Gestolen, zeventiende-eeuwse statenbijbel na dertig jaar teruggevonden bij juwelier

2 dagen geleden 3

Na dertig jaar gestolen en verdwenen te zijn geweest, is een zeventiende-eeuwse statenbijbel weer terug in de Stulpkerk in Lage Vuursche. De bijbel, religieus erfgoed en ‘een typografisch monument,’ volgens een boekentaxateur, had indertijd een waarde van 10.000 gulden (nu circa 9.000 euro), mede vanwege het zilverbeslag op de kaft. De uitgave uit 1686, van de fameuze Dordtse broers Keur, was op het moment van de diefstal al tachtig jaar in de Stulpkerk in gebruik.

Pas vijf, zes jaar geleden hoorde Erik-Jaap van Diermen, organist van de kerk, voor het eerst van de diefstal tijdens een gesprek met de koster. „Volgens de koster was de bijbel voorgoed verdwenen. Wie weet wel verkocht naar Amerika.” Van Diermen, een liefhebber van oude boeken, wilde toch proberen de bijbel terug te vinden en begon online te zoeken. Eén of twee keer per jaar tikte hij de zoekopdracht ‘statenbijbel met zilverbeslag’ in om te zien of de gestolen statenbijbel ergens werd aangeboden. Die zoektocht leverde niets op, tot vlak voor kerst vorig jaar. „Toen zag ik op de website van een juwelier een statenbijbel met zilverbeslag die verdacht veel op die van onze kerk leek.”

De weduwe van een vroegere dominee van de kerk had de bijbel in 1918 geschonken. Haar man had hem rond 1866 gekregen van zijn toenmalige gemeente in Bloemendaal, omdat hij een aantrekkelijk aanbod om in Utrecht dominee te worden had afgeslagen. De Bloemendaalse gelovigen hadden de bijbel met zilverwerk laten versieren, met op de leren kaft een afbeelding van hun kerkje.

Inbraak

Op zondag 2 februari 1996 had de koster om ongeveer acht uur ‘s avonds de kerk afgesloten. De dinsdagochtend erna ontdekte hij dat er was ingebroken. Het slot van de achterdeur was opengebroken. Buiten waren voetsporen in de sneeuw te zien. In het proces-verbaal vertelt de koster dat niet alleen de kostbare bijbel op de kansel was meegenomen, maar ook zeshonderd gulden uit de collectebusjes. Verder was een grote houten kist geforceerd; de ordners en bijbels die daarin lagen waren op de grond gegooid. In de consistorie waren dozen en ordners uit een archiefkast gegooid.

De statenbijbel van de Stulpkerk in Lage Vuursche.

Foto’s BRAM PETRAEUS

Gelukkig was de kerk verzekerd. Van het verzekeringsgeld kocht de kerkenraad een nieuwe zeventiende-eeuwse statenbijbel. „Die is enkele maanden later ook gestolen”, vertelt Van Diermen. Lachend: „Die gaan we ook nog terugvinden.”

Juwelier

Na zijn ontdekking op het internet besloot Van Diermen een ander lid van de kerkgemeente om raad te vragen, iemand die vroeger rechercheur was. Samen gingen ze naar de juwelier om te kijken of het om de gestolen bijbel ging. Dat bleek. Het zilveren kerkje op de kaft was weliswaar verdwenen, maar er waren nog sporen te zien. Dat gold ook voor de beschadigingen onderaan enkele pagina’s, die waren beschreven in een inventaris van de kerk uit 1977. Bij de kreet „Dit is onze bijbel”, schrok de juwelier. Maar na het overleggen van alle documentatie, stelde hij zich meewerkend op.

De politie heeft de zaak verder afgehandeld, vertelt Cor Patist, specialist kunst- en antiekcriminaliteit. „We hebben vastgesteld dat de juwelier de bijbel in december 2020 te goeder trouw bij een Nederlands veilinghuis heeft gekocht. Hij heeft de bijbel teruggegeven aan de kerk.” Hij wil nog onderzoeken wie de bijbel bij het veilinghuis heeft binnengebracht. De diefstal is zojuist na dertig jaar verjaard, weet hij. „Maar eventuele heling nog niet.”

Op zondag 22 maart zal de bijbel weer in gebruik worden genomen, vertelt Van Diermen. De scriba, de secretaris van de kerkenraad, zal de bijbel op de kansel plaatsen, waarna de dominee de bijbel weer zal openen. Intussen zal de gemeente een psalm zingen. Voortaan zal de bijbel na elke dienst ergens veilig, niet in de kerk, worden bewaard.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel