De paardenkracht klinkt als een logische technische eenheid, maar begon eigenlijk als een slimme marketingtruc uit de 18e eeuw. Diederik legt uit hoe dat zit.
Rond 1782 wilde de Schotse ingenieur James Watt zijn verbeterde stoommachine verkopen aan mijneigenaren en molenaars. Alleen had hij een probleem: hoe leg je uit hoe krachtig zo’n machine is aan mensen die gewend zijn om met echte paarden te werken? Watt bedacht daarom een herkenbare vergelijking. Hij keek naar pony’s in een kolenmijn, schatte hoeveel werk ze konden leveren en telde daar 50 procent bij op, omdat pony’s kleiner zijn dan paarden.
Zo ontstond de paardenkracht. Al is de naam eigenlijk misleidend. Het gaat niet om kracht, maar om vermogen: hoeveel energie er per seconde geleverd wordt. Eén metrische paardenkracht is ongeveer 735 watt.
Dat klinkt abstract, maar het wordt ineens tastbaar als je het vergelijkt met eten. Eén pk komt neer op ongeveer 630 kilocalorieën per uur. Dat is ongeveer de energie van een flinke hamburger.
Ook mensen leveren vermogen. Een professionele wielrenner haalt ongeveer een halve pk en een mens straalt ongeveer 100 watt aan warmte uit. Een volle bioscoopzaal kan dus tientallen pk’s aan warmte produceren.
Afbeelding bovenaan dit artikel: amirali mirhashemian - Unsplash

1 dag geleden
2







/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13122654/130526ECO_2033715019_trein.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06174056/080526WET_2033466385_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13120539/130526BUI_2033208638_macron1.jpg)
English (US) ·