In woonproject Waterland Oase kunnen jonge mensen met ernstige psychiatrische klachten terecht. ‘Áááh, eindelijk mijn eigen plek’

7 uren geleden 1

‘Kijk, we hebben twéé vaatwassers!” Alsof hij een schat onthult, trekt Bart Overbeeke (36) de kastdeurtjes open. Het roestvrijstalen aanrechtblad glimt, net als de inductiekookplaat („eitje bakken op stand zes”). Uit een la komt een soeplepel tevoorschijn van het formaat Leger des Heils. „Inschattingsfoutje”, geeft Overbeeke toe. „Die moet ik nog terugsturen.”

Vanuit de keuken wijst hij naar de eethoek, waarin 25 mensen passen. „Tien aan elke tafel, vijf aan de bar.” Hij vraagt of iedereen het uitzicht al heeft gezien. Een jongen in een grijze hoodie duwt de balkondeur open, frisse februarilucht stroomt naar binnen. Mogen ze hier roken, vraagt hij.

„Vandaag is een mooie dag”, zegt Overbeeke na de rondleiding. Een dag waar hij lang naartoe heeft geleefd: straks krijgen de 23 bewoners van de Waterland Oase in Amsterdam-Noord de sleutel van hun gemeenschappelijke ruimte. Op de 65 vierkante meters die dienstdoen als woonkamer, keuken en eetkamer, is het inmiddels dringen geblazen. Ook vrienden en familie waren welkom op de feestelijke opening.

Het gesprek verschuift naar een vraag die onder bewoners speelt: hoe open ben je naar de buitenwereld over je psychische kwetsbaarheid?

De Waterland Oase is een woonvoorziening voor mensen met een ernstige psychische aandoening. Zo’n 250.000 Nederlanders vallen in deze categorie, ze hebben bijvoorbeeld een bipolaire stoornis, een angststoornis of autisme. De bewoners hebben twee dingen gemeen: ze zijn tussen de twintig en veertig jaar en bijna allemaal gevoelig voor psychoses. Ze weten hoe het is om jezelf kwijt te raken door angsten, wanen of hallucinaties.

Vandaag proosten ze op hun nieuwe woonplek, met alcoholvrije champagne. In kleine groepjes praten ze over hun verhuizing en wennen aan de omgeving. Tips gaan over en weer. Waar je het beste boodschappen kunt doen (bij de Aldi, zó goedkoop!), een vloerkleed kunt kopen (Kwantum) of sporten (het boksklasje bij Sportcity).

„Heb jij dat ook, zo’n gevoel van: áááh, eindelijk mijn eigen plek”, vraagt Marius (30) aan Luna (24). Ze knikt. Na een chaotische tijd vol logeerpartijen bij haar moeder komt ze nu tot rust. „En alles is zo nieuw, alsof ik elke dag in een luxe hotel incheck.”

Dan verschuift het gesprek naar een vraag die bij meer bewoners speelt: hoe open ben je over je psychische kwetsbaarheid naar de buitenwereld? Omdat niet iedereen in hun omgeving hiervan weet, willen niet alle geïnterviewden van dit artikel met hun volledige naam in de krant (deze zijn wel bij de redactie van NRC bekend).

„Wat zeg jij tegen mensen die je niet zo goed kent over je nieuwe huis?” vraagt Luna. Marius glimlacht. „WoningNet. Dan krijg ik weleens ongelovige blikken: wat? Hoe kán dat? Ik sta nog steeds op de wachtlijst – plek 999!”

Olivier hoorde pas een paar weken geleden dat hij in de Waterland Oase kon komen wonen.

Olivier hoorde pas een paar weken geleden dat hij in de Waterland Oase kon komen wonen.

Foto Saskia van den Boom

Kraaipan Oase

Toen haar kinderen twaalf jaar geleden allebei vlak na elkaar een psychose kregen, stond haar wereld op z’n kop, vertelt Mirjam van Dootingh (67). Zij en haar man wisten niet wat hen overkwam: zelf hadden ze nooit psychische problemen gehad. Hun dochter was 33 jaar, hun zoon 25. „Ze waren al lang uitgevlogen. Maar ineens zaten ze weer thuis en hadden ze onze zorg nodig. Alle structuur in ons leven was in één klap weg.”

Voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening bestaan eigenlijk maar twee woonopties, ontdekte Van Dootingh toen ze voor haar zoon op zoek ging naar een oplossing. Beschermd wonen óf zelfstandig met ‘ambulante begeleiding’ – zorg aan huis.

In de praktijk zag ze die begeleiding tekortschieten. In de jaren ervoor waren de bedden in de ggz razendsnel afgebouwd, bezuinigingen leidden tot een tekort aan woonplekken en hulpverleners. Mensen raakten geïsoleerd of belandden, in het slechtste geval, verward op straat.

Een behandelaar wees hen op de Kraaipan Oase, een initiatief van ouders die het heft in eigen hand namen. In een oude school in Amsterdam-Oost hadden ze in 2008 hun eigen woonvoorziening opgericht. De 35 bewoners wonen in huurappartementen in het gebouw en verspreid door de wijk. Er was veel onderling contact en betrokkenheid van familie en naasten. Zes dagen per week hadden ze een vast team van begeleiders van zorginstelling Cordaan. De zorg, gesubsidieerd door de gemeente, kochten ze gezamenlijk in.

De Kraaipan Oase was waar Bart Overbeeke en Mirjam van Dootingh elkaar leerden kennen. Overbeeke kwam in de Oase wonen, nadat hij in zijn studententijd psychotisch was geworden. Hij merkte dat het fijn was om mensen om zich heen te hebben die hem min of meer begrepen. Toen hij bijvoorbeeld een medebewoner vertelde dat hij niet met het ov durfde – veel te veel prikkels –, kreeg hij geen verbaasde blik maar een praktische tip: „Bart, zet gewoon je zonnebril op en doe oordopjes in.”

Van Dootingh was nooit iemand die accepteerde dat dingen nu eenmaal waren zoals ze waren. Ze werkte haar hele carrière in directiefuncties bij beroeps- en brancheorganisaties en zat altijd wel ergens in een bestuur, oudercommissie of medezeggenschapsraad. Toen ze in de Kraaipan Oase zag hoe haar zoon zijn zelfstandigheid terugvond en langzaam opbloeide, besloot ze zich hard te maken voor meer van dit soort plekken.

Lees ook

Hoe de ggz-patiënt de dupe wordt van stroeve onderhandelingen tussen de verzekeraar en zorgverlener

Foto Saskia van den Boom
Een schrift van Olivier met aantekeningen.

Een schrift van Olivier met aantekeningen.

Foto Saskia van den Boom
Een beeldje van Luna.

Een beeldje van Luna.

Foto Saskia van den Boom
Foto Saskia van den Boom

‘Eindeloos geduld’

Het is begin december, Van Dootingh en Overbeeke lopen door het trappenhuis van het wooncomplex in de Waterlandpleinbuurt. Het gebouw is net opgeleverd, buiten rijden aannemersbusjes af en aan. Afgelopen dagen hebben ze 23 setjes sleutels uitgedeeld, vertellen ze. De meeste bewoners verhuizen deze week.

Zes jaar duurde het om dit voor elkaar te krijgen, vertelt Van Dootingh. Je moet een heleboel partijen aan tafel zien te krijgen en zelfs als dat lukt, is alles wankel als een kaartenhuis, legt ze uit. Woningcorporaties zien particuliere initiatieven vaak als risicovol – liever gaan ze in zee met „usual suspects”, grote zorginstellingen waar ze al vaker mee hebben gewerkt. Vergunningen kunnen maanden op zich laten wachten. En ook de financiering is onzeker. In Utrecht strandde een project toen de gemeente ineens het aantal zorgindicaties begrensde. „Je hebt eindeloos geduld en doorzettingsvermogen nodig.”

Bij het opzetten van twee andere Oases was de les:
een gemeenschap ontstaat niet vanzelf

Op de tweede verdieping, achter een groene deur met nummer 19, galmen stemmen. Binnen staat Olivier (30) in een oude spijkerbroek in zijn nieuwe woonkamer. In een hoek staan emmers muurverf en rollen behang, op een geïmproviseerde werktafel ligt gereedschap uitgestald. Zijn vader, moeder, stiefvader en twee honden lopen rond. Van Dootingh ziet de onrust in Oliviers ogen.

„Hoe is het met jou, Olivier? Trek je het allemaal?”
„Jawel, het is een beetje chaotisch.”
„Als er iets is, weet me te vinden, hè? Loop af en toe even buiten een rondje, doe rustig aan. En het team van Cordaan is er: Manja, Carla en Jamie. Laat het weten als je hen wil spreken.”

Olivier voerde een ‘klikgesprek’ om te kijken of hij in de groep zou passen.

Olivier voerde een ‘klikgesprek’ om te kijken of hij in de groep zou passen.

 „We gingen met z’n tienen naar de IKEA.”

Luna over het inrichten van de gemeenschappelijke ruimte: „We gingen met z’n tienen naar de IKEA.”

Foto Saskia van den Boom

Vloer

Olivier hoorde pas een paar weken geleden dat hij in de Waterland Oase kon komen wonen. „Reken er maar niet op”, had zijn behandelaar aanvankelijk gezegd. Dat het alsnog doorging, kwam voor Olivier heel goed uit: hij was toe aan een volgende stap, klaar om te vertrekken van de etage die hij deelde met zijn twee broers. Een jaar geleden struggelde hij nog met zijn medicijnen, wilde hij stoppen omdat hij dacht: dit is helemaal niet goed voor me. Nu was hij veel rustiger.

Dat hij toch een woning kreeg, kwam doordat iemand op de valreep afviel. Hij voerde twee gesprekken met Overbeeke en Van Dootingh: eerst het ‘klikgesprek’, om te kijken of hij in de groep zou passen, daarna de formele intake, waarbij samen met iemand van Cordaan werd besproken welke begeleiding hij nodig had.

Toen het eenmaal rond was, kwam er in één keer een hoop op Olivier af. Ook praktische kwesties waar hij nooit eerder over had nagedacht. Wat voor vloer leg je in een huis? En waar haal je die vandaan?

Voor Oliviers bovenbuurvrouw Luna ging het allemaal geleidelijker. Al in het voorjaar, toen de verlossende mail binnenkwam dat ze welkom was in de Waterland Oase, begon haar voorbereiding. Tijdens vier bijeenkomsten maakte ze kennis met haar medebewoners en hun familie, en gaf ze zich meteen op voor drie van de dertien werkgroepen. Vooral de gezamenlijke ruimte inrichten bleek een flinke klus. Het voelde, zegt ze, „als een soort kleine baan” naast haar werk bij een non-profitorganisatie. „We zochten stoelen, banken, tafels – alles samen, heel democratisch. We gingen met z’n tienen naar de IKEA.”

Die grote hoeveelheid bijeenkomsten en werkgroepen was geen toeval, zegt Van Dootingh. Van het opzetten van twee andere Oases werd geleerd: een gemeenschap ontstaat niet vanzelf. De Waterlandgroep is divers: sommigen hebben een licht verstandelijke beperking, anderen zijn universitair geschoold. Er zijn bewoners met Surinaamse, Turkse en Marokkaanse wortels. Sociaal contact is voor een deel lastig en vaak is het netwerk klein. Daarom, zegt Van Dootingh, is een vertrouwde omgeving zo belangrijk. Net als wederkerigheid. „Je kunt geen gemeenschap bouwen met mensen die alleen maar komen halen.”

Waterland Oase in Amsterdam-Noord.

Waterland Oase in Amsterdam-Noord.

Foto Saskia van den Boom

Nabijheid

Daarnaast moet er simpelweg een heleboel worden geregeld. Dat is waar Overbeeke om de hoek komt kijken: als ‘communitycoördinator’ houdt hij alles in de Oases op de rails. Hij werkt 36 uur per week, inmiddels betaald vanuit een vaste subsidie. Overbeeke is de schakel tussen bewoners, buurt en begeleiders: hij is degene die door de wijkagent wordt gebeld als er iemand met onbegrepen gedrag rondloopt, degene die aanbelt als hij midden in de nacht iemand hoort schreeuwen – iets wat „twee, drie keer per jaar” gebeurt. Bezorgde buren krijgen achteraf altijd een update. „Dan weten ze dat hun signaal niet in een zwart gat verdwijnt.”

Nabijheid maakt het verschil, is de overtuiging van Van Dootingh. In de Oases wordt vaak snel opgemerkt wanneer iemand begint te wankelen. Soms, vertelt ze, zegt een achterstevoren zittend kledingstuk al genoeg. Het voorkomt volgens haar dure opnames. („Eén dag high care in een psychiatrisch ziekenhuis kost al snel 1.000 euro.”). Samen met de GGD Amsterdam en het UMC Utrecht brengt ze de werkzame elementen van de Oases in kaart. „Ruim driekwart van de Amsterdammers met een ernstige psychische aandoening voelt zich eenzaam, bleek een tijdje terug uit onderzoek. Ik weet zeker dat het percentage bij ons veel lager ligt.”

Lees ook

En wéér zit Edwin in de cel. Waarom krijgt hij geen hulp?

Lees het hele artikel