In de zomer van 2021 zien wetenschappers iets opmerkelijks in de satellietdata van Antarctica: de hoeveelheid landijs op het zuidelijke continent begint weer te groeien, na decennia waarin het gestaag smolt door klimaatverandering. Anderhalf jaar later bereikt de groeiende ijsmassa een piek, om daarna redelijk stabiel te blijven. Dit voorjaar was de hoeveelheid ijs op Antarctica nog steeds vergelijkbaar met zes jaar geleden, ondanks een aantal bijzonder warme jaren op aarde.
Hoe is dat mogelijk? Een woensdag verschenen studie in Nature heeft de oorzaak preciezer dan ooit in kaart gebracht. Een periodieke opwarming van het zeewater rond Zuidoost-Azië draagt via enkele tussenstappen bij aan hevige sneeuwval in het oosten van Antarctica, concludeert het onderzoek. De afgelopen jaren is daardoor zoveel sneeuw gevallen en achtergebleven op het ijsoppervlak, dat het de effecten elders van klimaatverandering heeft gemaskeerd.
Dat betekent dat de opvallende veerkracht van het ijs op Antarctica „waarschijnlijk tijdelijk” is, schrijven de samenwerkende Amerikaanse en Chinese onderzoekers in het begeleidend persbericht. De ijsmassa is juist in het oosten van Antarctica sterk gegroeid. In andere delen van het continent heeft het smelten de afgelopen jaren wel doorgezet. Als het zeewater in de zogenoemde tropical warm pool weer afkoelt, zal ook de sneeuwval op Oost-Antarctica verder afnemen en het effect van klimaatverandering weer zichtbaar worden. Het ijs op Antarctica zal op de lange termijn dus blijven smelten.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19164208/200826WET_TWP_Drive_Kaart.png)
„Deze studie toont overtuigend aan dat de toename van landijsmassa op Antarctica tijdelijk is”, zegt Michiel van den Broeke, hoogleraar polaire meteorologie aan de Universiteit Utrecht, die niet bij het onderzoek betrokken was. Van het westelijke deel van Antarctica was al bekend dat tropische weersomstandigheden invloed hebben op de sneeuwval daar. „Het nieuwe aan dit onderzoek is dat er nu ook iets gevonden is wat Oost-Antarctica beïnvloedt.” Dat is „een belangrijke constatering”, zegt Van den Broeke. „Je kunt het poolklimaat niet meer los zien van datgene wat er in de tropen gebeurt.”
Kleine en grote schommelingen
In Zuidoost-Azië bestaan verschillende periodieke weersverschijnselen die het gevolg zijn van opwarmend zeewater. Behalve La Niña, de tegenhanger van El Niño die zorgt voor uitzonderlijk warm water aan de Aziatische zijde van de Grote Oceaan, bestaat een vergelijkbaar effect met de naam Indian Ocean Dipole, in de Indische Oceaan. Toch zijn deze relatief bekende fenomenen niet de oorzaak van de sneeuwval in Antarctica. „Ze kunnen geen direct verband leggen met klimaatschommelingen zoals El Niño”, concludeert Van den Broeke uit het verschenen onderzoek. „En ik verwacht eerlijk gezegd ook niet dat daar een heel sterk verband mee is. Het gaat hier echt om een zwakker signaal dat voor deze specifieke streek op Antarctica van belang is.”
Het wereldwijde klimaat hangt aan elkaar van allerlei kleine en grotere schommelingen, legt hij uit, waarvan één dus blijkbaar de sneeuwval in Oost-Antarctica aanjaagt. „De uitdaging is nu natuurlijk om te kijken hoe die natuurlijke schommelingen zich gaan ontwikkelen in een veranderend klimaat. Worden ze sterker, worden ze zwakker en hoe verhouden ze zich tot de opwarming?”
Enkele weken geleden werd al duidelijk dat een twintigjarige ‘smeltpauze’ op de Noordpool, dus aan de andere kant van de wereld, ten einde was gekomen. Ook daar speelde natuurlijke variatie in klimaatsystemen een rol, al was een precieze oorzaak niet zo duidelijk aan te wijzen als nu voor Antarctica gebeurt. Dat heeft ermee te maken dat er op de Noordpool geen continent ligt, zegt Van den Broeke: het ijs drijft op water. „En zee-ijs is natuurlijk gevoelig voor wat er in de atmosfeer gebeurt, maar ook wat er in de oceaan gebeurt. Dus dat is zo mogelijk nóg complexer om helemaal uiteen te rafelen.”
De ijsmassa op Antarctica is van groot belang voor de rest van de wereld, juist omdat het niet drijft. Als het ijs dat op land ligt smelt, groeit de hoeveelheid water in de oceanen en stijgt de wereldwijde zeespiegel. Dat maakt het verschenen onderzoek nog belangrijker, zegt Van den Broeke. „We willen natuurlijk allemaal graag weten hoe snel de Antarctische ijskap gaat smelten in de toekomst. Als je dat goed wil voorspellen, zal je toch ook modellen moeten hebben die dit soort verschijnselen goed kunnen reproduceren.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19150424/190826VER_2036052046_josso.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19164857/web-19082026culKIDJO.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14092934/170826OPI_2035933738_Economist_AI-Agents.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14140748/160826BIN_2035764251_voorzorgHP.jpg)


English (US) ·