Jonas Vingegaard wil zich omdraaien om weg te fietsen. Hij heeft achter de finish in het Pyreneeëndorpje Gavarnie-Gèdre zojuist de verzamelde pers te woord gestaan. Heel kort. Het was vandaag niet zijn beste dag, heeft hij gezegd. „Ja, ik ben teleurgesteld, dat kan niet anders. Maar zo is het leven af en toe. Ik kan er niets aan veranderen.”
Net als Vingegaard wil wegrijden, legt een tengere kale man een hand op zijn schouder. Het is Mauro Gianetti, de ploegleider van Tadej Pogacar. „Jonas!”, zegt hij. Op Gianetti’s gezicht valt mededogen te lezen. Hij pakt Vingegaards hand en schudt hem.
Als een kus des doods, zo zal de handdruk voor Vingegaard gevoeld hebben. Compassie van de ploegbaas wiens kopman hem zojuist zo‘n dreun heeft bezorgd dat het uitzicht op een derde Tourzege in één keer weg is? Dat is vermoedelijk het laatste waarop hij zat te wachten.
Op dag zes, in de eerste serieuze bergetappe, is de Tour de France deze donderdag de facto beslist. Met veel machtsvertoon won viervoudig Tourwinnaar Pogacar de rit van Pau naar Gavardie-Gèdre en veroverde hij de gele trui. Zijn voorsprong op Vingegaard in het algemeen klassement bedraagt na vandaag 2 minuten en 42 seconden. Valpartijen en ziekte daargelaten kan de Tourzege Pogacar niet meer ontgaan.
En wat zegt Jonas Vingegaard dan? Geeft hij toe dat zijn moreel geknakt is, dat hem niets anders resteert dan rijden voor plek twee – net als in de vorige twee edities? Nee, dat doet hij niet. „Ik geloof nog steeds in mezelf”, zegt hij. „Ik denk nog steeds dat mijn benen beter kunnen worden in het restant van de wedstrijd.” Maar of hij het zelf gelooft?
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09181544/090726SPO_2035070738_4.jpg)
Tadej Pogacar onderweg naar 2 minuten en 42 seconden voorsprong op concurrent Jonas Vingegaard aan het eind van de zesde etappe.
Foto Anne-Christine POUJOULAT/AFPDuizelingwekkend goed
Het angstige vermoeden was er al, voorafgaand aan deze etappe: de Tour zou op deze dag beslist kunnen worden. De voortekenen waren er. Pogacar is het hele seizoen al duizelingwekkend goed, vele malen beter dan de concurrentie – soms bijna op het lachwekkende af. In het openingsweekend van de Tour, in Barcelona, liet hij zijn ploegmaat Isaac del Toro een etappe winnen. Op dag drie won hij zelf en veroverde hij de gele trui. Maar toch leefde onder wielerfans en commentatoren een stille hoop. Misschien zou Vingegaard zijn rivaal bergop tóch kunnen bijhouden? Of in ieder geval de schade beperken?
Dat bleek een illusie. Aan de voet van de voorlaatste klim van de dag, de machtige Tourmalet (2.115 meter), zette Pogacar vijf ploeggenoten aan kop van het peloton. Het tempo was zó hoog dat al gauw niet meer dan een renner of twintig kon volgen. In de eerste helft van de klim werd het krachtsverschil tussen Pogacars ploeg en die van Vingegaard meteen duidelijk – een kwestie van tellen. Op 10 kilometer voor de top had Pogacar nog vier helpers bij zich en Vingegaard twee. Met nog zeven kilometer te gaan: Pogacar drie, Vingegaard één.
De onvermijdelijke aanval volgde op vijf kilometer voor de top. Pogacars secondant Del Toro versnelde, zijn kopman sprong in het wiel. Meteen moest Vingegaard een gat laten vallen. Groter dan tien seconden werd het verschil in eerste instantie niet – Vingegaard vond zijn ritme en hield Pogacar in zijn blikveld. Eventjes leek hij zelfs terug te komen.
In de laatste twee kilometer begon Vingegaard toch te kraken: op de top van de Tourmalet was zijn achterstand opgelopen tot 30 seconden. En toen volgde de afdaling, waarin Pogacar – rijdend op het scherpst van de snede – zijn voorsprong verder uitbouwde. Aan de voet van de slotklim naar Gavarnie-Gèdre had hij ruim een minuut. Bij aankomst boven, inclusief bonificatieseconden, was het 2 minuut 42.
Kus des doods
Vingegaards ploegleider Marc Reef wilde na afloop, net als zijn kopman, de moed niet opgeven. Nee, de Tour is niet voorbij. Vingegaard had „het maximale gedaan”, zei hij bij zijn ploegwagen. Er komen „zeker nog kansen”, met name in „lastige etappes naar het einde toe”. Natuurlijk, dit was een flinke teleurstelling, „hier hadden we niet op gerekend”. Maar teleurstellingen, die moet je even laten bezinken. „Er zijn nog steeds vijftien ritten te gaan.”
Allemaal waar, maar de realiteit is dat Vingegaard in deze Tour eerder het hoofd heeft moeten buigen voor Pogacar dan in de afgelopen twee edities. De cijfers spreken voor zich. In 2024 viel de beslissing na twee weken, in de tweede Pyreneeënrit. In 2025 was het na anderhalve week voorbij, toen Vingegaard in de twaalfde etappe naar Hautacam 2 minuut 10 moest toegeven. En dit jaar? 2 minuut 42 na zes dagen.
Zoals een fatsoenlijke winnaar betaamt, kraaide Pogacar na afloop geen victorie. Sterker nog, hij toonde mededogen met zijn rivaal – net als zijn ploegleider Gianetti. Vingegaard, zei Pogacar, „deed zijn best, en hij deed het heel goed. Maar ik denk dat de Tourmalet nèt iets te lang voor hem was.”
Een tweede kus des doods.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09152042/090226-BIN-Wat-kan-je-doen-voor-een-half-miljoen_FI_web.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09142304/090726BIN_2035065090_wethouder02.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09121644/090726DEN_2035072014_OVkorting.jpg)





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/07193336/070726VER_2035048550_Rusland.jpg)
English (US) ·