Kosta Poltavets, de man achter Jutta Leerdam: ‘Wat Jutta en ik hebben gedaan, valt niet te kopiëren’

15 uren geleden 1

Toen Jutta Leerdam op 9 februari van dit jaar goud had gewonnen op de olympische 1.000 meter, reed ze linea recta naar een tengere, kale man in een oranje jas die met zijn handen omhoog op het ijs stond. Haar coach: Kosta Poltavets, 64 jaar, geboren in Charkiv (Oekraïne).

Buiten de schaatswereld is Poltavets onbekend. Anders dan zijn pupil Leerdam (6,5 miljoen volgers op Instagram) mijdt hij graag de schijnwerpers. Hij is van nature introvert en bezeten van zijn werk. Maar zonder deze man had Leerdam haar olympische droom vermoedelijk nooit gerealiseerd.

Twee jaar geleden begonnen ze met z’n tweeën aan een gewaagd avontuur: een eenpersoonsploeg, volledig gebouwd rondom Leerdam, buiten de traditionele schaatsteams om. Lang leek het onzeker of het experiment zou slagen. Maar op die februari-avond in Milaan kwam alles samen, in een verbluffende race. Een paar dagen later zou Leerdam ook nog een zilveren medaille winnen op de 500 meter.

Kosta Poltavets geeft zelden interviews – de afgelopen twee jaar hield hij de boot consequent af. Nu wil hij één keer zijn verhaal doen over de succesvolle samenwerking met Leerdam. En over méér, want hoe hij als trainer werkt, zegt hij, valt niet los te zien van zijn persoonlijke levensgeschiedenis.

Hij groeide op in de Sovjet-Unie, waar hij als schaatser en triatleet tevergeefs probeerde de top te bereiken. In de jaren negentig kwam hij als asielzoeker naar Nederland. Daar bouwde hij – na een aantal moeilijke jaren – een nieuw bestaan op als schaatscoach. Aan zijn jeugd onder de Sovjet-dictatuur, vertelt Poltavets in het Van der Valk-hotel in zijn woonplaats Wolvega, hield hij een levenslange drang over naar kennis vergaren en grenzen verleggen. „Ik wil vrij kunnen denken.”

Project-Milaan

Toen Leerdam en Poltavets begonnen aan ‘project-Milaan’, waren ze geen onbekenden van elkaar. Ze hadden eerder samengewerkt in de Worldstream-ploeg van  Leerdam en haar toenmalige vriend, schaatser Koen Verweij. Toen dat team in 2022 ophield te bestaan, wegens gebrek aan geld en sponsoren, wilde hij eigenlijk stoppen als coach. „Ik dacht: ik heb mijn bijdrage aan het internationale schaatsen geleverd.”

In 2024 vertrok Jutta Leerdam onverwachts bij haar nieuwe ploeg Jumbo. Ze besloot solo verder te gaan en vroeg Poltavets om haar trainer te worden. Die hoefde niet lang na te denken vertelt hij. Hij wist hoe goed Leerdam was („schaatstechnisch hoogbegaafd”) en twijfelde er niet aan dat ze olympisch kampioen zou kunnen worden. En hij houdt van risico’s nemen, van grensverleggend denken. Zijn gedachten gingen terug naar zijn jonge jaren in de Sovjet-Unie, toen hij aan alpinisme deed. Hij beklom de Elbroes in de Kaukasus, de Leninpiek in Tadzjikistan, en andere zevenduizenders. „Dit project met Jutta was ook pionieren. Samen tegen de stroom in.”

Ze vormden een klein clubje, met een fysiotherapeut, een materiaalman en – in het tweede jaar – de schaatsers Kai Verbij en Ted Dalrymple als trainingspartners. Poltavets vroeg een oud-marechaussee en persoonsbeveiliger om met Leerdam te sparren over hoe ze tot een optimale concentratie kon komen. De trainer en zijn schaatser vonden elkaar in hun perfectionisme en liefde voor details. „Soms ging ik daar te ver in en moest Jutta mij afremmen. En soms moest ik háár afremmen.”

Jutta Leerdam en Kosta Poltavest op een training voorafgaand aan de Spelen in Milaan.

Foto Sem van der Wal/ANP

Zo werd er eindeloos gesleuteld aan de schaatsen van Leerdam. Een nieuwe schoen, terug naar de oude schoen, een extra laagje leer, knutselen aan het carbon onder de zool. Zeker zes verschillende ijzers versleet ze in de twee seizoenen voorafgaand aan de Winterspelen. Op de buitenwereld komt dat wellicht obsessief over, zegt Poltavets, voor Leerdam en hem was het vanzelfsprekend. „Je kunt de beste techniek van de wereld hebben, als je materiaal niet in orde is, wordt het niets.” Een 1.000 meter schaatsen, zegt hij, „is als iemand een turnoefening laten doen op het dak van een auto die zestig kilometer per uur rijdt.”

Poltavets en Leerdam spraken af dat ze volledig open zouden zijn tegenover elkaar – én dat alles binnenskamers zou blijven. Als de een ontevreden was over de ander, werd dat meteen gezegd. „Dat leidde regelmatig tot discussies. Het kon knetteren. Maar uiteindelijk werden we er allebei beter van, omdat alles vertrouwelijk bleef.”

Leerdam en hij, zegt Poltavets, zijn allebei „hoogsensitieve personen”. Na verloop van tijd was er zoveel wederzijds vertrouwen dat ze geen woorden meer nodig hadden. „Met één gebaartje of hoofdknik langs het ijs kon ik dingen veranderen in haar slag. Ze kon het aan mijn lichaamshouding zien als ik ontevreden was. En ik kon in haar bewegingspatroon en in haar ogen zien als ze ergens over twijfelde.”

Het kon knetteren. Maar uiteindelijk werden we er allebei beter van, omdat alles vertrouwelijk bleef

Hoe ging u om met Leerdams tripjes naar haar verloofde, influencer Jake Paul, in Puerto Rico? Als trainer zit je niet te wachten op een druk privéleven met veel reizen en jetlags, uitgebreid gedocumenteerd op sociale media, toch?

„Ik heb een onorthodoxe kijk op zoiets als trainingsdiscipline. De grote schaatsploegen willen dat je zo weinig mogelijk doet buiten de trainingen, ze remmen zelfontplooiing af. Maar ik zeg altijd: een goede sporter is een blije sporter. Dus ben ik gaan kijken: hoe kunnen we Jutta’s privémomenten met Jake inpassen in haar trainingsprogramma, zodat ze haar juist een boost geven? Ik voegde er als het ware emotionele momenten aan toe.”

Merkte u dat ze met hernieuwde energie terugkwam uit Puerto Rico?

„Ja, zeker. In ons eerste seizoen wilde ze twee dagen naar New York, voor de geboorte van Jakes neefje. Dat hebben we gedaan. Ze vloog naar New York, landde de volgende dag weer op Schiphol, kwam onmiddellijk naar Thialf en ging het ijs op. Het had geen impact op haar lichamelijke gesteldheid.”

De weg naar de Winterspelen verliep voor Leerdam verre van vlekkeloos. In het pre-olympische seizoen presteerde ze wisselvallig. Tijdens het Olympisch Kwalificatietoernooi, eind vorig jaar, kwam ze ten val op de 1.000 meter, háár afstand, waardoor ze schaatsbond KNSB moest vragen om een aanwijsplek.

Op de avond van 9 februari volgde in het tijdelijke ijsstadion in Milaan het moment van de waarheid. In de voorlaatste rit van de 1.000 meter reed Leerdams rivale Femke Kok een onwaarschijnlijk snelle tijd. Toch twijfelde Poltavets op het middenterrein geen moment dat Leerdam in de laatste rit nóg harder zou kunnen. „Jutta stond al klaar op de baan, ik zat nog op het bankje voor de coaches. De buitenwereld zag het niet, maar er vond non-verbale communicatie plaats tussen ons. Aan mijn lichaamshouding zag ze: dit gaat lukken.”

Lees ook

Leerdam rijdt met ‘kunstwerk’ van een rit naar het goud waar ze jaren naartoe werkte

Jutta Leerdam nadat ze de gouden tijd heeft geschaatst op de 1.000 meter in Milaan.

En het lukte. Geconcentreerd en met krachtige slagen dook Leerdam onder de tijd van Kok. Het doel waar Poltavets en zij naartoe hadden gewerkt, was bereikt. „Een kunstwerk”, zo bestempelde de trainer haar rit na afloop. „Ik stond daar op de kruising en genoot van de overwinning en de esthetiek van een bijna-perfecte race.” Hij voelde zich die avond, zegt Poltavets, zoals hij zich niet vaak heeft gevoeld. „Het vertoonde grote overeenkomsten met een spirituele ervaring. En ik vermoed dat Jutta het ook als zodanig heeft beleefd.”

‘Alles was verboden’

Als er één rode draad door zijn carrière loopt, zegt Poltavets, dan is dat de drang om vrij te denken. Dat valt terug te voeren op de eerste dertig jaar van zijn leven, in de Sovjet-Unie, waar Oekraïne toen deel van uitmaakte. Hij groeide op als zoon van een Joodse moeder, in een familie van intellectuelen: zijn opa was hoogleraar economie. Oekraïens nationaal bewustzijn speelde in zijn opvoeding een grote rol. „Mijn vader bracht mij de hele Oekraïense geschiedenis bij.”

Zijn jaren in de Sovjet-Unie ervoer hij „als een lijdensweg”, zegt hij. „Ik werd beknot in mijn vrijheid. Alles was verboden. Spijkerbroeken. Muziek van The Beatles, Pink Floyd, Queen. De boeken van de beste filosofen.” Hij wist aan verboden kopieën te komen van het werk van Nietzsche, Schopenhauer en Sartre. „Die las ik in het geheim met vrienden, thuis aan de keukentafel. Als je vrijheid onderdrukt, blijven mensen het juist nastreven.”

Zelf was Poltavets een talentvol schaatser en triatleet, maar zijn sportcarrière werd naar eigen zeggen gefrustreerd door de Sovjet-autoriteiten. Hoe en waarom, dat is „een lange geschiedenis” waar hij „niet te veel meer op wil terugkijken”. Wat hij er wel over kan zeggen: het had te maken met zijn Joodse achtergrond. „Toen ik hogerop kwam, merkte ik dat ik beperkt werd.” Eén voorbeeld: de Ironman in Kona op Hawaï, het jaarlijkse WK triatlon. „Drie keer heb ik me daarvoor gekwalificeerd. Drie keer lieten de autoriteiten me niet naar Hawaï gaan.”

In 1994 besloten Poltavets en zijn toenmalige vrouw te vluchten uit Oekraïne, vanwege het oplaaiende antisemitisme na de val van de Sovjet-Unie. Anders dan veel vrienden en familieleden gingen ze niet naar Israël. Ze kozen voor Nederland. „Ik kende hier een aantal triatleten en dacht: dit is het land waar ik de vrijheid krijg om me te ontwikkelen.” In zijn toekomstplannen speelde sport een belangrijke rol: tussen de weinige spullen die zijn vrouw en hij meenamen, zat een houten stok die door zijn oma werd gebruikt om pannenkoeken te rollen. „Die gebruikte ik voor voetmassage, na een training op een koude natuurijsbaan.”

De eerste jaren woonden Poltavets en zijn echtgenote in een asielzoekerscentrum in Geleen. Ze kregen een dochter, hij liep marathons. „Op een dag wandelde ik langs de ijsbaan in Geleen. Ik raakte in gesprek met mensen op de baan en vertelde dat ik schaatscoach was geweest in Oekraïne. Toen vroegen ze: wil je hier kinderen begeleiden op de baan? Ze kochten schaatsen voor me.”

Kosta Poltavets: „Als je vrijheid onderdrukt, blijven mensen het juist nastreven.”

Foto Sake Elzinga

Poltavets kreeg een verblijfsstatus en verhuisde van het zuidelijke Geleen naar Heerenveen in Friesland, waar zijn vrouw – professioneel trampolinespringster – een baan kreeg als turncoach. „Toen kwamen er mensen aan de deur die gehoord hadden dat ik schaatscoach was. Of ik in Thialf wilde komen werken. Al gauw stond ik tien uur per dag op het ijs. Met kinderen, huisvrouwen, bejaarden, selectieteams. Ik deed alles.”

Vanaf eind jaren negentig werkte Poltavets – inmiddels Nederlander – bij verschillende commerciële schaatsploegen, met kampioenen als Ids Postma, Jan Bos, Ireen Wüst en Sven Kramer. Als coach stond hij bekend om zijn gedrevenheid en wetenschappelijke benadering – destijds geen gemeengoed in de schaatswereld. Sommige rijders hadden moeite met zijn gedetailleerde uiteenzettingen, maar waar Poltavets unaniem om gewaardeerd werd: hij lúisterde naar zijn sporters. Bij de DSB-ploeg, waar hij vier jaar onder contract stond, werd zelfs bewonderend gesproken over ‘het Kosta-klimaat’.

Nederland, zegt Poltavets, heeft hem „in staat gesteld te worden wie ik ben”. Hoewel hij het vrije klimaat van midden jaren negentig tegenwoordig wel eens mist („Het land is zakelijker geworden”), is hij nog altijd „dankbaar en blij” dat hij hierheen is gekomen. „De nuchtere kijk op het leven, de boerenslimheid, de drang om vrij te denken – dat is nog steeds kenmerkend voor Nederlanders. Van de Friezen – ik woon hier nu al bijna twintig jaar – heb ik de directheid overgenomen.”

Het schijnt dat u de gewoonte heeft om Oekraïense en Russische spreekwoorden in het Nederlands te vertalen.

„Grappig genoeg kun je veel uitdrukkingen uit het Russisch of Oekraïens in het Nederlands vertalen zonder dat de betekenis verloren gaat. Bijvoorbeeld: de eerste pannenkoek mislukt altijd. Die gebruik ik voor: de eerste wedstrijd van het seizoen is altijd slecht.”

Van 2010 tot 2020 was u bondscoach van Rusland, dat in 2022 uw geboorteland zou aanvallen. Hoe kijkt u in dat licht terug op die tien jaar?

„Ik heb daar sportieve grenzen kunnen verleggen en mijn ploeg kunnen afschermen van het institutionele dopingprogramma. Terugkijkend voelt het wel ongemakkelijk dat ik het systeem heb gediend dat nu oorlog voert tegen mijn land, maar aan het verleden kan ik niets meer veranderen. Wat ik kan doen, is Oekraïne nu helpen.”

Na de Russische inval, vertelt Poltavets, was zijn eerste gedachte: ik moet erheen, vechten. Hij beschikt over militaire ervaring: in jaren tachtig diende hij als dienstplichtig officier in een speciale eenheid van het Sovjet-leger. „Ik wilde m’n rugzak pakken en me aanmelden om m’n land te verdedigen. Veel vrienden uit Oekraïne deden dat ook.” Uiteindelijk overtuigde Evgeniy Levchenko, de Oekraïens-Nederlandse voorzitter van voetballersvakbond VVCS en een goede vriend, hem ervan in Nederland te blijven.

„Evgeniy zei: kalm aan, je bent meer van waarde als je hier blijft. Hij had gelijk. Ik onderhoud contact met de Oekraïense schaatsbond, adviseer een jong schaatstalent dat nu in Duitsland woont, verzorg transporten van sportmaterialen naar Oekraïne: schaatsen, voetbalschoenen, skeelerwieltjes. De wapens hanteren kan iemand anders ook, dit kan alleen ik.”

Nog een reden om in Nederland te blijven: na de inval hielp Poltavets om de vrouw en twee dochters van zijn halfbroer Dmitro vanuit Charkiv naar Nederland te halen. „Ze wonen hier vlakbij, op de mini-camping in Oldeholtwolde. Dmitro werkt als politieagent en kan niet weg uit Oekraïne. Dus voel ik me ook verantwoordelijk voor hen.”

Kent u veel mensen die gesneuveld zijn?

„Ja.” Diepe zucht. „Ik heb in drie jaar tijd twaalf goede vrienden verloren. De laatste was anderhalf jaar geleden. Een zoon van goede vrienden, die ik vanaf zijn geboorte heb gekend. Hij was 42 jaar, diende al tien jaar in de Donbas. Een beroepsmilitair tot in zijn vezels, maar niemand is verzekerd. Hij is gesneuveld in Zaporizja, bij de Russische aanval op de kerncentrale.”

Ik heb in drie jaar tijd twaalf goede vrienden verloren. De laatste was anderhalf jaar geleden

Poltavets is stil. „Als kind heb ik gehuild, maar toen ik dat nieuws hoorde, heb ik geschreeuwd. Het was ook een soort laatste druppel voor mezelf. Ik dacht: ik moet een beetje dimmen, mezelf afschermen voor al dat oorlogsnieuws. Natuurlijk is die oorlog nog steeds pijnlijk en gevoelig, iedere dag. Ik wil ook geen excuses zoeken, zo van: ik kan er toch niets tegen doen. Maar sindsdien probeer ik me wel een beetje af te sluiten. Als ik met Jutta werk, kom ik in een soort flow. Ik ben volledig in het hier en nu en denk niet aan andere zaken – ook niet heel eventjes.”

Nieuwe generatie coaches

Poltavets kijkt terug op de afgelopen twee jaar als een volstrekt uniek proces, zegt hij – iets wat zich alleen kon voltrekken tussen hem en Leerdam. „Wat Jutta en ik hebben gedaan, valt niet te kopiëren.”

Hoe zijn toekomst eruit gaat zien, weet hij nog niet precies. Formeel zit de samenwerking met Leerdam er op. Ze hebben nog app-contact en er was een afsluitend etentje met het team. Maar drie maanden na de triomf in Milaan – alle andere schaatsers zijn alweer serieus aan het trainen voor volgend seizoen – weet niemand nog watLeerdams plannen zijn voor de toekomst. Ook Poltavets niet. „Dat is haar beslissing. We hebben afgesproken dat we contact houden.”

Bij een commerciële Nederlandse schaatsploeg ziet hij zichzelf in ieder geval niet meer werken („die zijn niet innovatief genoeg”), met pensioen wil hij ook zeker nog niet. Misschien, zegt hij, gaat hij zich wel toeleggen op andere sporten. Zoals shorttrack, of zijn oude liefde triatlon. Hij hoopt ook dat hij iets kan betekenen voor een nieuwe generatie coaches. „Zodat we niet die dertig jaar kwijtraken die ik in het schaatsen heb gestoken.”

Wat sowieso op de agenda staat: de Ironman op Hawaï. Volgend jaar oktober wil hij daar eindelijk aan meedoen, 35 jaar nadat de Sovjets hem verhinderden te gaan. Hij is dan 65. „Ik moet de cirkel rondmaken. Als ik me kwalificeer, krijgen Jutta en Jake zeker een uitnodiging om te komen kijken.”

Misschien kunnen ze dan een filmpje van u plaatsen op Instagram?

„Een filmpje interesseert me niet. Het is míjn belevenis. Mijn leven is een boek waard, maar dat zal er nooit komen. De verhalen houd ik voor mezelf.”

Lees het hele artikel