Wat Hubble ooit vastlegde als een elegante inktvis met sierlijke tentakels, blijkt in werkelijkheid een mythisch monster. De James Webb-ruimtetelescoop brak door de kosmische stofsluier heen en ontmaskerde Messier 77 als een ware Kraken — een hongerig superzwaar zwart gat van acht miljoen zonsmassa’s dat zijn sterrenstelsel dooreenschudt met een ijzige wind van anderhalf miljoen kilometer per uur. Geen onschuldig spiraalstelsel, maar een loerend roofdier.
Het is alsof we voor het eerst de hartslag van een legendarisch zeemonster kunnen zien. Een jaar nadat de Hubble-ruimtetelescoop ons het sterrenstelsel Messier 77 in al zijn optische glorie toonde, richt de James Webb-ruimtetelescoop zijn infraroodogen op hetzelfde doel. Het resultaat? Een even confronterende als adembenemende blik op een actief galactisch centrum dat de omringende kosmos bijna tart. De nieuwe opname, slechts drie dagen terug door ESA gepubliceerd als ‘Picture of the Month’, toont ons het Inktvisstelsel zoals we het niet kenden: als een baken van ruwe energie, gehuld in wervelingen van ijl, gloeiend stof. Plus wat eerdere opnamen ik er zoal bij mocht treffen, toon ik je ze graag in onderstaande Scientias’ ruimtefoto van de week-artikel.
Het onverhulde hart van de reus
De hoofdfoto, vastgelegd met Webb’s Mid-Infrared Instrument (MIRI), maakt direct duidelijk waar de aandacht naartoe getrokken wordt. Vanuit de kern van Messier 77 (ook wel ‘M77‘, ‘NGC 1068‘, ‘Squid Galaxy‘ of ‘Inktvisstelsel‘ genoemd) schieten zes grote en twee kleinere oranje diffractiespikes, een kenmerkend artefact van de hexagonale spiegelsegmenten van de telescoop. Deze spikes verraden de aanwezigheid van een extreem heldere en compacte energiebron: de actieve galactische kern (AGN). Hier wordt gas door de zwaartekracht van een superzwaar zwart gat van acht miljoen zonsmassa’s in een strakke, razendsnelle baan getrokken. Het gas botst, verhit en zendt een hoeveelheid straling uit die het licht van alle miljarden sterren in het stelsel doet verbleken…
Van kosmische kraamkamer tot sterrenstof
Hoewel de kern de show steelt, borrelt het in de spiraalarmen van activiteit. MIRI toont dicht opeengepakte, feloranje bubbels die intense stervormingsgebieden (zogenaamde starbursts) markeren. Deze clusteren zich vooral in een heldere ring die een dwarsbalk in het centrale gebied omspant – een structuur die onzichtbaar bleef voor Hubble in zichtbaar licht. De ring zelf is een immense, galactische kraamkamer van meer dan 6.000 lichtjaar breed. Deze explosie van stergeboorten vindt plaats in een omgeving van wervelend interstellair stof, dat door MIRI wordt weergegeven in etherische, blauwe slierten die een grootse vortex om de kern heen vormen.
Met het Near-Infrared Camera (NIRCam) beeldvormingsinstrument van dezelfde ruimtetelescoop Webb, krijgen we een ander, doch complementair perspectief. De foto is minder uitgesproken dan die van MIRI alleen, maar onthult en detailleert juist de centrale balk en de talloze individuele sterclusters die als oranje glitterpuntjes langs de armen liggen. De zuidelijke arm gloeit in een diep rood, wat de aanwezigheid van complexe moleculen zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) verraadt. Een derde, gecombineerde MIRI+NIRCam-opname poogt beide werelden te verenigen, maar vreemd genoeg mist deze composiet de sprankeling die de pure MIRI-foto zo betoverend maakt:
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Een terugblik in optisch licht
Deze ongekende infraroodbeelden zijn niet de eerste keer dat dit stelsel de show steelt. Zo schreef ik in april 2025 nog over een Hubble-opname van Messier 77, die ESA op 14 april van dat jaar presenteerde. Die foto, gemaakt met Hubble’s Wide Field Camera 3 (WFC3), bracht het stelsel in zichtbaar en ultraviolet licht in beeld (zie onderstaande foto’s). De opname liet zien hoe filamentaire structuren zich als tentakels van een inktvis rond de galactische schijf slingeren – het kenmerk dat het stelsel zijn populaire bijnaam ‘Squid Galaxy’ opleverde, te vinden in het sterrenbeeld Walvis (Cetus), het kon weinig anders… Rijke, felroze stervormingsknopen en donkerrode stofbanen domineerden het beeld en gaven een schitterende indruk van de voortdurende cyclus van geboorte en verval in de spiraalarmen.
Nóg een stap verder terug in de tijd, maart 2013, onthult Hubble’s Wide Field and Planetary Camera 2 (WFPC2) een ander portret. In die eerdere opname zien we dieprode Hα-emissies (‘waterstof-alfa’; een specifieke, dieprode spectraallijn die wordt uitgezonden door waterstofatomen, duidend op actieve stervorming in sterrenstelsels) en helderblauwe, jonge sterclusters die omlijst worden door donkere stofbanen die ruw over het heldere centrum snijden. Diezelfde actieve kern was toen al zichtbaar, maar verre van zo dominant en onthullend als Webb hem nu toont. Het ontbrak de optische beelden simpelweg aan het vermogen om door de dikke stofsluier heen te prikken die de stofschijf over en om de eigen kern werpt.
Leestip: Het inktvisstelsel onthuld: Messier 77 in alle glorie
Het volledige spectrum van een monster
De visuele pracht van Hubble en de onthullende kracht van Webb worden verder in context geplaatst door waarnemingen vanaf het aardoppervlak. Een magnifiek overzichtsbeeld van ESO’s Very Large Telescope (VLT), gepubliceerd in juli 2017, toont het stelsel in al zijn rustige elegantie. De opname, gemaakt met het FORS2-beeldvormignsinstrument, zet de vier golflengtebanden om in een palet van blauw, rood, violet en roze. Elke kleur dient de wetenschap: het roze waterstof-alfa-licht onthult wederom jonge, hete sterren in de armen, terwijl het rode licht juist de ragfijne, draderige gasstructuren blootlegt.
Maar het ware turbulente karakter van M77 wordt pas duidelijk als we inzoomen op de kern, ver voorbij wat VLT’s overzichtsfoto kan tonen. Het MATISSE-beeldvormingsinstrument, gekoppeld aan ESO’s Very Large Telescope Interferometer, deed dat op verbijsterende wijze. Een close-up, gepubliceerd in februari 2022, ontrafelde het binnenste deel van de actieve kern van M77. De waarnemingen toonden een dikke, donutvormige ring van kosmisch stof en gas – een torus – die het centrale zwarte gat vanuit ons perspectief grotendeels aan het zicht onttrekt. De annotaties op de foto markeren de positie van het zwarte gat met een zwarte stip en de contouren van de stofring en -schijf met ellipsen, waarmee een schematisch maar uiterst precies beeld van de onzichtbare motor wordt geschetst:
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Onzichtbare krachten in kaart gebracht
Ons beeld van Messier 77 wordt compleet met observaties die het onzichtbare zichtbaar maken. De puzzelstukjes vallen op hun plaats in twee bijzondere afbeeldingen die ik eveneens trof en graag ook nog met je deel. De eerste, van NASA en gepubliceerd in december 2020, toont de magnetische velden in het stelsel als gestroomlijnde lijnen over een composiet van optisch licht en röntgenstraling. Hieruit blijkt dat de magnetische veldlijnen keurig langs de massieve spiraalarmen lopen met een lengte van 24.000 lichtjaar – wat de dichtheidsgolftheorie ondersteunt die verklaart hoe de iconische armen hun vorm behouden.
Magnetische veldlijnen in NGC 1068, weergegeven als stroomlijnen over een composiet van zichtbaar licht (Hubble/SDSS) en röntgenstraling (NuSTAR). De velden volgen de spiraalarmen over een afstand van 24.000 lichtjaar. Afbeelding/foto: NASA/SOFIA; NASA/JPL-Caltech/Roma Tre UnivTen slotte is er de ultieme composiet: een samensmelting van röntgenstraling geflitst met de Chandra-ruimtetelescoop (blauw), radiodata van de VLA (roze), en optische/infrarooddata van Hubble en Webb. In deze opname zien we de kosmische orkestratie ten top: de röntgenstraling verraadt een wind van meer dan anderhalf miljoen kilometer per uur die vanuit het zwarte gat de ruimte in wordt geblazen, terwijl de radiostraling de uitgestrekte structuren van uitgestoten materie laat zien. Het is de culminatie van ons kijkvenster op M77: van de magnetische velden die de spiraalstructuur kneden tot aan de monsterlijke wind die de kern uitbraakt, van radiogolven tot hoogenergetische straling.
Onze leestips: Vergeet Webb: de ELT gaat álles anders maken en vordert gestaag in bouw, De Rubin-telescoop is nog niet eens echt van start gegaan, maar heeft al 11.000 asteroïden gevonden, ’s Werelds grootste ver-infraroodcamera met Nederlandse detectoren opent jacht op eerste sterrenstelsels of Hubble viert 36 jaar met een spectaculaire blik op de veranderlijke Trifidnevel.
Messier 77 is daarmee veel meer dan mooie plaatjes; het is een laboratorium aan onze kosmische deurmat. Waar we de afgelopen decennia gefascineerd keken naar de optische tentakels die het zijn naam gaven, ontvouwt Webb nu wat zich daaronder schuilhoudt: een door het zwarte gat aangedreven machine die zijn hele omgeving vormgeeft, te analyseren dankzij een ongekende alliantie van observatoria op de grond en in de ruimte.
De afgelopen decennia zijn er prachtige foto’s gemaakt van interstellaire nevels, sterrenstelsels, planeten, andere hemellichamen en in de ruimtevaart. Ieder weekend halen we een indrukwekkende ruimtefoto uit het archief. Genieten van alle foto’s? Bekijk ze op deze pagina. Heb je zelf bijzondere (astro)foto’s die je wil delen met ons? Stuur ze in via ons mailadres o.v.v. ‘Ruimtefoto’!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

1 uur geleden
1









English (US) ·