Het leven is een last die de eenzame helden van filmmaker Paolo Sorrentino zwaar op de schouders drukt

4 uren geleden 1

‘Gewapend beton’, luidt de bijnaam van de Italiaanse president Mariano de Santis. Een oud-rechter, zo onkreukbaar en weloverwogen dat hij tot weinig komt. Het is ook niet zijn taak iets te veranderen: een president stabiliseert. Hij ontvangt staatshoofden, tekent wetten en loodst het land door een regeringscrisis. Dat deed De Santis al meermalen zeer bekwaam.

In La Grazia werkt regisseur Paolo Sorrentino (55) opnieuw samen met acteur Toni Servillo (67). Servillo was een gevierd toneelacteur die zich in 2000 tegenstribbelend door de onbekende Sorrentino liet strikken als cokeverslaafde, door een seksschandaal uitgerangeerde volkszanger in zijn filmdebuut L’uomo in più (2001). En in de 21ste eeuw niet meer van zijn zijde week: voor Sorrentino lijkt hij een alter ego, soul mate en vaderfiguur in één. Toni Servillo speelde Titta in Le conseguenze dell’ amore (2004), door de maffia tot een halfdode routine gedwongen als witwasser in Lugano. Hij was Giulio Andreotti in Il Divo (2008), de ijzige, ironische sfinx in het rotte hart van Italië, de melancholieke criticus Jep Gambardella in La grande bellezza (2013), praatjesmaker Silvio Berlusconi in Loro (2018) – en Sorrentino’s eigen, gedoemde vader in The Hand of God (2021).

Servillo is altijd in zijn nadagen en op zijn retour bij Sorrentino. In La Grazia dwaalt hij in zijn laatste half jaar als president door het Quirinaal, een barok spookpaleis vol schemer en echo. Hij rookt en peinst over Aurora, zijn geliefde die acht jaar terug stierf en hem veertig jaar geleden ontrouw was. Met wie? Het is een obsessie.

De katholieke president schuift het tekenen van een euthanasiewet voor zich uit, tot chagrijn van zijn dochter Dorothea, die zich wegcijfert als assistent en hem koeioneert met quinoa en gestoomde vis. Tekent hij de wet dan is hij een moordenaar, zucht De Santis. Zo niet, dan is hij een folteraar. Zijn dochter vreest dat hij zaken uit lafheid voor zich uitschuift. Er wachten ook twee gratieverzoeken op zijn bureau: een vrouw die haar gewelddadige man in zijn slaap doodstak, een man die zijn aan alzheimer lijdende vrouw wurgde.

Met president Mariano de Santis voltooit Sorrentino een politieke trilogie van Italië. Premier Giulio Andreotti in Il Divo heerst over het lugubere doolhof van achterkamertjes in het naoorlogse Italië, premier Silvio Berlusconi redt in Loro het establishment van een implosie van de oude orde in 1992 door Italië te verblinden met spektakel, hedonisme en ‘Hup Italië’.

Vreugdeloze, ongrijpbare overlever

Je ziet Toni Servillo in zijn rollen nauwelijks handelen. Hij observeert, geeft commentaar en kijkt terug. In Il Divo slopen rechters anno 1992 de louche entourage die de sinistere sfinx Andreotti met sardonische ironie in het gareel hield. Een leven van gekonkel heeft hem tot een soort gier gemaakt: het hoofd diep tussen schouders, de ledematen verkrampt, altijd hoofdpijn. Een vreugdeloze, ongrijpbare overlever; zelfs de gedachten die hij met de kijkers deelt zijn cryptisch. 

Beeld uit La Grazia

Foto”s Filmdepot

Na Il Divo vroeg ik Servillo of hij ook Berlusconi kon spelen. „Erg interessant wordt dat niet”, antwoordde hij toen. Te oppervlakkig, te vulgair. Toch deed hij dat al in 2018 in Loro. Berlusconi is daar de tegenpool van de introspectieve Andreotti: een infantiele, ijdele extravert in een draaikolk van hedonisme. „Een doorlopende voorstelling”, zo typeert zijn vrouw de gewezen cruiseboot-entertainer die pas gelukkig is als hij mensen met zijn krokodillengrijns inpalmt. De ouderdom ontkent Berlusconi met haarverf, cosmetische chirurgie en parades jonge vrouwen. Hij maakt zichzelf wijs dat hij geen herinneringen koestert, maar alleen plannen.

Loro werd zuinig ontvangen. Blingbling, stampmuziek, drugs, schuddende billen en borsten, wat is het punt van al die oppervlakkigheid rond een lege narcist? Het is een probleem waarvoor Donald Trump filmmakers ook stelt: hoe maak je een film over een politicus met zo weinig zelfinzicht dat hij zelf al satire is?

De dood

Paolo Sorrentino’s maakte recent twee coming of age-films die ook een ode aan zijn geboortestad Napels zijn: Parthenope (2024) en The Hand of God (2021). In die laatste film is Toni Servillo de vader van zijn alter ego, de jonge Fabietto. Op zijn zestiende overleden Sorrentino’s ouders aan koolmonoxidevergiftiging in hun nieuwe buitenhuisje, hijzelf had dat weekeind op de valreep besloten naar een uitwedstrijd van voetbalclub Napoli te gaan om zijn idool Diego Maradona te zien. De hand van god, zegt een oom bij de begrafenis. Een briljant voetballer redde een briljante filmmaker het leven.

Op zijn zestiende overleden Sorrentino’s ouders aan koolmonoxidevergiftiging, hijzelf was naar een wedstrijd van Napoli om Diego Maradona te zien

Het is moeilijk dat trauma los te zien van Sorrentino’s existentiële issues en fundamentele melancholie. Zijn helden zijn bijna altijd in hun nadagen, vervreemd van hun naasten, peinzend over wat ze kwijt zijn. In Le conseguenze dell’amore leeft Titta in een doodse routine. Hij staat in het krijt bij de maffia, die hem in een hotel in het Zwitserse Lugano parkeerde om wekelijks een koffer geld wit te wassen. Maar Titta ontpopt zich als romanticus door een zinloos, grandioos gebaar dat hij voor liefde aanziet. Zelfbevrijding of doodswens? Hij wordt uiteindelijk levend begraven, in nat beton. 

Toni Servillo houdt zich afzijdig in ‘La Grande Bellezza’.

Foto GIANNI FIORITO

Sorrentino’s exuberante meditatie Youth (2015) draait om ouderdom, beleefd door de geblokkeerde musicus Michael Caine in een sanatorium in de Alpen. Estheet Jep Gambardella in Le grande bellezza schreef één goed boek, om de rest van zijn leven lijzige oordelen te vellen. Hij zegt op zoek naar ‘de grote schoonheid’ te zijn, al het andere is blabla. Die dient zich aan als hij met een mummieachtige non in de ochtendschemering een zwerm flamingo’s ziet opstijgen. Een schitterend beeld, maar zwanger van de doodsymboliek – net als Gambardella’s nachtelijke visioen van een meisje voor een duistere trap naar een vuurtoren.

Wat zoeken die melancholieke mannen op weg naar de dood? La Grazia spelt het uit. ‘Grazia’ kan de genade van een nieuwe euthanasiewet zijn die stervenden een waardig eind gunt. Of gratie voor een veroordeelde. Het staat ook voor goddelijke genade, of verlossing. President De Santis klaagt tegen zijn vriend de paus dat hij eenzaam is. Natuurlijk, want de horizon nadert, antwoordt de paus. „Je bent oud, je hebt pijn, je vrouw is dood, je werk is ten einde. Je verleden is een last, je toekomst een leegte.” Heeft De Santis zich überhaupt ooit licht gevoeld?

Het leven is een last die Sorrentino’s eenzame, bewegingloze helden zwaar op de schouders drukt. In La Grazia hoopt iemand spoedig te sterven om „lichter te worden”. President De Santis droomt nooit, maar zou dat wel willen. Waarvan wil hij dan dromen? Een leven zonder zwaartekracht. Hij is gebiologeerd door een astronaut die op een groot beeldscherm door het ISS zweeft, een soort doodskist in het niets. De astronaut plengt een traan en glimlacht daar zelf om: de zoetheid van de nostalgie in één beeld gevat.

Vrouwen

President De Santis peinst in La Grazia over zijn overleden Aurora. Hij zag haar als jongeman in de Po-vlakte trots over een dijk schrijden, door de mist leek zij te zweven. Gewichtloos als een engel. De Santis genoot van haar levenslust, haar exuberantie, haar kleurrijke garderobe. Snuift aan haar kleren in de hoop nog een zweempje lichaamsgeur op te vangen.

Toni Servillo met Filippo Scotti, Sorrentino’s alter ego Fabietto in ‘The Hand of God’.

Foto Giamni Fiorito

Paolo Sorrentino smachtende romantiek is ouderwets. ZIjn mannen zijn doods en vastgedraaid, zijn vrouwen aards en licht

Paolo Sorrentino smachtende romantiek is ouderwets. ZIjn mannen zijn doods en vastgedraaid, zijn vrouwen aards en licht. Jonge vrouwen zijn objecten van schoonheid waar zijn alter ego Fabietto zich in The Hand of God van een afstand aan vergaapt. Sorrentino’s film bevatten nauwelijks interessant rollen voor jong vrouwen, want ze staan op een voetstuk. Oudere vrouwen biedt hij beter emplooi: wereldwijze, elegante matrones die eigenlijk de tent runnen, grappig wereldwijze oma’s – in La Grazia spraakwaterval Coco Valori, de beste vriendin van de president.

Sorrentino lijdt zonder twijfel aan een ‘male gaze’. In Parthenope (2024) lijkt hij dat compenseren door een jonge, hoogst intelligente vrouw de hoofdrol te gunnen. Deze Parthenope wordt in de jaren zeventig hinderlijk geïdealiseerd en geseksualiseerd vanwege haar schoonheid. Uiteindelijk, zo blijkt, realiseert ze haar academische ambities door af te zien van een gezin. Parthenope treft in het Napels van de jaren zeventig een vertrouwde mix van kleurrijke personages, oogverblindende montages, sacrale momenten en barokke pracht. Toch is het een vervelende film, wellicht huppelt ze te licht door het leven. Maar Sorrentino heeft het in elk geval geprobeerd.

Italië

Sorrentino’s This Must Be The Place werd in 2016 zuinig ontvangen; Sean Penn gaat daar als geïsoleerde popster die lijkt op Robert Smith van New Wave-band The Cure op expeditie in de VS. Dat voelde kunstmatig: een Sorrentino groeit slecht op vreemde bodem. Het was een experiment, zei hij later. Niet voor herhaling vatbaar.

Zijn Italië is wit, buitenlanders zijn toeristen. Italië oogt glorieus, een ruïne, voetbalstadion of industrieterrein komt net zo magisch in beeld als een barok paleis of de baai van Napels. De overrijpe, vervallen pracht van Italië is voor Sorrentino een verwijt aan het huidige, verwende generatie. „Ooit was Rome de hoofdstad van een wereldrijk, ooit was het een spiritueel centrum. En wat zijn we nu?”, hoorde ik hem klagen.

La Grazia begint met een squadron straaljagers dat de Italiaanse driekleur in de hemel tekent. President De Santis zit op zeker moment aan bij een diner van de Alpini (bergtroepen) in Trente en heft luidkeels hun oorlogsmars Valore Alpino aan. „O dappere Alpini, bewaak altijd onze grenzen!” Dat zou elders een dubieuze lading hebben, maar Garibaldi, vader des vaderlands, behoorde tot de bergtroepen. En Italiaans nationalisme heeft voor ons iets koddigs.

Fellini

Paolo Sorrentino maakt geen geheim van de invloed van regisseur Federico Fellini (1920-1993), zijn ‘baken in de nacht’. Hij lijkt zelfs een beetje op hem. De link werd zeker na La grande bellezza (2013) onontkoombaar: als ode aan Rome was die film een update van Fellini’s La dolce vita, met een vergelijkbare held die zijn talent onbenut laat om gemakzuchtig rond te dobberen in de jetset.

Sorrentino geldt als Fellini’s erfgenaam vanwege zijn weelderige esthetiek, uitgekiende mise-en-scène, mix van verfijnde smaak en volkse vulgariteit, sardonische blik op spiritueel en moreel verval en prominente rol voor muziek. In La Grazia botst serene strijkmuziek van Jóhann Jóhansson op Italo-rap van Guè en dreigt elk moment acid house los te barsten in het zorgelijke hoofd van de president.

Zonder visuele barok zouden Sorrentino’s passieve helden saai worden. Zijn stijl voelde begin 21ste eeuw verfrissend in een Italiaanse cinema die – mogelijk in reactie op het nonstop-spektakel dat Berlusconi over zijn land uitgoot – neigde tot ingetogen realisme.

Qua temperament heeft Sorrentino minder met Fellini gemeen, een extravert wiens alter ego Marcello Mastroianni in komische Freudiaanse zelfanalyses een beminnelijke kindman en schuinsmarcheerder was. De gereserveerde Sorrentino is de oude ziel van Italië: nostalgisch geboren, geamuseerd door het heden, in gedachten in het verleden. Hij is nog maar 55 jaar.

https://www.youtube.com/watch?v=RZOQDc4UEFE
Lees het hele artikel