De laatste grote poging om op NRC-infrastructuur online debat tussen lezers te stimuleren eindigde in juni 2021 met een bondige mededeling. „NRC pauzeert reacties opiniestukken.”
Waar ging het mis? „De discussie ontspoort te vaak,” schreef adjunct-hoofdredacteur Melle Garschagen destijds. „Te veel geruzie, ad hominem-argumenten, grof, racistisch en seksistisch taalgebruik. Een discussiemogelijkheid mag nooit een vrijplaats worden waar onfatsoenlijk gedrag de boventoon voert. Is dit jammer? Ontzettend.”
Nieuwe poging. We verkennen nu de mogelijkheid om een eigen socialemediaserver te starten, en doen daar journalistiek verslag van. Al voordat die nieuwe manier voor interactie met lezers live is gegaan, kwamen veel opbouwende reacties.
Lees ook
NRC pauzeert reacties opiniestukken
Maar eerst: hoe staat het tegenwoordig met de mogelijkheid om met NRC in gesprek te gaan? Het korte stukje van Garschagen eindigde met de mededeling dat het een voorlopige maatregel betrof. Vijf jaar later is die nog altijd van kracht. Lezers die op verhalen willen reageren kunnen een e-mail sturen. Of – met uitzondering van Facebook en X – reageren op de NRC-posts op verschillende sociale mediaplatformen. „We hebben ons redelijk teruggetrokken uit het online debat”, zegt Garschagen. „Maar we willen de stoel op socials niet vacant laten. Het is belangrijk om te laten zien dat er een alternatief is voor desinformatie.”
Hij noemt het besluit om de reactiemogelijkheid te sluiten nog steeds „ontzettend jammer”. „NRC wil een plek voor debat zijn. Journalistiek moet uitnodigen tot het uitwisselen van standpunten. Maar het ging steeds fout als we abonnees gewoon de ruimte gaven, zonder dat we zelf actief het debat leidden.” Soms werden onderlinge vetes uitgevochten, die al snel escaleerden. Een NRC-abonnee ging niet zo snel scheldwoorden gebruiken, maar zei dan: ‘Wat u schreef over … doet me denken aan de periode 1939-1945.’
Bij het besluit speelde mee dat nog geen 1 procent van het NRC-abonneebestand van toen 300.000 leden meepraatte. Terwijl het modereren van die reacties menskracht vergde en belastend was voor zowel de moderatoren als de auteurs van (opinie)artikelen. „Alsof je auteurs met hun hoofd op een blok legt en mensen even lekker kunnen gaan hakken.”
Journalisten van NRC die contact met lezers zoeken doen dat nu dus alleen op de verschillende grote sociale media. Het is een informeel onderdeel van hun werk. De les daar is dat het loont om niet alleen te ‘zenden’, maar ook terug te praten als mensen reageren. „Dan gaat het beter”, beaamt Garschagen, „want dan is het echt een gesprek. Dat gaat verder dan moderatie.”
Over de poging om voor NRC een eigen socialemediaserver te starten en het journalistieke verslag daarvan zegt hij: „We zijn nu jaren verder. Misschien kan het inmiddels wel.” AI-tools kunnen de moderatie gemakkelijker maken, doordat bots er automatisch uitgefilterd kunnen worden, denkt Garschagen. „Mensen hebben meer kennis over filterbubbels, over algoritmes. Misschien willen ze zich meer inspannen om tegenwicht te bieden.”
Wat u hieronder leest is dus een klassieke NRC-productie, in de geest van de brievenpagina in het opiniekatern – die inmiddels doordeweeks ook verdwenen is. Een gemodereerde en gecureerde selectie uit de vele leuke en nuttige reacties op de artikelen over de poging om voor NRC een eigen socialemediaserver te starten.
Bij uitzondering staat onderaan deze lezersbrieven de mogelijkheid om te reageren open.
duidelijke regelsEenrichtingsverkeer is bijna niet meer voorstelbaar
Ik vond het niet alleen jammer maar ook onbegrijpelijk dat NRC de mogelijkheid om ‘mee te praten’ weer beëindigde. De reactiemogelijkheid werd door voormalig hoofdredacteur Peter Vandermeersch juist groots aangekondigd, herinner ik mij. Eindelijk democratie in de deftige liberale krant!
Voor een belangrijke nieuwsbrenger en opiniemaker als NRC is het eenrichtingsmodel dat de krant nog steeds voorstaat bijna niet meer voor te stellen. De moderne NRC-lezer kan de krant niet alleen meer inzichten verschaffen maar ook interessante kopij bezorgen.
Wat ik van belang acht zijn niveau, goede sfeer en inhoudelijke geschreven reacties. Er moet een moderator zijn die – eventueel geholpen door betrouwbare meldingen – snel kan ingrijpen als een reactie door meerdere gebruikers gemeld wordt als onwenselijk.
De regels moeten duidelijk zijn: geen aanvallen op elkaar die de sfeer verpesten en inhoudelijk reageren. Beknopt mag, maar wat langer of een beschouwing van een NRC- artikel is wenselijker. Reacties op elkaar van dezelfde personen mogen wat mij betreft in aantal beperkt worden.
Voor mij is het duidelijk dat ieder mens (mijzelf incluis) zich wel eens kan verschrijven maar dat er normen zijn voor wat aanvaardbaar is. Met grotere groepen gebruikers lijkt het mij geboden om daar overzichtelijke afspraken over te maken. Voorzover ik in uw tekst heb gelezen is Mastodon als server een goede optie. Zeker als ik er vanuit ga dat enige afstand van Amerikaanse tech voorlopig geboden is.
François Toussaint, per e-mail vanuit Normandië
Moderatie‘Moderatieregel nummer 1: wat u niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet’
Moderatie? Regel een: Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet. Misschien even uitzoeken via een intake-vragenlijstje? Hou je van diefstal? Hou je van ongelukkig zijn? Hou je van pesten? Houd je van verdeeldheid zaaien? Enzovoort. Dat is dan meteen een grappige drempel.
Ik begrijp je idee van een Marloes-server en eigen social medium. Toen Twitter X werd was ik er klaar mee. Dan maar minder volgers. Geen Facebook, geen Insta, wel nog WhatsApp en Signal en Gmail. Ja incidenteel moet ik er toch even zijn.
Als kunstenaar en schrijver heb ik nog eigen websites in platte html, geen cookies nodig. En ik heb nieuwsbrieven in kleine oplagen. Verdienmodel? Les gegeven, tekstschrijver, beetje journalistiek, soms een schilderij verkocht. De kracht van echte ontmoetingen en eigen kanalen, zelfs de papieren krant, komt terug.
Roeland Schweitzer, kunstenaar, per e-mail
NetwerkeffectDe overheid moet meedoen aan een nationale overstapdag
Het grootste probleem blijft wat mij betreft het netwerkeffect. Hoe goed de uitwerking van een nieuwe server ook is, als mijn contacten daar niet zitten heeft het geen zin om daar te zijn. Ik denk nu aan een ‘internationale dag van de overstap.’ Lubach heeft het ooit geprobeerd met Facebook maar het moet groter. Ik denk dat de overheid mee zou kunnen doen aan het organiseren van een nationale overstapdag.
Ik vind het netwerkeffect zo ernstig en schadelijk dat er vergaand moet worden opgetreden. Stel je voor dat je een nieuw merk koffie wil proberen maar je raakt dan wel vrienden kwijt, carrièrekansen, je leven wordt schraler en je zit al gauw vijf jaar vast aan je keuze.
Je zou netwerken met een ‘lock-in-systeem’ [waardoor het lastig is om het te verlaten] zwaarder kunnen belasten dan sociale netwerken waar iedereen op aan kan sluiten zoals Bluesky met Eurosky. Je kunt een soort ‘spreidingsbeleid’ invoeren waarbij je niet toestaat dat één eigenaar meerdere sociale netwerken heeft, zoals Meta eigenaar is van Facebook, WhatsApp en Instagram.
Je moet toegeven dat het moeilijk is, zoals stoppen met roken, dus elk jaar opnieuw proberen is geen schande. Ik geloof niet dat het netwerkeffect onverslaanbaar is.
Pieter Voogt, via Bluesky
open wetenschap‘Wetenschap vraagt om een open communicatieinfrastructuur’
Voor ons als universiteitsbibliotheek was de keuze voor #Mastodon een principiële. We bevorderen open wetenschap en staan voor betrouwbare informatie en dat vraagt ook om een open communicatieinfrastructuur.
Mastodon biedt een decentraal en community-gedreven alternatief. Hier kunnen we écht deel uitmaken van de community in plaats van alleen ‘broadcasten’. @SURF biedt hiervoor een prima infrastructuur.
Universiteitsbibliotheek van Groningen, via Mastodon
DomeinZet je server op een eigen domein en bekijk Nostr
Bij de Fediverse ben je nog afhankelijk van aanbieders van een server/domein dat je kiest, tenzij je een eigen server op een eigen domein opzet. Dat is natuurlijk al veel beter dan big tech zoals LinkedIn.
Bij Nostr, net als Fediverse en email ook een open protocol, heb je die afhankelijkheid niet. Je data wordt verspreid over meerdere servers, en dankzij een sleutel die alleen jij hebt, is het duidelijk dat het jouw data betreft. En optioneel kun je ook een eigen Nostr server opzetten. Succes en plezier met je speurtocht, ik ben benieuwd tot welke inzichten je gaat komen.
Jurjen de Vries via LinkedIn
MatrixWe moeten het ook hebben over de tegenhangers van WhatsApp
Er bestaat nog meer dan ActivityPub en AT Proto. We moeten het ook hebben over de tegenhangers van WhatsApp. Dat wordt door sommige mensen ook als een sociaal medium beschouwd. Belangrijker is dat het wordt gebruikt voor communicatie met klanten. Je kunt zonder opgaaf van reden door Meta van Whatsapp worden gegooid terwijl je daar je klantenkring hebt.
Intussen kent iedereen wel Signal, de ideële tegenhanger van Whatsapp en Telegram. Maar er bestaat ook een gefedereerde versie: Matrix. Daarmee is het mogelijk om zelf een server op te zetten, net zoals bij Mastodon of BlueSky. Gebruikers van verschillende servers kunnen met elkaar communiceren. Maar via speciale stukjes software ook met WhatsApp, Signal, Telegram, en nog veel meer.
De EU ziet Matrix-technologie als een soort bewijs dat het technisch mogelijk is om de verschillende communicatieprotocollen met elkaar te verbinden. Het zou mij niet verbazen als Matrix op een gegeven moment de basis wordt voor een EU-initiatief waarbij al deze eilanden verplicht worden om met elkaar gebruikers en berichten te kunnen uitwisselen.
Uiteraard zijn er bij Matrix ook groepen, en zelfs ‘Spaces’ (ruimtes die verschillende groepen kunnen bevatten). Op deze manier zou je ook een socialemediaserver voor NRC kunnen inrichten. De gebruikerservaring zou dan meer op WhatsApp lijken dan op Facebook.
Ariel Hershler, adviseur cyberbeveiliging en complexe systeemarchitectuur, per e-mail
DigidVerifieer gebruikers via DigiD
Misschien vervelend om te moeten zeggen omdat het drempelverhogend werkt, maar volgens mij zou de basis van communicerende mensen binnen het door jou bedoelde Social medium, de (Europese) DigiD moeten zijn.
Denk dat het kan werken als iedereen weet dat zij/hij met echte personen te maken heeft. Dat zou ‘checkbaar’ moeten/kunnen (?) zijn.
Hans-Robert Schwalbach uit Eindhoven per e-mail (gepensioneerd)
volgersGebruikers vind je via zwaan-kleef-aan
Op Mastodon vind je gebruikers vooral via zwaan-kleef-aan, dus je hoeft mensen (als in: lezers) niet naar de server te krijgen. Ik zou het zelf zo inrichten met een eigen ‘Mastodon-instance’ voor NRC, waar je alleen accounts op toelaat van personen die ook echt aan NRC verbonden zijn. Dat is voor andere gebruikers meteen een echtheidskenmerk: ‘die persoon zit op mastodon.nrc.nl, dus die is echt’. Volgers krijg je dan wel via olievlekwerking.
Arthur van der Harg data-analist, via Mastodon
Orde van sprekenNaar Foucault: je hebt wel eeuwige waarden, maar geen eeuwige regels
Jaren geleden heb ik een college gevolgd over Michel Foucault en daarin werd onder andere zijn analyse van de ‘orde van het spreken’ behandeld. Uit mijn herinnering: als de koning spreekt mag je niet onderbreken; als professionals discussiëren mag een amateur niet zomaar wat zeggen. Voor mij was dat een eye opener waarom het zo mis gaat op het internet en nu ook in de Tweede Kamer: een leestip, dus.
Ik denk dat zijn analyse kan helpen bij het bepalen welk type ‘planeten’ nodig zijn in het socialemediauniversum. Welke regels er per type nodig zijn om de afgesproken orde in leven te houden. Je kunt nadenken over een sociaal medium waar AI-bewerkte berichten niet toegestaan zijn, of een planeet waar zelfs de meest verwerpelijke dingen gezegd mogen worden. Als internetgebruiker kan je kiezen op welke planeet je wil zijn.
Je hebt misschien wel eeuwige waarden maar geen eeuwige regels. Dat zal ook moeten gelden voor de orde van het communiceren op het internet. Het blijft zoeken, maar het zal een zekere flexibiliteit vereisen om te voorkomen dat mensen met goede ideeën doodgezwegen worden of dat het niet meer aansluit bij de dagelijkse werkelijkheid.
Weer over die ‘orde van spreken’, met eigen normen: toen het college over Foucault net was afgelopen, meende iemand te mogen gaan schreeuwen tijdens de dodenherdenking op de Dam. Hij kreeg acht maanden onvoorwaardelijk.
Willem Alink, per e-mail
Socialemediaserver voor NRC
Techredacteur Marloes de Koning probeert een eigen socialemediaserver voor NRC op te zetten. Lees hier op welke obstakels ze stuit.
Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30152423/010726VER_2034432894_luka_engeland.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01150030/010726BUI_2034859457_iran1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30123909/300626ECO_2034652345_AIGenZ.jpg)




English (US) ·