewerkers, vertelde Lagarde, hadden nachten en weekenden doorgewerkt om de inflatie- en groeiramingen voor deze rentevergadering zo actueel mogelijk te maken. Aanvankelijk zouden alleen data tot 4 maart worden gebruikt voor de ramingen. Maar omdat binnen de ECB-toren in Frankfurt duidelijk was dat de oorlog grote gevolgen zou hebben voor de Europese economie, werd die datum verschoven naar 11 maart. Zo konden meer effecten van de oorlog – met name de omhooggeschoten olie- en gasprijzen – erin worden meegenomen. Het ECB-bestuur kreeg vlak voor de vergadering nog input van een hoogleraar defensiestudies, om de onzekerheden rond het verloop van de oorlog in beeld te krijgen.

De oorlog drijft de inflatie op

Uit de ramingen blijkt: met name op de korte termijn drijft de oorlog de inflatie op. Ging de ECB in december nog uit van 1,9 procent inflatie op jaarbasis in 2026 voor de eurozone, nu is dat 2,6 procent. Ook de geraamde inflatie in 2027 en 2028 valt hoger uit, zij het wat minder. Deze komt rond de 2 procent te liggen, het inflatiepercentage waar de ECB in haar monetaire beleid naar streeft. Voorlopig is dat nog niet voldoende reden om de rente te verhogen.

Zorgwekkend is evenwel dat de hogere energie-inflatie al doorwerkt in andere prijzen. De zogeheten ‘kerninflatie’ – waarvan energie- en voedselprijzen zijn uitgezonderd – loopt ook met enkele tienden van procenten op en komt in de jaren 2026-2028 ruim boven de 2 procent.

De economische groei in de eurozone komt juist lager uit door de oorlog: dit jaar wordt bijvoorbeeld een groei van 0,9 procent verwacht, in plaats van 1,2 procent, zoals de ECB in december nog dacht.

Tot zover de basisprognose van de ECB, die nog relatief mild uitpakt. Daarnaast publiceerde de ECB ook twee slechtere scenario’s: een „ongunstig” (adverse) scenario en een „zwaar” (severe) scenario, waarbij de olie- en gasprijzen verder stijgen en ook langer hoog blijven. De inflatie in de eurozone piekt dan op 3,5 procent dit jaar, en op 4,8 procent in 2027. De economische groei valt verder terug, hoewel een recessie naar verwachting uitblijft.

Ongunstig scenario waarschijnlijker

Op basis van de huidige olieprijs, 111 dollar per vat Brent-olie donderdagmiddag, is inmiddels het „ongunstige” scenario misschien wel waarschijnlijker dan het ECB-basisscenario. Eerder donderdag kwam de olieprijs in de buurt van de 120 dollar, de prijs die in dit ongunstige scenario wordt genoemd. Alle scenario’s, benadrukt de ECB, zijn met extreem veel onzekerheid omgeven.

Wat nu gedaan? Prijsstabiliteit – gedefinieerd als inflatie van om en nabij de 2 procent – staat centraal in het mandaat van de ECB. Vlak voor de Iran-oorlog zat de centrale bank in een relatief comfortabele situatie. De inflatie ligt al een tijdje netjes rond de 2 procent. De ECB heeft de rente al sinds medio vorig jaar ongewijzigd gelaten, op eveneens 2 procent. Lagarde noemde dat de voorbije maanden een „goede plek” (good place). Donderdag was de woordkeuze van Lagarde begrijpelijkerwijs anders: de ECB zit „in een goede positie” om zo nodig in actie te komen, zei ze.

Dat zou betekenen: een renteverhoging. Een hogere rente maakt geld lenen onaantrekkelijk. Dat remt de consumptie en de investeringen af en drukt uiteindelijk ook prijsstijgingen de kop in. Maar renteverhogingen hebben ook nadelen: ze raken de economische groei, die door de oorlog in het Midden-Oosten toch al onder druk komt te staan.

De ECB houdt „nauwlettend” in de gaten of de inflatie breder wortel schiet, beloofde Lagarde. Bijvoorbeeld in de vorm van hogere looneisen, die vervolgens worden doorberekend door bedrijven aan de consument.

De ECB-chef had ook een duidelijke boodschap aan Europese regeringen: wees terughoudend met compensatie van burgers en bedrijven die kampen met geëxplodeerde energiekosten. Dit gebeurde op grote schaal tijdens de vorige energiecrisis, na de inval van Rusland in Oekraïne, in februari 2022. Niet alleen joeg dit de begrotingstekorten van Europese regeringen op, het bemoeilijkte ook de pogingen van de ECB om de inflatie te drukken. Want met het extra geld in de portemonnee konden consumenten en bedrijven meer uitgeven, wat een inflatieverhogend effect had. Als regeringen weer energiesubsidies gaan geven, moet het „tijdelijk, gericht en op maat gemaakt” zijn, zei Lagarde. Overheidsfinanciën moeten „solide” blijven.

Opvallend was daarnaast dat de centralebankpresident regeringen opriep om de energietransitie te versnellen. „De huidige energiecrisis onderstreept de noodzaak om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verkleinen”, zei ze. Daarmee raakte ze aan een hot topic: als Europa sneller had vergroend, was de inflatieschok door de oorlog ook kleiner geweest.

Lees het hele artikel