Eencelligen die zich hechten aan een snipper van een visnet, of algen op een restje van een waterfles. Dat is wat Linda Amaral-Zettler (57), microbieel oceanograaf bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel, de plastisfeer noemt. Veel erover is nog onbekend. Wat voor soorten organismen leven er, wat doen ze en – de belangrijkste vraag voor Amaral-Zettler – kunnen ze plastic afbreken?
Amaral-Zettler is onderzoeksleider van een Europees project dat de antwoorden moet vinden, Vibrant-Sea. Daarnaast is de Amerikaans-Portugese onderzoeker ook professor mariene microbiologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Wie bedacht die term plastisfeer?
„Ikzelf”, zegt Amaral-Zettler. Ze staat op en loopt naar een grote foto aan de muur van haar werkkamer in het NIOZ-gebouw op Texel. „Dit is een diatomee op een plastic oppervlak. Toen we deze gemeenschappen zagen, vergeleken we die levenslaag met de biosfeer, de dunne laag leven aan de buitenkant van de planeet. Daarom noemden we het de plastisfeer: omdat het een dunne laag leven is aan de buitenkant van stukjes plastic. Dat was het begin van de plastisfeer, in 2013. Vier jaar later verhuisde ik van Massachusetts naar het NIOZ.”
Hoe onderzoekt u de plastisfeer?
„Ik doe dat nu op drie verschillende manieren. De eerste werkt met microplasticmonsters van over de hele wereld. We willen onderzoeken of er enzymen zijn die biologisch afbreekbare kunststoffen kunnen afbreken in zee.” Uit een kast pakt ze een klein, transparant doosje met kleine stukjes felgekleurd plastic erin.
„Dit zijn allemaal plastics gemaakt van fossiele brandstoffen, dus ze drijven. We vissen ze op met een net. Vervolgens nemen we het dna dat erop zit en proberen we het genoom te reconstrueren van de organismen die op plastic hebben geleefd, zodat we de individuele soorten kunnen achterhalen.”
99 procent van het plastic dat we nu gebruiken is gemaakt van fossiele brandstoffen en gemaakt om durable te zijn, waardoor het nooit echt verdwijnt, maar in steeds kleinere stukjes afbreekt. Minder dan 1 procent is nu biologisch afbreekbaar, zegt Amaral-Zettler.
Want biologisch afbreekbaar plastic kan in de oceaan daadwerkelijk helemaal afbreken?
„Ja. Maar de vraag is: hoelang duurt dat? Dat onderzoeken we hier in het lab. Het doel is hierbij trouwens niet om producten te maken die als afval in het milieu belanden. Zwerfvuil is nooit acceptabel, ongeacht het materiaal. Waarbij het wel kan helpen, zijn onvermijdelijke lozingen, zoals visnetten.”
Ze kan ze wel even laten zien. Amaral-Zettler staat op en steekt haar hoofd om de hoek van de kamer naast de hare. „We gaan even naar het lab, wil je mee?” Haar partner Erik Zettler antwoordt instemmend, hij moest toch nog een filter checken. Al meer dan vijfendertig jaar werken ze samen – iets langer dan ze getrouwd zijn. Een lange weg volgt door het doolhof dat het NIOZ-gebouw voor de buitenstaander is. Gangen door, hoekjes om, trappen op. Dan door een grote schuifdeur.
We stappen een voormalig aquarium in, zegt Zettler, terwijl hij op een klein raampje bij de vloer wijst. „We deden geloof ik gedragsstudies met zeehonden. Maar van wat ik heb gehoord begon de fundering van het gebouw te verzakken zodra ze het met water vulden.”
Geen onderzoek naar zeehonden meer dus, wel naar de plastisfeer. We stappen een klimaatkamer in, die nog het meest lijkt op een grote horecakoelcel. Erin staan vier apparaten die op grote, professionele ovens lijken. Shaker incubators heten ze, zegt Amaral-Zettler. Haar man zet er eentje aan, waarvan de inhoud inderdaad begint te schudden.
Er passen 20 glazen flesjes met zeewater en plastic in. Het apparaat houdt de temperatuur constant en schudt de flesjes, om de stroming in de oceaan na te bootsen. Uit elk flesje lopen vier slangetjes naar een machine die de gasconcentratie meet. Zo kunnen ze testen hoelang het duurt voordat het plastic afbreekt. Hetzelfde willen ze binnenkort op de bodem van de oceaan gaan testen, met een nieuw ontwikkeld meetapparaat.
Vissen zijn gewervelde dieren, en daarvoor gelden veel regels voor experimenten
Naast het onderzoek met dna, in het lab en op de oceaanbodem, houdt Amaral-Zettler zich ook nog bezig met de invloed van plastic op vissen – maar in een „diervrij systeem”.
Hoe werkt dat?
„We simuleren in het laboratorium de ingewanden van een zeebaars om te creëren wat mijn student ‘fish in a dish’ noemt. We nemen de vis en creëren in feite organen buiten de vis, om het spijsverteringskanaal na te bootsen. Zo kunnen we het isoleren en de toxiciteit van plastics bestuderen, de microben die op het plastic leven, maar ook het microbioom, in dit geval van de bacteriën die leven in darmen van de vis. Plastic gaat niet alleen over koolstof: tijdens het productieproces worden veel additieven toegevoegd. We willen weten: welke impact heeft plastic?”
Want dat is nog niet bekend?
„Nee, het is moeilijk te onderzoeken, omdat dit soort experimenten in principe op levende vissen worden uitgevoerd. En vissen zijn gewervelde dieren, en daarvoor gelden veel regels voor experimenten.”
U doet wel veel verschillende dingen, zeg.
„Ik doe waarvan ik houd, ik vind het ook leuk dat het zo interdisciplinair is. Ik beschouw mezelf als een microbiële oceanograaf, maar het heeft ook een maatschappelijk impact en interactie met de industrie. Ik heb veel contact met de standaardisering van plastic: ik ben betrokken bij het controleren en aanleveren van gegevens voor testmethoden die de industrie gebruikt.”
Maakt u zich zorgen over het plastic in de oceanen?
„Het meeste zichtbare plastic dat de media ermee associeert, de plasticsoep, dat zie je eigenlijk niet in de open oceaan, behalve op een paar plekken. Maar tijdens onze allereerste onderzoekstocht tussen de Azoren en Sicilië voeren we door de Straat van Messina, tussen Sicilië en het Italiaanse vasteland. Daar wilden we het plastic kwantificeren met een net. Maar dat konden we daar niet doen: er was zoveel plastic dat we niet genoeg tijd hadden. Dat was best wel verontrustend. Maar ja, uit het oog, uit het hart, toch? We leven niet op de oceaan.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/28102726/010226WET_2027428762_LindaAmaralZettler_1.jpg)
Linda Zettler.
Foto Zara Nor

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/06141220/080226BUI_2031289391_Seguro.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08202856/080226_2031422799_Eitrem03.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08184115/080226SPO_2031428900_Bol.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/06154407/060226SPO_2031285964_1.jpg)




English (US) ·