Komende maandag Koningsdag. Komt u ook naar Amsterdam? Wat zegt u? Já? Weet u het wel zeker? Mag ik u even aan het twijfelen brengen?
Om te beginnen: in Amsterdam houden we ons hart vast, burgemeester Femke Halsema voorop. In het gemeentelijke krantje constateert zij dat „de viering de afgelopen jaren steeds meer is uitgegroeid tot een feest dat niet altijd veilig, feestelijk en Amsterdam meer is”. De oorzaak? „Toenemende drukte (met name) in de binnenstad, overmatig alcohol- en middelengebruik onder bepaalde bezoekers en incidenten.” De gemeente heeft daarom voor een andere aanpak gekozen. „Bezoekers aan onze stad blijven welkom”, aldus de burgemeester, „maar in mindere mate.”
Femke Halsema
streeft naar een
rustiger Koningsdag
Anders gezegd: wie de beest wil komen uithangen, moet dat maar in zijn eigen gemeente doen. Amsterdam heeft er tabak van. Op dezelfde pagina in hetzelfde krantje wordt onomwonden gesteld: „De boodschap is: ‘Kom niet naar Amsterdam’.”
Ook als niet-rasechte Amsterdammer kan ik het hiermee alleen maar van harte eens zijn. De gemeente had al veel eerder voor zo’n andere aanpak moeten kiezen. Toen ik zo’n kwart eeuw geleden in Amsterdam kwam wonen, was het al druk genoeg op Koningsdag. Op de Prinsengracht en de Westerstraat kon je over de feestende hoofden lopen, maar het bleef allemaal nog net feestelijk. Ik herinner me leuke, pittige bandjes en dansende mensen op de straathoeken.
De laatste jaren was het alsof Het Grote Zuipen steeds vroeger begon en steeds later eindigde. Cafébazen begonnen te klagen over agressie en lawaai van gedrogeerde feestgangers, sommigen besloten voortaan op Koningsdag te sluiten. De lol was eraf. Koningsdag in Amsterdam was een soort uit de hand gelopen carnaval geworden.
Hoe wil de gemeente dit jaar de overlast beperken? Ook de Amsterdammers zelf wordt aangeraden in hun eigen stadsdeel te blijven. Er komen in de Jordaan extra hosts en telcamera’s, illegale alcoholverkoop wordt strenger gecontroleerd en ook de vaarregels worden verscherpt.
Zal het helpen? Ik ben daar wat minder optimistisch over dan de ambtenaren die al deze nieuwe regels hebben bedacht. De Nederlander laat zich niet zo gemakkelijk zijn feestjes afpakken.
We kunnen het op de dag zelf misschien meteen afmeten aan het aantal wildplassers. Dat heb ik in de loop der jaren drastisch zien toenemen. Het indringendste tafereel ontstond vorig jaar toen drie vrouwen gezusterlijk zij aan zij naast elkaar neerhurkten langs een gracht, terwijl ze hun door God gegeven water aan de schepper teruggaven. Je hoorde ze denken: waarom die kerels wel en wij niet? Daar zat iets in.
Ik moest weer aan hen denken toen ik onlangs in Trouw een lofzang op het vrouwelijke wildplassen las van een vrouw, Laura Gremmee, die zich deze gewoonte in de Zweedse bossen had aangeleerd. „Ik weet nog hoe de eerste keer wildplassen voelde. Ik was onnodig diep de bossen ingelopen en hurkte zo ver ik maar kon. En toen liet ik het gewoon gaan. Het voelde zo vrij. Zo onafhankelijk.”
Toch vermoed ik dat Femke Halsema niet zal aanraden om hiervoor wél naar Amsterdam te komen, laat staan dat ze zelf zal voorgaan in dit nieuwe, emancipatorisch getinte streven.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23164713/web-230426CUL_2033241311_samuel-HP.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23105507/230426WET_2033133736_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/22125931/230426BIN_2033030239_kdag1.jpg)





English (US) ·