De eerste landstitel in dertien jaar. Het zorgde maandagmiddag voor een ongekende euforie bij de hockeyers van Rotterdam. Spelers vlogen elkaar om de nek. Toch stond langs de kant iemand die de hoofdprijs nóg intenser leek te beleven: coach Erik van Driel.
In januari van dit jaar kondigde de club aan na het seizoen afscheid van hem te nemen. De clubleiding sprak van „een strategische afweging”. Voor de volgende fase van de club zochten ze „een ander type coach”. Maar uitgerekend de vertrekkend coach leidde de club op tweede Pinksterdag naar de hoofdprijs, in eigen huis.
Dat gebeurde niet met het vloeiende aanvalsspel dat zijn team dit seizoen vaak liet zien. Daarvoor was de spanning te groot, de temperatuur te hoog en het aantal fouten te talrijk. International Thijs van Dam was op het middenveld wel opnieuw de motor van de ploeg, die wordt gekenmerkt door veel positiewisselingen en snelheid op het middenveld en de voorhoede. „Dat is onze kracht, maar het kan ook onze zwakte zijn, onze valkuil”, vertelde aanvaller Tjep Hoedemakers na de winst in de eerste halve finalewedstrijd tegen Pinoké (1-2).
Wie de statistieken van het seizoen bekijkt, ziet wat de international bedoelt. Geen team in de hoofdklasse scoorde meer in de 22 competitiewedstrijden dan Rotterdam: liefst 88 keer. De keerzijde van het attractieve spel is dat tegenstanders vaak kansrijk zijn in de tegenstoot na balverlies van Rotterdam.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/25182652/250526SPO_2033949421_Thijs.jpg)
International Thijs van Dam van Rotterdam in actie in de finale tegen Amsterdam.
ANPGelukkig voor Van Driel heeft hij ook in de achterste linie meerdere internationals staan, waardoor het aantal tegengoals in de competitie beperkt bleef tot 38. Justen Blok is de leider van de defensie, met rechts naast hem de vaak excellerende international Pepijn van Heijningen.
Exemplarisch was de return in de halve finale tegen Pinoké in eigen huis. Specialist Van Heijningen benutte twee strafcorners, Hoedemakers scoorde twee veldgoals. Het leverde Rotterdam de winst én een finaleplek op, waar het vorig jaar niet eens de play-offs haalde.
Slachtpartij
Het tekent de geringe krachtsverschillen in de hoofdklasse, waar feitelijk zeven clubs jaarlijks strijden om vier tickets voor de play-offs om de landstitel. Voor die clubs spelen niet alleen Nederlandse, maar ook buitenlandse internationals. Combineer dat met de hoge intensiteit die het tophockey gewoon is sinds er continu mag worden gewisseld en de attractiviteit van de play-offs zijn grotendeels verklaard.
Het zorgde opnieuw voor volle stadions en wedstrijden waar de spanning voelbaar was. De eerste wedstrijd van de finale, Amsterdam-Rotterdam op 23 mei, paste geheel in die traditie. Net nadat de rook van het vele vuurwerk was opgetrokken kreeg Rotterdam-aanvoerder Thijs van Dam de bal. In één beweging draaide hij weg bij zijn tegenstander om op volle snelheid met de bal aan de stick door te trekken tot in de vijandige cirkel om daar een voet te vinden.
De daaropvolgende strafcorner lag na een goede stop panklaar voor Van der Heijden. Maar die koos, tot zichtbare verrassing van Amsterdam, voor een ingestudeerde variant. De bal ging opzij naar Justen Blok die met een harde assist de vrijstaande Tjep Hoedemakers bereikte: 0-1.
Het pittige duel eindigde in 2-3. Blok, na afloop tegen NRC: „Het was een slachtpartij, met veel emotie.” Toch was er geen vooropgezet plan om het technisch vaardige Amsterdam fysiek te bestrijden, volgens Van der Heijden. Met een opvallend grote glimlach: „Het gebeurde spontaan…”
Ander spoor
Rimpelloos was het seizoen van de Rotterdammers niet. Geen van de ploegen die de play-offs haalde, verloor zo vaak als Rotterdam: vijf keer, waarvan twee achter elkaar eind 2025. En toeval of niet, in die periode viel trainer Van Driel thuis ongelukkig van een ladder bij een klus op het dak.
Het incident zette hem aan het denken over zijn toekomst. Een toekomst waar de clubleiding van Rotterdam toen al uit was. Het leidde Van Driel naar eigen zeggen niet af van zijn werk. „Ik ben goed in staat om me te focussen”, zegt hij telefonisch, aan de vooravond van de ontknoping van de finalewedstrijd tegen Amsterdam. Veel meer wil hij niet kwijt. „Omdat ik nu in het moment wil blijven voor de ontknoping morgen.”
Die wedstrijd, thuis in een volgepakt stadion, valt lange tijd niet de kant op van Rotterdam. Amsterdam is feller, attenter en komt twee keer op voorsprong. Tot Blok de bal net voor tijd hard de cirkel inbrengt waar de Argentijn Joaquín Menini de bal binnentikt. Wat volgt, is een ontlading die volgt uit dertien jaar geduld. Op de tribunes trillen alle digitale horloges: ‘teveel omgevingsgeluid’.
Van Driel straalt van oor tot oor bij de prijsuitreiking. Hij verlaat de club én het hockey. „Ik ga een ander spoor trekken in het leven, al weet ik nog niet welke kant dat opgaat.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/25181102/250526SPO_2033967070_deJong1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/22135315/250526DEN_2033937134_vijlbrief.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/22153620/250526BIN_2033793120_sandee.jpg)





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/22202102/220526VER_2033948102_Jansa.jpg)
English (US) ·