„Is dit nog steeds een veel gehanteerde vuistregel?”, staat in de kantlijn van het manuscript. Ik ben een boek aan het updaten. Dromen, durven, doen, uit 2005. Sommige ideeën en voorbeelden zijn wat gedateerd. De uitgever vraagt of dat ook geldt voor de verhouding tussen bewust en onbewust gedrag.
Het boek noemt als vuistregel: 5 procent bewust, 95 procent onbewust. Een populair idee 21 jaar geleden, maar klopt het nog? Het antwoord maakt uit, want bewust gepland gedrag veranderen vergt andere ingrepen dan onbewust, automatisch gedrag.
Nieuw onderzoek: 65 en 88 procent
Ik heb mazzel. Kort geleden hebben bekende gedragsonderzoekers, onder wie Amanda Rebar en Benjamin Gardner, een studie gepubliceerd die precies draait om mijn vraag: hoeveel van wat we doen op een dag is onbewust, automatisch gewoontegedrag?
Hoe pakten ze dat aan? De onderzoekers stuurden 105 deelnemers een week lang, zes keer per dag een oproep via de telefoon om vragen te beantwoorden over hun activiteiten van dat moment.
De onderzoekers wilden niet alleen weten in hoeverre dat actuele gedrag automatisch en onbewust werd uitgevoerd (habit execution), maar ook in hoeverre het automatisch en onbewust gekozen was (habit instigation).
Je kunt er bijvoorbeeld bewust voor kiezen met het openbaar vervoer naar je werk te gaan, omdat je auto in de garage staat, en vervolgens volautomatisch de route naar de bushalte wandelen. Je kunt ook uit gewoonte met het ov forenzen. Maar omdat je vaste halte gesloten is door wegwerkzaamheden, moet je vandaag goed opletten tijdens je wandeling naar de bus.
Wat vonden Rebar en collega’s? Van alle activiteiten waarbij de deelnemers werden onderbroken, bleek 65 procent onbewust gestart te zijn. De uitvoering van het gedrag verliep in 88 procent van de gevallen onbewust.
Onbewust, maar wél intentioneel
De onderzoekers deden nog iets meer. Ze vroegen de deelnemers ook in hoeverre het gerapporteerde gedrag aansloot op hun intenties. Daaruit bleek dat niet alleen bewuste handelingen, maar ook de meeste automatische activiteiten in lijn waren met de bedoelingen van de deelnemers, namelijk 76 procent. Logisch, volgens de onderzoekers. Want voordat iets een gewoonte wordt, hebben we de bijbehorende keuzes en handelingen vaak al tientallen keren bewust doorlopen. Veel gewoontegedrag sluit dus aan bij wat we bewust willen.
De auteurs maken een paar belangrijke kanttekeningen. In hun onderzoek gaat het om brede gedragscategorieën, zoals sporten, werken, huishoudelijke taken of eten. Wat we ons vaak niet realiseren, zeggen de onderzoekers, is dat je gedrag vaak in allerlei componenten kunt ontleden. Om bij het voorbeeld van het wandelen naar de bushalte te blijven: je kunt bewust de weg zoeken naar de halte, maar het bewaren van je evenwicht en de aansturing van onze spieren gebeurt onbewust.
Ook ontbreken in het onderzoek de talloze dagelijkse ‘micro-gewoontes’ zoals het indrukken van het lichtknopje wanneer je naar het toilet gaat. De 88 procent onbewuste uitvoering van gedrag noemen de onderzoekers daarom een „conservatieve schatting”.
Daarnaast is het voor deelnemers moeilijk om goed in te schatten of een handeling bewust of onbewust is gekozen. Wanneer je, zoals in dit onderzoek, wordt onderbroken tijdens een reeks handelingen en gevraagd wordt of je hebt gekozen voor dit gedrag, ben je geneigd om positief te antwoorden. Je herinnert je misschien niet dat je een bewuste keuze hebt gemaakt, maar leidt dit af uit je handelingen.
Wat zeggen hersenonderzoekers?
Het onderzoek van Rebar en collega’s is één manier om de relatie tussen bewust en onbewust gedrag in kaart te brengen. Dezelfde vraag wordt ook bestudeerd door neurowetenschappers die mensen in scanners leggen en kijken wat er in hun hersenen gebeurt.
De actuele grote lijn in dit onderzoek: veel hersenactiviteit en veel gedrag laat zich niet netjes indelen als bewust of onbewust. Vaak werken bewuste en onbewuste processen nauw samen.
Een voorbeeld: veel bewegingen die we maken met ons lichaam worden weliswaar onbewust aangestuurd, maar wel bewust door ons waargenomen. Terwijl ik deze woorden tik, gaan mijn vingers automatisch over het toetsenbord. Maar ik wéét wat ik typ en zie mijn vingers bewegen.
Wel kun je volgens neurowetenschappers stellen dat het overgrote deel van wat er in ons brein gebeurt, plaatsvindt buiten onze bewuste controle en waarneming om.
Praktisch
Wat weten we nu? Onbewust en bewust gedrag werken vaak nauw samen in de praktijk. Dat heeft consequenties voor de manier waarop je je eigen gedrag en dat van anderen probeert te beïnvloeden.
Het lijkt me verstandig om in veel gevallen voor een ‘dubbele’ aanpak te gaan. Oftewel: elkaar aanspreken op bewuste keuzes, bijvoorbeeld met allerlei argumenten (neem de bus, goed voor het klimaat, geen last van files) én het zo makkelijk mogelijk maken van gewenst gedrag, zoals het aanpassen van je directe omgeving (ov-kaart op een vaste plek; reminder in je telefoon die zegt wanneer je naar de bushalte moet lopen).
En de praktische vraag waar deze kleine verkenning mee begon? Uiteindelijk kies ik ervoor om in de nieuwe editie van mijn boek de verhouding 5/95 niet meer te gebruiken.
Het was ooit een aardige vuistregel voor de verhouding bewust/onbewust. Maar tegelijk suggereert het te zeer een vaste verhouding en een strikte tweedeling.
In de nieuwe editie staat straks dat ons dagelijks gedrag „voor een klein deel” bewust tot stand komt en „voor het grootste deel” onbewust. Tja. Ietsje minder sexy dan 5/95. Maar wel een vuistregel waar ik nu 100 procent achter sta.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/29113306/290426CUL_2033383523_Zap-Jeroen-Pauw.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/22111225/250426CUL_2033175535_Saros02.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/28143411/280426ECO_2033361310_conservatrix.jpg)





English (US) ·