De eerste getuige die twee keer langskomt bij de enquêtecommissie is Jaap van Dissel, woensdagmiddag. Niet om net als vorige keer ‘college’ te geven over waarom het Outbreak Management Team (OMT), waarvan hij de voorzitter was, het allemaal prima had gedaan tijdens de coronacrisis. Wel om tekst en uitleg te geven over coronamaatregelen, onder meer de avondklok. Die werd, na een relatief rustige zomer, in september 2020 voor het eerst in het OMT besproken en een paar maanden later ingevoerd.
Vooral in de grote steden nam het aantal besmettingen na de zomer snel toe. Regionale maatregelen zoals het sluiten van de horeca in die steden zou weinig zin hebben, zei Van Dissel, want dan zouden stedelingen kunnen uitwijken naar omliggende plaatsen. Daarmee kwam een regionale avondklok in beeld, omdat die de bewegingsvrijheid van bewoners in die steden kan beperken. „Als je om zes uur uit je werk thuiskomt, bijvoorbeeld in Amsterdam, dan kun je niet meer die avond naar de horeca in Purmerend”, gaf Van Dissel woensdag als voorbeeld.
Je vraagt mensen om een offer te brengen in hun grondrechten, terwijl we niet 100 procent kunnen zeggen wat dat betekent voor het verloop van de uitbraak
Het OMT was verdeeld over het instellen van een avondklok, zei hij. „Je vraagt mensen om een offer te brengen in hun grondrechten, terwijl we niet 100 procent kunnen zeggen wat dat betekent voor het verloop van de uitbraak. Het is vanzelfsprekend dat je daar dan aarzelingen bij hebt.”
De avondklok werd daarna nog een aantal keer besproken binnen het OMT. In januari 2021 kreeg het een verzoek tot een spoedadvies over de invoering van een landelijke avondklok – nádat Van Dissel een hoge ambtenaar en oud-minister Hugo de Jonge (VWS, CDA) over een nieuwe coronavariant had gealarmeerd. Van Dissel: „Wij trokken aan de noodbel.” Vlak daarna had Van Dissel nogmaals contact met De Jonge en oud-minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) over de avondklok.
Kabinet besluit tot invoeren avondklok
Diezelfde maand besloot het kabinet daadwerkelijk tot het instellen van een avondklok. Die werd gecombineerd met een maximum van één bezoeker per huishouden. Dat werd door de meeste mensen goed nagevolgd, zei Van Dissel. „De meeste mensen waren van goede wil.” Burgemeester van Amsterdam Femke Halsema zei eerder deze week dat de avondklok praktisch niet werkte. Ze noemde als voorbeeld pyjama-party’s, waarbij kinderen voor het ingaan van de avondklok op de fiets naar vriendjes gingen, samen met hun ouders, en dan bleven logeren, om dan na afloop van de avondklok weer naar huis te gaan.
Maar volgens Van Dissel heeft de avondklok „naar alle waarschijnlijkheid geholpen. Het zorgde voor een klein maar significant effect”. Toen de avondklok er eenmaal was, bleef die ruim drie maanden bestaan terwijl andere maatregelen konden worden afgeschaft. „Dat was niet aan het OMT”, zei Van Dissel, maar aan het kabinet. Hij zei niet meer precies te weten wie het idee van een avondklok voor het eerst opperde, „maar het zou me niet verbazen als dat uit het kabinet kwam.”
Van Dissel ‘furieus’ over scholensluiting
De oud-OMT-voorzitter klonk tijdens zijn verhoor aanzienlijk minder fel en kregelig dan tijdens zijn eerste verhoor, zo’n maand geleden. Over het coronatoegangsbewijs zei Van Dissel dat het „een politieke maatregel” was en „geen beschermingsmaatregel”, omdat de politiek evenementen wilden openstellen terwijl dat eigenlijk nog niet kon. Van Dissel: „Het coronatoegangsbewijs was bedoeld om de schade te beperken.” Van Dissel zei dat het OMT nooit „geweldig enthousiast” was over het coronatoegangsbewijs en dat de effecten ervan „onzeker” waren.
Wij hebben als OMT vaker gezegd: kan het niet simpeler? Begin met de basismaatregelen
Van Dissel zei ook „furieus” te zijn geweest over het sluiten van de scholen, het OMT was daarop tegen. Toen de avondklok gold, adviseerde het OMT dan ook de scholen weer als eerste te openen als dat mogelijk zou zijn. Van Dissel: „Het sluiten van de scholen ging ons aan het hart.”
Van Dissel noemde alle maatregelen bij elkaar, inclusief alle uitzonderingen, „een spaghettibrij, een wirwar. Wij hebben als OMT vaker gezegd: kan het niet simpeler? Begin met de basismaatregelen, bijvoorbeeld ‘blijf thuis bij ziek zijn’.” Dat kwam volgens hem omdat allerlei belangen van groepen gingen meespelen en allerlei ministeries wensenlijstjes hadden: „Het geheel was nauwelijks meer te begrijpen, het werd steeds complexer.” Het OMT kreeg ook steeds gedetailleerdere vragen van het kabinet, maar ging daar steeds minder op in.
Lees ook
In het onderwijs leeft nog steeds de vraag waarom de scholen in coronatijd zo lang gesloten moesten blijven
Liveblog Parlementaire enquête corona
Commissie verhoort ‘handhavingsminister’ Ferd Grapperhaus en Jaap van Dissel


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30153420/010726DEN_2034092714_afstandmoeders1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01144136/010726ECO_2034900169_tata.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/28234504/AFP_B8LH34C.jpg)

English (US) ·