Eindelijk is D66 de grootste partij. Maar de macht is beperkt, weten D66-wethouders

2 dagen geleden 2

Het is wennen voor D66’ers: nooit eerder waren zij de grootste partij in de Tweede Kamer. Nooit eerder leverden zij een premier. Dat is prachtig, zegt de een, „echt genieten”. Het is spannend, zegt de ander. Want wat als het niet goed gaat? Niemand zo veranderlijk als D66-kiezers. Ze zijn zo weer vertrokken.

Deze week was in Den Haag voor het eerst een glimp te zien van het tijdperk-Jetten, dat op het punt van aanbreken staat. D66, CDA en VVD sloten een coalitieakkoord, en de drie partijleiders verdedigden hun afspraken dinsdag in een Kamerdebat. NRC vroeg vijf lokale bestuurders van D66 hoe zij deze week hebben ervaren, hoe ze naar het coalitieakkoord en het minderheidskabinet kijken. Kort gezegd: ze zijn trots op hun partij, maar missen belangrijke, progressieve punten in het akkoord.

De minderheidscoalitie (66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer, 22 van de 75 in de Eerste Kamer) zal continu moeten onderhandelen met oppositiepartijen om iets gedaan te krijgen. Wat in Den Haag meteen opviel: de oppositie heeft geen zin om mooi weer te spelen. Met name op het gebied van aangekondigde bezuinigingen, zoals op de zorg en sociale zekerheid, gaat het heel ingewikkeld worden. Is er voldoende speelruimte voor de ‘doorbraken’ die Rob Jetten beloofde?

Lastig onderhandelen

„De instabiliteit zit erin gebakken”, zegt de Amersfoortse wethouder Tyas Bijlholt. „Het is niet alleen een minderheidscoalitie. D66 is ook nog eens de grootste partij met maar 26 zetels. Dat maakt onderhandelen veel lastiger, dat merk ik lokaal ook. Wij zijn de grootste met zes zetels, maar GroenLinks, de nummer twee, heeft er ook zes. Dan kunnen partijen altijd om je heen.”

D66 kan ook als grootste regeringspartij maar een bescheiden rol spelen, zegt Hans Fuchs, wethouder in Weert. Hij ziet zijn partij „als een bindmiddel” tussen CDA en VVD, maar ook tussen oppositie en coalitie. „Je kan ons er maar beter bij hebben, dat moeten we blijven uitstralen. Het is ook goed dat we dat niet meer met opgeheven vinger doen, maar met uitgestoken hand. Dat was wel anders toen we nog negen zetels hadden.”

Charlotte van der Meij, wethouder namens D66 in Haarlemmermeer, is blij met de „heerlijk positieve flow” rondom haar partij, zegt ze. „Het was de laatste jaren op campagne niet altijd leuk om op straat te staan en uitgescholden te worden. Nu is dat heel anders.”

Van der Meij maakt zich zorgen, zegt ze, over de afspraken tussen de drie partijen over de jeugdzorg. Het is goed dat er meer aandacht komt voor preventie, zegt ze, en dat het beleid erop is gericht om minder jongeren in de jeugdzorg te laten belanden. „Maar aan de andere kant: een op de zeven jongeren heeft nu al een indicatie voor de jeugdzorg, in mijn gemeente ook. Dat wordt door het Rijk te veel als een financieel probleem gezien. Als er al geld komt, dan is het niet structureel.”

Dakloosheid als verborgen probleem

Wat ze ook mist, is aandacht voor dakloosheid. „We zitten met een gigantisch probleem, dat steeds groter wordt. Het aantal mensen dat om economische redenen op straat belandt, bijvoorbeeld na een echtscheiding, neemt hard toe. Ik mis de aandacht hiervoor in de coalitieafspraken.”

Er zijn veel D66’ers die vinden dat hun partij in de kern een progressieve partij is. Zij zien GroenLinks-PvdA als een logische coalitiepartner. Dat die partij door een blokkade van de VVD niet mee mocht doen aan de formatie, doet bij sommigen pijn. Charlotte van der Meij zegt bijvoorbeeld: „Ik had veel liever een meerderheidskabinet met GroenLinks-PvdA erbij gezien. Aan de andere kant ben ik ook opgelucht dat JA21 niet is aangeschoven. Dat had ik heel ingewikkeld gevonden.”

Wethouder Jeroen Klaasse uit Diemen noemt zichzelf „wat linkser” dan de gemiddelde D66’er. Het akkoord is naar zijn smaak dan ook wat te rechts. „Het extra geld voor defensie is een noodzakelijk kwaad. Maar wie gaat de rekening betalen? Ik zou wat meer willen zien dat de rijken en grote bedrijven daarvoor opdraaien.” Klaasse hoopt dat D66 toch meer met GroenLinks-PvdA kan optrekken. „Links kan nog heel wat binnenhalen.”

D66 als de nieuwe middenpartij

Er is ook een vleugel binnen de partij die D66 als de nieuwe middenpartij ziet, de partij die je in iedere coalitie, links of rechts, goed kan gebruiken. Het was een plek die lange tijd het CDA toebehoorde, en die later jarenlang door de VVD is ingenomen. Dat maakte die partijen de afgelopen decennia moeilijk te passeren.

Michiel Muis, wethouder in Lansingerland, ziet D66 als zo’n middenpartij die over links én rechts kan besturen. In Lansingerland bestuurt D66 met de ChristenUnie en twee lokale partijen, bepaald geen progressief college. „Zolang de afspraken maar toekomstgericht zijn, dat hoort bij ons. Verder kunnen we samenwerken met partijen met uiteenlopende ideeën, dat is onze kracht.”

Verschil met het CDA van Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende, de PvdA van Wim Kok en de VVD onder Mark Rutte is dat D66 een minder divers electoraat heeft. D66-kiezers zijn relatief homogeen: jong, hoogopgeleid en stedelijk. Dat betekent dat ze wel relatief progressief zijn, maar dat veel impopulaire maatregelen in het coalitieakkoord deze groep niet direct hard raken.

De nieuwe coalitie wil bezuinigen op de WW, een verhoging van de AOW-leeftijd én een verhoging van het eigen risico in de zorg. In de achterban van menig regeringspartij zou er onrust over ontstaan. Bij D66’ers valt dat mee, zegt wethouder Hans Fuchs uit Weert. „Het zijn zorgen die D66-kiezers niet direct treffen. De meeste kiezers hebben het goed genoeg en snappen dat niks gratis is in het leven. Als er een prijs betaald moet worden om de voorzieningen in stand te houden, dan heeft de D66-kiezer dat er wel voor over.”

Tyas Bijlholt zegt: „De bezuinigingen in de sociale zekerheid en zorg spreken me juist wel aan. Het is een soort taboe in Nederland om aan te tornen. Ik vind het heel erg bij D66 passen om te zeggen: we moeten twee generaties vooruitdenken, en daarom hervormen.”

Migratie als splijtzwam

Migratie kan D66 de komende tijd verdelen. De coalitie is bereid de twee asielwetten te steunen van het huidige demissionaire kabinet. In de Eerste Kamer, die de wetten binnenkort behandelt, klinkt verzet vanuit de fractie van D66. Vooral door de strafbaarstelling van illegaliteit stemt de fractie tegen.

Lokaal is er veel steun voor die opstelling. Wethouder Jeroen Klaasse is het „helemaal eens” met de senaatsfractie. „De scherpe randen moeten echt van deze wetten af. Het beperken van de asielinstroom moet wel op humane wijze gebeuren.”

Het kabinet-Schoof (PVV, VVD, NSC en BBB) heeft grote onrust over dit onderwerp veroorzaakt, zegt Tyas Bijlholt. „Ik heb er zo veel last van gehad. De discussie over azc’s werd emotioneel. Stond je voor een groep burgers, zeiden ze: wat doet u hier, de spreidingswet wordt toch ingetrokken? De opstelling van Geert Wilders, die deed alsof dat zou gebeuren, was heel kwalijk. Het is goed dat in ieder geval de spreidingswet blijft, en dat er weer iets van rust terugkeert op dit dossier. Dit wil ik niet nog een keer meemaken.”

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel