Eén presentatie, twee koppen: hoe hoog wordt de inflatie?

10 uren geleden 1

Ik moest even met mijn ogen knipperen gisterochtend. Voor me lag de papieren editie van NRC, met op de voorpagina het bericht dat De Nederlandsche Bank een inflatie van 5 procent mogelijk acht als de olie- en gasprijzen blijven stijgen. Maar online was de kop bij datzelfde artikel een andere: Crisis in Midden-Oosten raakt huishoudens nu al, inflatie stijgt naar minimaal 3 procent. De auteur van het onderliggende artikel was ikzelf, dus als iemand kan uitleggen hoe dat zit, ben ik het.

Dinsdagochtend was ik naar de persconferentie gegaan van De Nederlandsche Bank. De centrale bank presenteerde haar jaarverslag, maar bracht ook een update van de stand van de economie, gekoppeld aan de oorlog in het Midden-Oosten. Onderdeel van die update was een zogenoemde actualisatie van de periodieke Najaarsraming van DNB, plus twee scenario’s (een ‘ongunstige’ en een ‘zware’) wat er zou kunnen gebeuren als er geen eind komt aan de oorlog. Op basis daarvan schreef ik het artikel dat om 13 uur online mocht. De kop die ik erboven had gezet ging over de inflatie die naar 3 procent stijgt.

Vooropgesteld: beide koppen (online en papier) vinden hun oorsprong in het artikel, sterker nog, ze komen beide uit de eerste alinea. En ze zijn ook allebei min of meer waar (daarover later meer). In de actualisatie gaat DNB uit van een stijging van de inflatie naar 3 procent, in het zware scenario zou dat 5 procent kunnen worden. Het signaal van beide koppen is echter totaal verschillend: 3 procent inflatie is vervelend maar nog betrekkelijk dicht bij de huidige mate van geldontwaarding. Een inflatie van 5 procent is andere koek, namelijk een verdubbeling van de snelheid waarmee alles wat we kopen in waarde toeneemt. Gevolg: paniek! En tegen elkaar opbiedende politieke partijen over hoe dit aanstaande leed gecompenseerd moet worden.

Duwen tegen de waarheid

De crux is het verschil tussen de geactualiseerde raming en de scenario’s. Beiden lijken een blik op de nabije toekomst te geven, maar onderliggend verschillen ze fundamenteel van elkaar, vertelt Bert Smid, programmaleider Begroting bij het Centraal Planbureau, waar de bekendste ramers van Nederland werken. Het CPB publiceert twee keer per jaar een officiële raming, in het voorjaar (het Centraal Economisch Plan) en met Prinsjesdag (de Macro Economische Verkenning). Smid: „Een raming laat bij het huidige beleid de meest waarschijnlijke uitkomst zien. De ramingen van het CPB zijn gebaseerd op de op dat moment meest actuele data – zoals die van het CBS – of van cao-afspraken en beleidsuitgangspunten. De beleidsuitgangspunten en data vertalen we vervolgens in een consistent en plausibel totaalbeeld voor de Nederlandse economie en overheidsfinanciën.”

Een scenario doet iets anders, vertelt Smid. Ze wijken bewust af van de meest waarschijnlijke uitkomst uit de raming: „Bij scenario’s maken we een samenhangend pakket van aannames met als doel om onzekerheden te illustreren en de mogelijkheid te bieden je goed voor te bereiden. We maken vaak twee of vier scenario’s, soms om de risico’s scherp in beeld te brengen en soms om te zien of er in al die scenario’s overeenkomsten zijn.”

Ramingen zijn dus in strenge regels en procedures vervatte rekenexercities die zo goed mogelijk de economische toekomst proberen te vatten. Het is nadrukkelijk geen voorspelling, maar een inschatting op basis van feiten. Bij scenario’s wordt willens en wetens afgeweken van de reguliere ramingsdata en worden nieuwe gegevens in het model gestopt om te zien wat de mogelijke effecten daarvan zijn. DNB-president Olaf Sleijpen noemde dat bij de presentatie dinsdag „sommige indicatoren een duwtje geven”. In dit geval: een veel hogere olie- en gasprijs die ook nog eens langer zal aanhouden. 

Toch geen 5 procent?

Terug naar DNB. Ook daar maken ze twee keer per jaar een raming, in december en in juni. Wat er dinsdag gepresenteerd werd was geen nieuwe raming maar ‘slechts’ een actualisatie, een doorrekening op basis van de hogere energieprijzen per 11 maart. In de actualisatie en de twee scenario’s (ongunstig en zwaar) duwde DNB bewust alleen tegen de olie- en gasprijzen en dat leverde de lagere groei en hogere inflatie voor 2026 en 2027 op. Anders dan in de actualisatie werd er niet gekeken naar verdere prijsstijgingen. Ook werd er in de scenario’s geen rekening gehouden met aanpassingen in het monetaire beleid en het overheidsbeleid als gevolg van de hogere inflatie.

Formeel mag je de inflatieverwachting uit de raming niet eens optellen bij de inflatieverwachting uit de scenario’s, juist omdat ze methodologisch zo van elkaar verschillen. Als de inflatie echt gaat oplopen zoals DNB in het zware scenario schetst, zal de Europese Centrale Bank conform haar mandaat immers ingrijpen om de inflatie op middellange termijn op rond de 2 procent te houden. De ‘verwachte’ inflatie zal daardoor ook weer anders worden. Zo bezien klopt de ‘papieren’ kop met de inflatie van 5 procent dus niet helemaal.

Bijdragen aan een sfeer van onheil

Zijn scenario’s daarmee waardeloos als het gaat over wat te verwachten is? Geenszins, zegt Smid van het CPB. Ze zijn uitermate geschikt om beter voorbereid te zijn op wat er mogelijk gaat komen. „Het geeft je ook inzicht in wat je zwaar laat wegen. Misschien is de kans dat een scenario zich voordoet niet per se heel groot, maar als je weet dat de gevolgen als het gebeurt wel enorm zijn, kun je dat in je beleid laten meewegen.” Voorbeeldje: als in een zwart scenario de kans bestaat dat Nederland een week of langer helemaal geen aardgas meer heeft, kun je maatregelen nemen die dat hoe dan ook voorkomen omdat de impact ervan gigantisch zal zijn. 

Journalisten hebben, net als politici overigens, de neiging om zwarte scenario’s extra in het zonnetje te zetten. Niet per se uit effectbejag, maar om duidelijk te maken wat de uiterste consequenties kunnen zijn van – in dit geval – de oorlog in het Midden-Oosten. Het risico is wel dat we daarmee bijdragen aan een sfeer van onheil in de samenleving.

Juist daarom had ik in het bericht over de inflatie bewust gekozen voor de ‘rustigere’ kop over de inflatie van 3 procent. NRC was daarmee overigens een van de weinige: andere media kozen direct voor de 5 procents-kop boven hun berichtgeving. Dat de collega’s die de papieren editie samenstelden dinsdagavond uiteindelijk ook voor die kop kozen, is dus goed te verdedigen. Al was het maar om onze abonnees het best voor te bereiden op de toekomst: Hope for the best, prepare for the worst.

Lees het hele artikel