Opblijven voor het WK? Niet om één uur ’s nachts, zeggen
ouders: ‘Dat is te laat, ook voor onszelf.’
Op basisschool De Meer in Amsterdam-Oost is het WK overal: aan het plafond bungelen oranje vlaggetjes, in de klas hangt een poule en in de gymles spelen kinderen namens WK-landen tegen elkaar. Maar nu Nederland midden in de nacht tegen Tunesië speelt, hebben de leerlingen nog een tegenstander: hun bedtijd.
Aanvankelijk durfden ze niet. Toch klopten vier leerlingen aan bij het kantoor van de schooldirecteur met een verzoek: donderdagnacht speelt Nederland tegen Tunesië, om één uur ’s nachts, dus zouden ze vrijdag misschien een uurtje later mogen beginnen…? Niet alleen wilden alle leerlingen het potje zien, maar ze zitten in groep 8 en ze deden toch al niet zoveel meer – alleen de musical en hun ‘afscheidsborrel’ voorbereiden.
De directeur stemde in. Vrijdag begint groep 8 niet om half negen, maar om half tien.
Lees ook
Dit Nederlands elftal kan ‘ongelofelijk gevaarlijk’ zijn – maar in fases net zo makkelijk ver terugvallen
Vermoeide gezichtjes
Benthe Verkuil, lerares van de achtstegroepers, moet lachen als ze het vertelt. Ze snapt haar leerlingen wel. De WK-koorts gaat al weken rond. „Ook veel meisjes zitten op voetbal”, zegt ze. „Iedereen is ermee bezig.” Ze wijst naar de oranje vlaggetjes aan het plafond van verschillende lokalen.
En in het gymlokaal hangt een WK-poule, waarin leerlingen voorspellen wie welke wedstrijd wint. Gymleraar Mick van de Wijgerd zegt dat het voetbal al begint zodra de kinderen ’s ochtends binnenkomen. „Vanaf groep 5 hebben ze het er allemaal over.”
Maar opblijven heeft gevolgen, ziet Verkuil. Anderhalve week geleden speelde Nederland tegen Japan, op zondagavond om tien uur. De volgende dag zaten volgens haar veel vermoeide kinderen in de klas. „Ze hingen over hun tafels, reageerden traag en schrokken wakker als ik iets vroeg”, vertelt ze. „Bij een wedstrijd die midden in de nacht begint, is dat natuurlijk nog veel erger.”
Een vriendje van mijn zoon moest eerst slapen en werd dan gewekt voor de wedstrijd. Dat ga ik niet doen
Op het schoolplein blijkt de grens door veel ouders al getrokken. Voetbal kijken mag – maar niet om één uur ’s nachts. Chantal Janssen, moeder van de twaalfjarige achtstegroeper Sammy-Jo, staat bij de schoolingang. Haar dochter mocht de eerste helft van de wedstrijd tegen Japan kijken. „Ze vond de sfeer zo leuk en wilde graag opblijven”, zegt Janssen. „Maar de volgende dag was ze niet te genieten.” Toen Janssen haar dochter vroeg of ze door het slaaptekort een rotdag had, gaf die dat zelf ook toe. „Dus dat gaan we niet meer doen”, zegt Janssen. „No way.”
In de ouderapp ging het nog even „los” toen duidelijk werd dat groep 8 vrijdag pas om half tien op school hoeft te zijn, zegt ze. Maar een groot debat over de vraag of kinderen voor de nachtwedstrijd mogen opblijven, kwam er volgens Janssen niet. Kennelijk was die beslissing
in de meeste huizen al genomen. „De meeste kinderen zullen het uiteindelijk wel in de ochtend kijken.”
‘Het is gewoon te laat’
Ook Wouter Beetsma, vader van dochters van negen en dertien, vindt één uur ’s nachts te laat. Wedstrijden die om zeven uur beginnen, kijken de kinderen wel. Ook als Nederland de finale haalt, wil hij wel een uitzondering maken. Maar voor Tunesië wordt thuis niemand gewekt. Dan kijken ze de volgende dag maar de samenvatting. Veel discussie levert dat niet op, zegt Beetsma. „Mijn kinderen houden eigenlijk alleen van vrouwenvoetbal.”
Lena Steinborn, moeder van kinderen van twaalf en negen, trekt de grens ruim vóór één uur ’s nachts: na negen uur moet de televisie uit, ook al zou haar oudste zoon graag kijken. „Ik hoorde dat een vriendje uit z’n voetbalteam eerst mocht slapen en daarna wakker werd gemaakt voor de wedstrijd. Dat ga ik niet doen. Het is gewoon te laat. Ook voor mezelf.”
Als Noah (8) wakker wordt, pakt hij de telefoon van z’n vader en zoekt de uitslag op. Wie heeft gewonnen? Wat was de score?
De elfjarige Mohammed uit groep 7 wil de wedstrijd tegen Tunesië zien, maar vader Rashid Zahafi is duidelijk: dat gaat niet gebeuren. Een eerdere wedstrijd mocht Mohammed gedeeltelijk kijken, daarna moest hij naar bed. Vervelend? Mohammed schudt z’n hoofd. „Dat hoort er gewoon bij.”
Noah, acht jaar, uit groep 5, kijkt ook niet naar nachtwedstrijden. Als hij wakker wordt, pakt hij de telefoon van zijn vader, opent Google en zoekt de uitslag op. Wie heeft gewonnen? Wat was de score? Zo blijft hij toch op de hoogte. Brazilië-Marokko vond hij tot nu toe de spannendste wedstrijd. Voor wie hij was, weet hij niet precies. „Het maakte mij niet zoveel uit”, zegt hij. „Ik ben een neutrale kijker.”
Zijn klasgenoot Mats, negen jaar, heeft evenmin behoefte aan een wedstrijd midden in de nacht. „Daar heb ik geen zin in,” zegt hij. „Maar Nederland-Zweden vond ik wel heel leuk.” Zijn moeder Pui Wu knikt. Dat was thuis al druk genoeg, lacht ze. „De televisie vloog bijna door de kamer. Dat kan ook niet om één uur ’s nachts.”
Lees ook
Van zwart naar wit naar kauwgumroze: hoe de voetbalschoen van kleur verschoot


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/25144644/250626OPI_2034745168_stoel.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/25175837/250626BIN_2034768565_-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/25185721/250626VER_2034769358_scholen.jpg)


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/c3f9335-Sudoku_itemafbeelding.png)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/24124508/web-2-hittegids-banner-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/24081415/240626VER_2034708610_kindderrechten.jpg)
English (US) ·