Het is wachten tot de wolf de zon heeft opgegeten

1 uur geleden 1

Ruim 3.000 jaar geleden verduisterde de zon boven de toen bruisende stadstaat Ugarit (aan de huidige Syrische Middellandse-Zeekust). Tenminste, iemand schreef toen in het typische alfabetische Ugarit-schrift op een kleitablet: „Op de dag van de nieuwe maan, in de maand Hiyar, werd de zon beschaamd, de zon ging onder midden op de dag en de planeet Mars [de god Rashep] was erbij.” Met op de achterkant van het kleitablet het commentaar: „Twee levers zijn onderzocht: gevaar!” Deze notitie geldt sinds de ontcijfering in 1970 als een van de oudste bekende observaties van een zonsverduistering, eerst gedateerd op 1375 v. Chr., later op 1223 v. Chr.

Er is ook wel twijfel. Van de tekens bestaat ook een veel alledaagsere vertaling: „Tijdens de zes dagen van de nieuwe-maan-rituelen van de maand Hiyyaru, ging de zon onder. En haar begeleider was de god Rashep [de planeet Mars]”. Met op de achterkant: „De mannen zullen naar de prefect gaan.” Maar die vertaling lijkt toch niet algemeen te zijn geaccepteerd.

Sowieso zijn er veel andere, meestal nóg onduidelijkere kandidaten voor de oudste beschreven zonsverduisteringen. Zelfs ingekraste concentrische cirkels in het Ierse megalitische graf van Newgrange (ruim 3000 v. Chr.) zijn wel gezien als verwijzing naar een zonsverduistering. Ook een obscuur Chinees versje dat zou teruggaan tot 2100 v. Chr wordt vaak genoemd: „Hier liggen de lichamen van Ho en Hi, wier lot triest en lachwekkend is, gedood omdat ze niet konden zien, een verduistering die onzichtbaar bleef.” En er is de moeilijk te dateren voorspelling van Theoclymenus uit Homerus’ Odyssee: „Aan de hemel was de zon verdwenen / er spreidde zich een akelige nevel” (Odys. xx.356, vertaling Patrick Lateur).

De aanduiding ‘gevaar!’ achterop de Ugarit-kleitablet maakt in ieder geval duidelijk dat een zonsverduistering vaak als een slecht voorteken werd beschouwd. En dat is logisch. Plotselinge verduistering van de zon overdag tast fundamentele kosmologische verhoudingen aan. En zeker de concrete ervaring van een totále eclips, met zijn plotseling intredende duisternis zonder schemering, de koude blauwzwarte hemel, het plotseling zwijgen van vogels en de snelle daling van de temperatuur, moet wel in álle culturen verontrusting hebben gewekt.

Nergens komt die angst zo luguber tot uiting als in de Assyrische gewoonte van de šar pûhi: de substituut-koning, een fenomeen dat bestond van de negende tot de zevende eeuw v. Chr. Bij slechte kosmische voortekenen die het leven van de koning bedreigden, kon de Assyrische koning zich tijdelijk vermommen als boer. Op de troon werd dan een ter dood veroordeelde of een ander ‘onbelangrijk’ persoon gezet, die zonder macht een tijdje koning mocht spelen. Brieven aan de (echte) koning werden dan gericht aan „de boer”. De šar pûhi werd na een tijd geëxecuteerd om het kwaad als het ware ‘op te vangen’ en de echte koning kon weer terugkeren.

Maar panische angst voor verduisteringen was er niet altijd, en over mogelijke rituelen kon ook gediscussieerd worden. Op 27 mei 669 v. Chr, schreef de belangrijke priester Akkullanu bijvoorbeeld onbekommerd aan de Assyrische koning Esarhaddon dat die ochtend „de zon een verduistering van twee vingers doormaakte. Daar is geen afwerend ritueel voor nodig, het is niet zoals een maansverduistering. Als u wil zal ik u een uitgebreide interpretatie sturen.” Maar de koning, die nogal te kampen had met rebellie en staatsgrepen, maakte zich juist wél zorgen, ook al omdat die dag een ándere priester hem over die verduistering had geschreven: „de goden van alle hoeken van de aarde zullen verward raken, een rebel zal opstaan”. En dus werd er in de Assyrische hoofdstad Nineve toch tijdelijk een nepkoning op de troon gezet.

Kleitablet met tabel van zonsverduisteringen, afkomstig uit Babylon, vierde eeuw v. Chr.

Foto Zunkir/wikimedia commons

Vele honderden jaren later was dat ritueel nog niet vergeten. Toen Alexander de Grote in 323 v. Chr. naar Babylon terugkeerde van zijn veldtocht in India, zat daar volgens sómmige verhalen tot zijn verbijstering al iemand op zijn troon. Een nepkoning, wegens een samenloop van allerlei kosmische verduisteringen, stelden de hoffunctionarissen hem gerust. Het ritueel baatte Alexander overigens niet, evenmin als indertijd Esarhaddon. Beiden stierven nog hetzelfde jaar.

Oefening voor de eindtijd

Dat een zonsverduistering angst inboezemt maar dat ook lang niet altijd iedereen onder de indruk is, blijkt ook uit de vele mythologische verhalen die er overal op de wereld over worden verteld. Want in die verhalen is de eclips vaak geen goed teken, maar soms is die ook juist een symbool van vriendschap, vrede en versmelting. In de Noorse mythologie gold een zonsverduistering simpelweg als een akelige oefening voor de eindtijd. Want dat Noorse ‘ragnarok’ begint als de wolf Fenrir er eindelijk in slaagt de zon permanént op te eten. Maar bijvoorbeeld in Benin en Nigeria vertellen de Arada dat de maan het vrouwelijk aspect is van de Schepper Mawu-Lisa, en de zon het mannelijke. Bij zonsverduistering hebben die twee elkaar eindelijk weer gevonden, en dat is iets moois.

Sommige Aboriginal-volkeren in Australië zien een verduistering als het kwaadaardige opslokken van de zon door een kwade geest – geen goed voorteken. Maar óók zijn daar veel verhalen over juist de liefde tussen zon en maan als oorzaak van een verduistering. De verduistering wordt soms veroorzaakt door de maan die liefdevol zijn hand op de zon legt, maar ook kunnen het ‘wijze mannen’ zijn die zedig hun jas voor de ‘guri-arra’ van maan en zon houden. Geen reden voor angst.

De vele volksverhalen uit Afrika, Australië en van elders maken ook glashelder dat overal ter wereld altijd wel duidelijk is geweest dat de zon verduisterd wordt omdat de maan ervoor schuift. De hoogleraar culturele astronomie Duane Hamacher (Universiteit van Melbourne) schreef een paar jaar geleden in een overzicht van Aboriginal tradities dat mensen meestal wel wisten waar aan de hemel de maan zich bevindt. Als dan precies op die plaats de zon verduistert is wel duidelijk dat dat komt omdat de maan ervoor schuift.

Lees het hele artikel