„Iran is, dankzij het geweldige leiderschap van de sjah, een eiland van stabiliteit in een van de meest onrustige regio’s ter wereld.” Met deze woorden sprak in 1977 de toenmalige Amerikaanse president Jimmy Carter de Iraanse sjah Mohammad Reza Pahlavi toe. Carter sloot zijn speech af met de woorden: „Er is geen ander land op aarde waarmee we nauwer samenwerken op het gebied van gezamenlijke militaire veiligheid. Er is geen ander land waarmee we zo intensief overleggen over regionale problemen die ons allebei aangaan.”
Inmiddels is het bijna vijftig jaar later, hopen sommigen op de terugkeer uit ballingschap van de zoon van de sjah en hebben de Amerikanen voor de tweede keer binnen twaalf maanden Iran aangevallen, met steun van de Israëliërs.
Hoe is dit punt bereikt? Er zijn talloze momenten aan te wijzen, zoals de wens van de VS en Israël om het Iraanse regime omver te werpen nadat de bejubelde sjah in 1979 uit zijn land was verdreven. Om de huidige escalatie te duiden, is 2018 een duidelijker kantelpunt. In dat jaar, tijdens zijn eerste termijn, trok Trump de stekker uit het nucleaire akkoord met Iran, het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), dat in 2015 met president Barack Obama was gesloten. In ruil voor het opheffen van economische sancties werd er toen een internationaal akkoord bereikt. Trump trok zich hier eenzijdig uit terug omdat het akkoord wat hem betreft niet deugde, en hij legde het land nieuwe sancties op.
Iran hield zich hierna nog wel aan de afspraken, in de hoop dat Europa de economische voordelen van de deal overeind zou houden. Toen dat niet gebeurde, ging het land meer uranium verrijken. Volgens de rapporten van het atoomgenootschap van de VN, International Atomic Energy Agency (IAEA), breidde Iran in 2020 zijn uraniumvoorraad verder uit en zette het geavanceerdere centrifuges in, waardoor de grenzen van het JCPOA werden overschreden.
Na Trump liepen president Joe Bidens onderhandelingen met het Iraanse regime op niets uit. In zijn tweede termijn wilde Trump opnieuw aan tafel om een deal te sluiten, en behalve nucleaire afspraken willen de VS ook dat Iran zijn ballistische raketten in aantal en reikwijdte beperkt. Ook mogen gewapende groepen als Hezbollah, Hamas en de Houthi’s – een bondgenootschap dat ook wel de ‘As van het Verzet’ wordt genoemd – niet meer gesteund worden. Deze groepen zijn door Israël flink verzwakt, vooral na 7 oktober 2023 en de verwoesting van Gaza.
‘Hulp is onderweg’
De eerste militaire stap naar de huidige escalatie vond plaats in juni 2025. Toen voerde Israël grootschalige luchtaanvallen uit op militaire doelen, nucleaire faciliteiten en de hoofdstad Teheran. De reden hiervoor was volgens de Israëlische premier Benjamin Netanyahu dat Iran „op zeer korte termijn” een kernwapen kon produceren, iets wat hij al decennia roept. Daarmee was het land een existentiële dreiging voor Israël en was de aanval wat hem betreft legitiem. Een andere reden zou „vrijheid” voor het Iraanse volk zijn, en men hoopte op een regimewisseling in Teheran.
Het was de aftrap voor een twaalfdaagse oorlog tussen Israël en Iran, waarbij Israël steun kreeg van de VS. Operatie Midnight Hammer ging in werking en de VS bombardeerden drie nucleaire complexen in Iran. Volgens Trump waren de Iraanse atoomfaciliteiten „volledig verwoest” en was het programma decennia teruggeworpen. Dat werd al snel tegengesproken door de directeur van het IAEA, Rafael Grossi. Hij vertelde de Amerikaanse nieuwszender CBS dat Iran binnen enkele maanden weer verrijkt uranium zou kunnen produceren. Ook achtte hij de kans groot dat voorraden hoogverrijkt uranium al voor de aanval in veiligheid waren gebracht.
Lees ook
Operatie Midnight Hammer: bommenwerpers vliegen 37 uur non-stop om veertien bunker busters af te werpen boven Iraanse nucleaire installaties
Op 23 juni kondigde Trump aan dat hij een staakt-het-vuren had bereikt tussen Israël en Iran, en dat Iran de samenwerking met de IAEA zou heroverwegen. Israël bleef benadrukken dat de aanval nodig was geweest om het nucleaire programma van Iran te stoppen, en samen met de VS bleef het de druk op Iran opvoeren. Ook vanuit Europa gebeurde dit: de EU besloot op 29 september opnieuw sancties in te stellen. Even daarvoor hadden de VN sancties tegen Iran heringevoerd.
Vorige maand werd ook de Iraanse Revolutionaire Garde op de EU-terreurlijst geplaatst vanwege de repressie van het regime van ayatollah Ali Khamenei en het neerslaan van de protesten begin januari. Het aantal gedode demonstranten ligt volgens het regime zelf rond de 3.000. VN-experts spreken van 12.000 tot mogelijk 30.000 slachtoffers.
Die protesten worden nu ook door Trump aangegrepen om te zinspelen op regime change. Pogingen daartoe mislukten in Iran zelf, na demonstraties in 2019 en 2022. Toen eind december de Iraanse rial kelderde, sloten uit protest eerst de winkeliers en marktkooplieden. Dat protest mondde opnieuw uit in breed gedragen demonstraties tegen het huidige regime.
Lees ook
Wegrennend voor kogels vluchten Iraanse demonstranten een bazaar in. Die brandt af
Op 13 januari postte Trump op social media dat „hulp onderweg” was. Het is lastig om zulke beloftes te peilen, want Trump doet dit soort uitspraken vaak zonder zijn Congres te raadplegen. Wat dat betreft is zijn buitenlandpolitiek consequent, want dat deed hij ook niet bij de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro, bij het bombarderen van vermeende drugsboten of het enteren van verschillende olietankers.
Iran en de VS waren donderdag nog in gesprek over beperking van de nucleaire activiteiten. Tegelijkertijd bouwen de Amerikanen sinds eind januari aan een ‘armada’ in de wateren rond Iran. De aanval van zaterdagochtend werd al weken als onafwendbaar gezien.
Lees ook
Opbouw van Amerikaans materieel duidt op een aanval op Iran – welke scenario’s overweegt Trump?


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/28210811/IRAN-CRISIS-BLAST_73225988.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/28161658/280226VER_2031934727_DemoMalieveld3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/28170228/280226DEN_2031933699_Jetten.jpg)


English (US) ·