Je BMI is prima en toch kan je hart in de gevarenzone zitten

2 uren geleden 1

Waar vet op je lichaam zit, blijkt veel meer te zeggen over je kans op hart- en vaatziekten dan hoeveel je weegt. Dat blijkt uit een Amerikaanse studie waarin ruim 260.000 mensen gemiddeld twintig jaar lang zijn gevolgd.

BMI is je gewicht in kilo’s, gedeeld door het kwadraat van je lengte in meter. Dat getal bepaalt in de praktijk of iemand een normaal gewicht heeft, overgewicht of obesitas.

Wat het niet vertelt, is waar de kilo’s zitten. En dat maakt een groot verschil. Vet dat diep in de buik rond de organen ligt, hangt samen met hartziekten en diabetes. Vet dat direct onder de huid zit veel minder. Een meetlint rond het middel vangt dat onderscheid deels op, zo blijkt uit dit onderzoek, dat gepubliceerd is in het vakblad JACC.

Twee mensen met dezelfde BMI

De onderzoekers legden de gegevens van tienduizenden mensen naast elkaar en telden wie volgens de weegschaal veilig was, maar volgens het meetlint niet.

Bij de groep met een normaal gewicht had vijf procent toch een te grote buikomvang. Kijk je in plaats daarvan naar de verhouding tussen taille en heupen, dan was het achttien procent. Bij mensen met overgewicht zat rond de veertig procent in de risicozone, welke van de twee maten je ook gebruikt.

De mensen met een te grote buikomvang bleken later vaker in de problemen te komen. De onderzoekers keken naar negen uitkomsten, van hartinfarct en beroerte tot hartfalen, ritmestoornissen en overlijden. Voor de meeste daarvan lag het risico vijftien tot vijftig procent hoger.

Zwaar met een smalle taille

Het omgekeerde geldt ook. Van de mensen met obesitas als je enkel naar BMI kijkt, had negen procent een veilige buikomvang en bijna de helft een gunstige taille-heupverhouding.

Bij die groep zagen de onderzoekers geen verhoogd risico op hartproblemen vergeleken met mensen met een normaal gewicht en een smalle taille. Voor sterfte door welke oorzaak dan ook lag hun risico zelfs lager.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Dat is een opvallende uitkomst en een die meteen om voorzichtigheid vraagt. Zulke omgekeerde verbanden duiken vaker op in bevolkingsonderzoeken en hebben lang niet altijd te maken met het gewicht zelf.

Desalniettemin is de boodschap van de onderzoekers simpel. Artsen zouden bij het inschatten van hartrisico’s naar de vetverdeling moeten kijken en dat over de hele breedte van de BMI-schaal. Een meetlint kost bijna niets en een meting duurt seconden. Toch gebeurt het in veel spreekkamers niet en blijft BMI de gangbare test.

Wat de studie niet aantoont

Dit is zoals eerder gezegd een bevolkingsonderzoek, geen experiment. De onderzoekers zien dat mensen met een ruime taille vaker hartproblemen krijgen, maar bewijzen daarmee niet dat die taille de oorzaak is.

Ze beschikten bovendien niet over gegevens over beweging, voeding of erfelijke aanleg voor overgewicht. Die factoren spelen een rol bij hart- en vaatziekten en kunnen het verband deels verklaren.

Ook is de taille maar één keer gemeten, aan het begin. Wat er daarna gebeurde met het lichaam van de deelnemers blijft dus buiten beeld.

Opvallend is verder dat de twee maten niet dezelfde resultaten tonen. Bij een normaal gewicht slaat de ene bij vijf procent alarm, de andere bij achttien procent. Welke van de twee het beste werkt, blijft een open vraag.

Tot slot gaat het om relatieve cijfers. Vijftig procent meer risico klinkt serieus, maar hoeveel dat in de praktijk betekent, hangt af van hoe groot je kans al was. 

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel