Iran-oorlog of niet: zo slecht gaat het nog niet met het bedrijfsleven

1 uur geleden 1

Niet zo lang voordat begin deze eeuw de ‘dotcombubbel’ uiteenspatte, wat tot een bloedbad leidde op de internationale effectenbeurzen, sprak Fed-voorzitter Alan Greenspan zijn bezorgdheid uit. De voorzitter van de Amerikaanse centrale bank had het over „irrational exuberance”: irrationele uitbundigheid. Met die term duidde hij de sterk opwaartse beweging op de markten, veeleer gestoeld op het optimisme van beleggers dan op feitelijke prestaties.

De laatste tijd komt de term weer voorbij als het gaat over het gedrag van beleggers in relatie tot de oorlog in het Midden-Oosten. Van de piekende energieprijzen en de aanhoudende geopolitieke onzekerheid door dat conflict zou je druk op het beurssentiment verwachten. Maar de aandelenkoersen pieken evenzeer. De AEX, de belangrijkste Amsterdamse beursindex, sloot vorige week met 1.031 punten op recordhoogte, net als de Amerikaanse S&P 500.

En dat terwijl de Nederlandse economie er helemaal niet zo gunstig voor staat: amper groei in het eerste kwartaal (0,1 procent), en rap dalend consumentenvertrouwen. Het roept de vraag op of inderdaad sprake is van irrationeel gedrag. Zijn de aandelenbeurzen niet losgezongen van de economische werkelijkheid?

De recente cijferpresentaties van beursgenoteerde bedrijven over het eerste kwartaal vormden een goede graadmeter: hoe staat het Nederlandse en internationale beursbedrijven ervoor? De wellicht verrassende conclusie: het gaat zo slecht nog niet. De zorgen over de effecten van de oorlog in het Midden-Oosten op lange termijn vallen (vooralsnog) mee, ondernemingen presteren nog conform eerder geuite verwachtingen, en AI-investeringen blijven een belangrijke aanjager van groei bij (tech)bedrijven.

Gevolgen vallen nog mee

Waar het afgelopen maanden vooral ging over aanvoer en prijsvorming van olie en gas, keken ze bij Philips met bijzondere aandacht naar de beschikbaarheid van een andere grondstof: helium, een belangrijk onderdeel van de MRI-scanners die het bedrijf maakt. Op termijnmarkten liep de prijs ervan afgelopen tijd flink op doordat ongeveer een vijfde van het mondiaal gebruikte helium uit het Midden-Oosten komt.

De Iran-oorlog zou Philips’ omzet weleens fors kunnen raken, was de verwachting. Concurrent GE Healthcare had al een winstwaarschuwing afgegeven. Gestegen energie- en transportkosten leidden tot verlaagde verwachtingen voor het rest van het jaar bij het Amerikaanse bedrijf.

Analisten hielden hun hart vast: Philips zou de geopolitieke verstoring, na jaren verlies en broos herstel in 2025, er niet bij kunnen hebben. Maar de jongste kwartaalcijfers vertelden een ander verhaal. Het zorgconcern verkocht meer. De interesse naar nieuwe modellen MRI-scanners die veel minder helium gebruiken dan oudere exemplaren, was volgens topman Roy Jakobs fors toegenomen. De nettowinst verdubbelde naar 146 miljoen euro. Dat de omzet met 3,9 miljard euro iets lager uitkwam dan een jaar eerder (4 miljard euro) kwam door ongunstige wisselkoersen.

Lees ook

Philips denkt vooral zelf de hogere kosten van de Iran-oorlog op te vangen

Het hoofdkantoor van Philips in Amsterdam.

Ja, het concern zag zijn kosten oplopen door de Iran-oorlog en verwacht dat die verder stijgen. Maar reden om de prognoses van februari bij te stellen, was het niet. Philips verwacht vooralsnog die hogere kosten op te kunnen vangen.

Zulke geluiden klonken afgelopen weken uit de mond van meer bestuurders. „Weerbaar”, noemde KPN-topman Joost Farwerck het telecombedrijf ondanks een „volatiele geopolitieke situatie”. Veerkrachtig was het woord dat bestuursvoorzitter Aditya Mittal van Europa’s grootste staalconcern ArcelorMittal gebruikte.

Die term hoorde je ook van Boudewijn Siemons, topman van Havenbedrijf Rotterdam. De haven had nog nauwelijks last van van de oorlog in het Midden-Oosten en zag de overslag van onder meer ruwe olie en containers toenemen. Bouwbedrijf Heijmans sprak van „beheersbare” gevolgen. Inkoopprijzen van grondstoffen en materialen fluctueren weliswaar, maar het bedrijf werkt met langetermijncontracten waardoor die prijzen komende tijd grotendeels vastliggen.

Hamstergedrag en dollar-effect

Wie afgelopen weken al veel effecten op de bedrijfsresultaten had verwacht van de oorlog in het Midden-Oosten, kwam dus bedrogen uit. Goed, het kwartaal had in feit nog maar één maand over toen de aanvallen op Iran begonnen en de belangrijke Straat van Hormuz dichtging, maar met veel bedrijven gaat het best goed.

Zo zag ING zijn rentebaten met 12 procent stijgen, waardoor de nettowinst van de bank zo’n 7 procent hoger uitkwam dan een jaar eerder. Beleggers profiteren mee; ING kondigde een nieuw programma aan voor de inkoop van eigen aandelen. Hierdoor worden de uitstaande aandelen meer waard.

In de voedingsmiddelenindustrie namen bij veel bedrijven de omzet en verkopen in het eerste kwartaal toe. Grote spelers in deze sector hebben er enkele slechte jaren opzitten. Hoge inflatie deed consumenten uitwijken naar huismerkproducten en zette inkomsten onder druk. Maar die lijken zich wat te herstellen. Zo verkocht Magnum verkocht 4,5 procent meer ijsjes en liet de prognoses voor de rest van het jaar intact.

Brouwer Heineken zette meer bier en alcoholvrije varianten af. ”Complexer en grilliger”, noemde bestuursvoorzitter Dolf van den Brink de wereldhandel weliswaar, maar vooralsnog lijkt de schade mee te vallen.

Sterker, sommige ondernemingen draaien juist beter door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Energiebedrijven als Shell en BP profiteren van de gestegen olie- en gasprijzen. Ook ingrediëntenproducent DSM-Firmenich kende een sterk slot van het kwartaal. Klanten vertoonden hamstergedrag en haalden hun bestellingen naar voren.

De NEVI, vereniging voor inkoopmanagement, concludeerde dat de industrie vorige maand meer orders ontving door zorgen over de verstoring van toeleveringsketens. De inkoopindex die ze samenstelt, stond op het hoogste niveau sinds 2022 doordat afnemers bestellingen naar voren halen.

Als er al impact is door de oorlog, dan is die vooral voelbaar bij ondernemingen met een sterke aanwezigheid in het Midden-Oosten. Bedrijven in luxegoederen als Kering (Gucci, Saint-Laurent) en LVMH (Louis Vuitton, Moët Hennessy) zagen hun verkoop in landen als de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar procentueel met dubbele cijfers afnemen. Ook bodemonderzoeker Fugro zag dat opdrachten in de regio onder druk staan.

Meer nog dan van de Iran-oorlog lijken sommige bedrijven afgelopen periode vooral last te hebben gehad van de zwakkere dollar, anker in het internationale valutaverkeer. De onvoorspelbare manoeuvres van president Donald Trump hebben het vertrouwen in de Amerikaanse munt sinds begin vorig jaar doen afnemen.

Wie veel zaken doet in de VS en de resultaten boekt in euro’s, ziet zijn inkomsten op papier teruglopen. Dat wil niet zeggen dat de zaken per se slecht gaan. Zo zagen winkelconcern Ahold-Delhaize, Philips en Magnum hun afzet stijgen, maar de omzet door wisselkoerseffecten lager uitpakken. Anders hadden ze een omzetgroei kunnen presenteren.

Prijsverhogingen

Daarmee is niet gezegd dat de oorlog in het Midden-Oosten niet alsnog tot een economische crisis kan leiden. Maar het sentiment bij veel bedrijven over de rest van het jaar is positief. Omzet- en winstprognoses blijven gehandhaafd. Heineken-topman Van den Brink zei op de aandeelhoudersvergadering in april niet te verwachten dat de hogere energieprijzen tot in de tweede helft van het jaar aanhouden. Hij gaat uit van „een tijdelijke verstoring”. DSM-Firmenich verwacht „beperkte impact” in de rest van 2026.

Mochten de oorlog en de verstoringen toch langer duren, dan kunnen bedrijven hun inkomsten nog op peil houden met prijsverhogingen. Verschillende bestuurders schermden er de afgelopen weken al mee.

AkzoNobel draaide ondanks „turbulente marktomstandigheden” een „sterk kwartaal”, maar voor zijn merken Flexa en Sikkens gaan de prijzen omhoog

Zo kampte verfproducent AkzoNobel met hogere inkoopkosten. Weliswaar draaide het ondanks „turbulente marktomstandigheden” een „sterk kwartaal”, maar voor zijn merken Flexa en Sikkens gaan de prijzen omhoog. Dat moet de stijging van grondstof- en energiekosten volledig compenseren.

Dat doet ook Unilever. Het Britse concern rekent op 350 tot 500 miljoen euro hogere kosten dan begin dit jaar geprognotiseerd, en wil dit onder meer opvangen met prijsverhogingen. Die zullen „in kleine stappen” worden doorgevoerd, en met oog voor „wat de concurrenten doen”. Die concurrenten, zoals Nestlé en Proctor & Gamble, hebben soortgelijke signalen afgegeven.

Vliegtickets worden duurder door de stijgende brandstof prijzen ten gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten.

Foto PATRICK VAN KATWIJK/ANP

Natuurlijk zijn er ook ondernemingen die direct worden geraakt door hoge energieprijzen, zoals luchtvaartmaatschappijen die hun kerosine fors duurder zagen worden. Air France-KLM en het Duitse Lufthansa kondigden in april aan duizenden vluchten te schrappen omdat financieel niet meer aantrekkelijk zijn.

Air France-KLM verwacht dit jaar 2,4 miljard dollar (2 miljard euro) meer kwijt te zijn aan brandstof dan in 2025. Daar viel in het eerste kwartaal relatief weinig van te merken; het operationele verlies ging van 328 miljoen euro vorig jaar naar 27 miljoen euro. Topman Ben Smith was voorzichtig: „Hoewel de prijsstijgingen voor brandstof nog niet terug zijn te zien in de vandaag gepresenteerde resultaten, drukken ze waarschijnlijk op de komende kwartalen”, verklaarde hij tegenover persbureau ANP.

Het luchtvaartbedrijf werkt met contracten die ongeveer twee derde van de prijsstijgingen van de kerosine afdekken. Desalniettemin verwacht Air France-KLM in het lopende kwartaal 1,1 miljard dollar extra te betalen voor brandstof. Ook deze onderneming zoekt een uitweg via prijsverhoging: 60 procent van die extra kosten komt voor rekening van de klant via duurdere tickets, verwacht ze.

AI-boom stuwt de beurs

Terug naar de beurs. Want naast de Iran-oorlog kennen die nóg een belangrijke kracht, die vooral techbedrijven omhoogduwt: investeringen in AI, kunstmatige intelligentie. Zo meldde het Amerikaanse techconcern Alphabet grote animo van zijn klanten voor Google Cloud. Gezien het groeipotentieel van AI-diensten investeert Alphabet dit jaar 10 miljard dollar extra in AI.

Ook andere Amerikaanse techconcerns blaken van optimisme. Zo zag Amazon de kwartaalomzet met 17 procent groeien – de grootste toename sinds 2022, met clouddiensten als grote aanjager. Microsoft en Meta kondigden flinke investeringen aan in zogeheten hyperscales, nodig om alle extra data te verwerken die AI-diensten genereren. Apple kende zijn beste eerste kwartaal ooit.

Hun investeringen in datacentra en chips ervoor sijpelen door. Nederlandse bedrijven als ASML (geavanceerde chipmachines), Besi en ASMI (machines voor de halfgeleiderindustrie) profiteren. ASML verhoogde zijn winstverwachting voor dit jaar.

Goede resultaten bij een klein deel van de AEX-bedrijven zijn in hoge mate verantwoordelijk voor groeiende beurskoersen. De index bestaat uit dertig bedrijven maar niet elke onderneming is in marktwaarde gemeten even groot. Vanwege haar grote beurswaarde draagt ASML voor 16 procent aan bij aan de AEX-stand. Shell zit rond de 14 procent, Unilever op 13 en ING rond de 7 procent. Kortom vier bedrijven waar het het afgelopen kwartaal goed mee ging trekken de index omhoog.

Dus zelfs als de oorlog in het Midden-Oosten komende maanden wel meer effect gaat hebben op bedrijfsresultaten, is het de vraag in hoeverre de belegger daar veel last van gaat hebben. Irrational exuberance of niet.

Lees het hele artikel