Kiezersonderzoek: winst FVD opvallend temidden van lage opkomst en succes lokale partijen

1 dag geleden 2

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen laat ook dit jaar winst voor de lokale partijen zien, net als verdere versplintering en verrechtsing binnen de gemeenteraden. Binnen die brede trend valt vooral de grote winst van Forum voor Democratie op: de uiterst rechtse partij stijgt van 50 lokale zetels in 2022 naar bijna 300 nu, en haalde in 41 gemeenten meer dan 10 procent van de stemmen. Dat is „echt een sterk resultaat en boven verwachting”, zegt onderzoeker Sjoerd van Heck van Ipsos I&O.

Dat FVD juist bij de gemeenteraadsverkiezingen deze winst laat zien is volgens Van Heck opvallend. Hoewel de opkomst met 53,7 procent iets hoger was dan in 2022, kennen de lokale verkiezingen altijd een relatief lage opkomst en dat is normaal een probleem voor rechts-populistische partijen als FVD. „Kiezers van dit soort partijen blijven eerder thuis, terwijl hoger opgeleide kiezers van GroenLinks-PvdA of van gevestigde partijen als het CDA trouwer komen stemmen.”

FVD heeft sterk geprofiteerd van de afwezigheid van de PVV op het stembiljet in veel gemeenten. De partij van Geert Wilders, bij de verkiezingen in oktober met 26 zetels nog ruim groter dan FVD (7 zetels), deed slechts maar in veertig gemeenten mee, en FVD in ruim honderd. Uit het kiezersonderzoek dat Ipsos I&O woensdag rond de stembusgang uitvoerde, blijkt dat van de kiezers die woensdag FVD stemden, bijna 40 procent in oktober nog PVV stemde bij de Kamerverkiezingen. „Die groep hebben ze echt gemobiliseerd, hoewel je dus de kanttekening moet maken dat je niet weet wat er was gebeurd als de PVV in al die gemeenten had meegedaan”, aldus Van Heck.

Een percentage dat hem opvalt is dat 5 procent van de FVD-stemmers van woensdag in oktober nog VVD stemde. Dat is geen heel grote groep, maar dat er verkeer is tussen FVD en de VVD is volgens hem een bevestiging van het verdwijnen van de scherpe grenzen tussen het centrumrechtse en rechts-populistische blok kiezers. „Bij de Kamerverkiezingen van 2023 zag je voor het eerst een grote groep VVD’ers naar Wilders overstappen. Dat gebeurde in eerdere jaren niet of amper. Nu zie je dat een klein deel van de VVD-kiezers niet wordt afgeschrikt door het extremisme binnen FVD.”

Een andere verklaring voor het lokale succes van FVD lijkt dat de partij er meer dan andere partijen in slaagde er een landelijke campagne van te maken. Op posters die door het hele land werden verspreid stond groot de beeltenis van de nieuwe partijleider Lidewij de Vos, en dat had enig effect, laat het Ipsos-onderzoek zien: kiezers van die partij geven vaker dan andere kiezers aan dat de landelijke partijleider een rol speelde bij hun stemkeuze. En bijna veertig procent van de FVD-stemmers zegt dat de landelijke standpunten „de belangrijkste reden” zijn voor hun stem, ruim meer dan bij de meeste andere landelijke partijen. Kijk je naar alle kiezers die woensdag gingen stemmen, dan geeft juist 41 procent aan dat zijn of haar stemkeuze gebaseerd is op de lokale standpunten van de partij in hun gemeente.  

Trokken lokale partijen proteststemmen?

Dat de gemeenteraadsverkiezingen voor de meeste kiezers echt lokale verkiezingen zijn, bewijst ook de goede score van de lokale partijen. Dit blok krijgt zo’n 35 procent van de stemmen en dat betekent groei ten opzichte van de 31,3 procent uit 2022. In vergelijking met de Tweede Kamerverkiezingen trekken lokale partijen van bijna alle landelijke partijen iets minder of meer dan een vijfde van hun kiezers weg; alleen GroenLinks-PvdA, ChristenUnie en SGP houden hun kiezers lokaal gemiddeld beter vast. „Langer geleden trokken lokale partijen vooral rechtsere kiezers, maar ze halen nu duidelijk overal plukjes kiezers vandaan”, zegt Ipsos I&O-onderzoeker Maartje van de Koppel. „Dat laat zien dat het grote blok lokale partijen ideologisch ook steeds breder en diffuser wordt.”

D66-leider en premier Rob Jetten zei woensdagavond dat de winst van lokale partijen moet worden geduid als een „proteststem”, maar dat valt volgens Van de Koppel erg mee. „Het profiel van de kiezer van lokale partijen is erg gemiddeld, deze kiezers staan ook niet veel wantrouwender tegenover de politiek. Daarin verschillen ze van de FVD-kiezers, die veel meer wantrouwen koesteren en wel echt een proteststem uitbrengen.”

Een landelijke interpretatie geven aan de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen is, op de opvallende winst van FVD na, lastig. Om te beginnen omdat een grote meerderheid van de kiezers (63 procent) in het Ipsos I&O-onderzoek aangeeft dat hun mening over het onlangs aangetreden kabinet-Jetten geen rol speelt in hun stemkeuze. Het nieuwe kabinet is ook pas vorige maand begonnen, dus in die zin kon het moeilijk een populariteitsmeting zijn van de minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA. De drie partijen laten ook geen spectaculaire uitslag zien: het CDA blijft qua raadszetels stabiel, D66 en VVD boeken lichte winst.

Vooral D66 probeerde de campagne ook landelijk te maken, met de relatief populaire nieuwe premier Rob Jetten op campagneposters en hergebruik van de in oktober succesvolle slogan ‘Het kan wél’. D66 heeft lokaal zowel geprofiteerd als geleden onder het aantreden van het nieuwe kabinet, ziet Sjoerd van Heck. „We zien dat sommige D66-kiezers Jetten en de landelijke partij als reden noemen om ook lokaal voor de partij te stemmen, terwijl andere D66’ers teleurgesteld zijn in het rechtse kabinetsbeleid en voor een deel uitwijken naar GroenLinks-PvdA.”

In totaal liet een kwart van de kiezers hun oordeel over het kabinet wel meewegen in hun stem. Van hen stemde 12 procent vóór het kabinet, 21 procent tegen. Bij de ‘tegen’-stemmers zitten vooral kiezers van populistische partijen als FVD, PVV, BBB en SP, en ook een klein deel GroenLinks-PvdA. Maar het is zeker niet zo dat de linkse fusiepartij massaal van onvrede over het kabinetsbeleid profiteerde: GroenLinks-PvdA werd weliswaar landelijk de grootste partij, maar verloor behoorlijk wat zetels ten opzichte van 2022.

‘Waar azc-verzet speelt, speelt het heftig’

In een campagne zonder hele duidelijke richting geven de meeste kiezers aan dat wonen voor hen het belangrijkste thema was (51 procent), gevolgd door veiligheid (38 procent) en de thema’s natuur, verkeer/openbaar vervoer en de opvang van asielzoekers (allemaal rond de 25 procent). Kiezers van links tot rechts vinden, zo blijkt uit het Ipsos I&O-onderzoek, dat hun gemeente meer moet doen om bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters of juist seniorenwoningen te bouwen, om zo de doorstroom te bevorderen.

Dat asielopvang op het lijstje thema’s op een gedeelde vierde plaats komt, lijkt in tegenspraak met de grote media-aandacht die er de afgelopen maanden was voor lokale protesten tegen de komst van nieuwe asielzoekerscentra (azc’s). In meerdere gemeenten wonnen woensdag lokale partijen die uit verzet tegen een azc zijn opgericht of zich daar uitdrukkelijk op profileerden.

Volgens Maartje van de Koppel is het niet per se wonderlijk dat asielopvang als thema niet hoger scoort. „Waar het speelt, speelt het heftig, maar dat is dus lang niet in alle gemeenten het geval. Dit percentage (26 procent) nuanceert wel een beetje het beeld dat asielopvang overal in Nederland als een groot probleem wordt gezien. Maar waar het wel speelt, zijn partijen erin geslaagd om kiezers op het onderwerp te mobiliseren.”

De lokale onrust over asiel is ook een van de verklaringen van het succes van FVD: bij 65 procent van hun kiezers speelde dit thema een grote rol, ruim meer dan bij veel andere partijen. En toch zit het politieke verzet tegen azc’s vooral in de rechtse hoek en zijn er ook genoeg kiezers vóór het opvangen van asielzoekers. Zo zijn nog altijd meer kiezers voor dan tegen de spreidingswet, die een eerlijke verdeling van asielzoekers over gemeenten moet garanderen. „Asiel blijft een polariserend issue”, zegt Van de Koppel. „De mening van kiezers zijn daarop echt verdeeld.”

Lees het hele artikel