Ochtendmensen krijgen dagelijks wat tijd cadeau. Voordat ze aan hun werkdag beginnen, tikken ze even een romanhoofdstuk, leren een vreemde taal of rennen een halve marathon. De vroege vogels die ik ken zijn zo lyrisch over het ochtendkrieken – „vóór negenen doe ik al meer dan vroeger op een hele werkdag!”, „de wereld is dan nog helemaal van jóú!” – dat ik, verstokt avondmens, nieuwsgierig werd en het experiment aanging.
Dat begint op woensdag 4 maart. In de logeerkamer, waar ik niemand stoor, gaat mijn wekker om half zes. Meteen bij het openen van de gordijnen lacht een vrijwel volle maan mij toe. Op straat zijn alle ramen nog donker. Onderweg naar het strand merk ik wat de slapers allemaal missen: een zuivere hemel, fluitende vogels en verlaten wegen. Je kunt twaalf jaar op slenterafstand van de Noordzee wonen, en toch nooit eerder het maanlicht op het inktdonkere water hebben zien drijven. Spookachtig, haast onnatuurlijk kalm ligt het daar te glimmen. Een voorstelling alleen voor de ingewijden, tot wie ik vandaag ook even behoor, samen met mijn buurtgenoot Maarten. Hij springt al vijf jaar lang meerdere keren per week bij het ochtendgloren de zee in, hier tussen Scheveningen en Kijkduin.
Voor een echte harde reset van mijn bioritme, zo had ik bedacht, moest ik maar eens mee met de North Sea Vikings, een groep ontstaan uit de Haagsche Rugby Club. Ieder weekend, weer of geen weer, trotseren zij de ijskoude zee bij Scheveningen. Ze hebben net hun jaarlijkse Ice Ice Baby Challenge achter de rug: 28 ochtenden achter elkaar, zes uur ’s ochtends, drie minuten erin, als inzamelingsactie voor een goed doel. Dat gebeurt altijd in januari en februari, dus nu, met een buitentemperatuur van acht graden en een zee van twee graadjes minder, is het kinderspel.
Ter voorbereiding neemt Maarten (hij wil alleen met zijn voornaam in NRC, „de Vikings hebben geen achternaam”, zijn naam is bij de redactie bekend) me mee voor een privédoop. De avond ervoor heb ik braaf mijn rugzakje gevuld aan de hand van het lijstje dat hij stuurde. Handdoek. Slippers. Matje. Handschoenen. Muts. Thermosflesje warm water voor handen en voeten.
„Zelf rende ik er de eerste keer na twintig seconden gillend uit”, bekent Maarten. „Dat was in coronatijd, toen de Vikings begonnen met hun eerste challenge. Als iemand me toen gezegd had dat ik dit vijf jaar later bijna dagelijks zou doen, had ik ze voor gek verklaard.”
Gods lachende engelen
Tijdens het uitkleden begin ik mezelf ook voor gek te verklaren. Zelfs hartje zomer ben ik degene die het liefst aan de waterkant blijft. Ik heb niet eens een zwemdiploma. Toch wil ik dit doen. Omdat ik nieuwsgierig ben geworden naar die befaamde biochemische roes die alle cold plungers online bejubelen. Het meest extatisch is zanger Nick Cave. In het meer de Serpentine in Londen ontdekte hij dat het in ijzig water domweg niet langer mogelijk was om te rouwen. De koude schok ‘herschikte’ zijn brein: ‘Gedragen op de vleugels van Gods lachende engelen, in de greep van een enorme dopaminekick’ ervaarde hij een ‘huiveringwekkende vreugde’.
Op weg naar de branding sta ik even stil. De Duitsers hebben het woord ‘Warmduscher’ voor wat wij een ‘watje’ noemen. Misschien is dat waarom ik hier ben: wilskracht opbouwen. Koud plonzen begint ook onder de douche, had ik gelezen. Mijn puberkinderen blijken – ‘beïnfluenced’ via TikTok – hun douchebeurten al lang steenkoud af te sluiten. Een paar dagen voor mijn duik heb ik de thermostaatkraan ook naar uiterst blauw gedraaid. Vijf verstijfde tellen hield ik het vol. Naast de straal hijgde ik na, zette me schrap en stapte er opnieuw onder. Ik dwong mezelf in de pijn te blijven. Een halve minuut later was mijn lijf gevoelloos, verdoofd vlees. Ook Gods engelen hielden zich akelig stil.
Dat was allemaal niet erg bemoedigend voor deze zeedip, maar veel tijd om te treuzelen is er niet. Maarten is al verder vooruit gestapt, de rode windmolenlampjes tegemoet die aan de horizon fonkelen. Het gaat allemaal om ademhaling, legt hij uit, als mijn beenspieren verstijven in het ijzige water. Nooit geweten dat je denken ook zacht of luid kan zijn, maar met elke stap dieper in zee schuift iemand de volumeregeling hoger. Nee. Dit is waanzin. Gewoon volhouden. Mijn hart! Jij kunt dit! Hou vol!! Doe normaal!!!
„Als je jezelf echt een plezier wilt doen”, hoor ik Maarten hier nog bovenuit, „laat je je nu even zakken tot je nek. En rustig blijven ademen.” Zodra ik het doe, knalt het geluidsniveau in het rood. Mijn adem steigert, maar dan, op een lange uitademing, brokkelt er iets af. De alarmstemmen zijn niet zozeer gedempt, als wel ingestort. Twee, drie ademhalingen lang is er kalmte. Maarten is inmiddels aan het zingen. Iets Frans. Als de kou mijn botten in trekt, waden we terug naar het droge.
Drie minuten zijn we erin geweest. Achteraf gezien valt het best mee. De huiveringwekkende vreugde diende zich niet aan, maar ik blijf wel de hele dag in een opgewekte stemming. ’s Middags merk ik weliswaar een soort jetlag – moe maar alert, trek zonder te weten waarin – maar mijn humeur blijft onaantastbaar.
Karig eten en sober leven
Is koud dippen de ultieme mentale oppepper? De wetenschap is er gemengd over. Onderzoeken laten wel kortetermijneffecten zien: minder stress, iets betere slaap, maar overtuigend bewijs voor een langdurige verbetering van het immuunsysteem of de algehele mentale gesteldheid is er niet.
Bovendien is het nog maar de vraag waar die kortstondige opleving door komt. In mijn geval komt die waarschijnlijk ook door het simpele feit dat ik mijn koudwatervrees heb getrotseerd.
Is het dat kleine moment van overwinning waarom mensen dit soort uitdagingen aangaan? Ultra-marathons, ijsbaden, intermittent fasting, pelgrimstochen en aansluiten in de klimmersfile bij Mount Everest: het zijn razendsnel groeiende hypes.
Je zou denken dat het de menselijke natuur is om plezier en genot op te zoeken en pijn te ontwijken. Maar zo werkt het niet. Niet bij de dingen waar we gepassioneerd over zijn. Talen leren, kunstwerken maken: voor zo’n passie (het woord betekent oorspronkelijk ‘lijden’) sta je op voor dag en dauw. Maar wat is het hogere doel van je slaperige lijf in ijskoud zeewater dompelen bij zonsopkomst?
Nieuw is vrijwillig opgezochte ontbering allerminst. Tweeduizend jaar terug pleitte stoïcijn Seneca al voor hard challenges. In de zestiende brief van zijn Epistulae Morales adviseert de filosoof en staatsman zijn leerlingen om af en toe een paar dagen karig te eten en sober te leven. „Juist in tijden van zorgeloosheid moet de ziel zich harden voor momenten van grotere beproeving.”
Toch is er een wezenlijk verschil met nu. De stoïcijn wapent zich tegen mogelijke tegenslagen in de toekomst. De health-challenger wil het heden verbeteren, en intensiveren. Dat komt meer in de buurt van de spirituele stromingen en religies. De meeste hiervan kennen een rijke traditie van zelfkastijding. Vasten, blote voeten, spijkerbedden, doorwaakte nachten… meestal zijn dat zuiveringsrituelen die het lichaam met al zijn zwaktes en verlangens moeten beteugelen of straffen, zodat het geestelijke ruim baan krijgt.
De eigentijdse varianten lijken die logica radicaal te hebben omgedraaid. De fysieke uitdagingen moeten het lichaam juist dichter bij de vermeende oerstaat brengen. Het lichaam is niet langer een obstakel, maar het vehikel naar die hogere ervaring. De challenge is een seculiere ascese.
Maarten ervaart het vooral in een spiegelgladde ijskoude zee, zegt hij. Dan kan het soms gebeuren dat alles oplost. „Dan ben ik er alleen nog maar. Samensmeltend met het universum in de vorm van zee en kou. Een staat van er alleen maar zijn.”
De Amerikaanse gezondheidsjournalist Michael Easter komt in zijn bestseller The Comfort Crisis (2021) met een meer rationele verklaring voor de aantrekkingskracht van fysieke uitdagingen. Miljoenen jaren is onze soort blootgesteld aan ontberingen en daarom, zo stelt hij, zijn we ingesteld op het creëren van schuilplaatsen, fysieke veiligheid. Maar daar zijn we nu zó succesvol in geworden dat het ons juist is gaan schaden. Obesitas, stress en andere welvaartsziekten. Easter schrijft: „Auto’s, computers, televisie, airconditioning, smartphones, ultrabewerkt voedsel en meer worden door onze soort pas zo’n honderd jaar of minder gebruikt. Dat is ongeveer 0,03 procent van de tijd dat we op aarde rondlopen.”
Ik wil nog een keer
Zijn theorie klinkt aannemelijk: ons lichaam is geëvolueerd om ontberingen te doorstaan en heeft dus behoefte dat af en toe nog steeds te ervaren, alsof het zelf het beste weet waar het moet zijn. Zeker in een tijd waarin de wereld abstracter en complexer wordt, beleefd via platte schermpjes, snakt dat lijf naar intense zintuigelijke prikkels. Dat kan mijn gevoel verklaren na mijn eerste koude dip. De wetenschap is ambivalent, de huiveringwekkende vreugde bleef uit, en toch heb ik de dagen erna één sterk verlangen: ik wil nog een keer.
Dat mag zaterdagochtend. Het is mistig, lantaarnpalen hebben aureooltjes. De lucht voelt veel kouder. Rillerig stap ik op de fiets. We verzamelen bij het muurtje van het casino. Daarachter verdwijnt de Pier in de mist. Ook de zee is onzichtbaar. Vijf mannen en één vrouw, dat is de groep vandaag. Met hun zwarte North Sea Viking-mutsen op dalen ze het trappetje af. Ik drentel erachteraan. „Vooral als het vriest voelt dit als gladiatoren die de catacomben uit komen”, zegt Maarten. Pas op het strand blijkt hoe onstuimig de zee is. Schuimgolven, metershoog.
„Heb je er zin in?”, vraagt een van de Vikings als we in zwembroek de branding naderen. Mijn antwoord is een kleine verhandeling over gruglede. Dat onvertaalbare woord gebruikte een Noorse schaatster laatst voor ‘er zowel naar uitkijken als voor vrezen’.
Misschien is dat het. Die spanning in mijn buik na de wekker, bij het inpakken van mijn rugzakje (en ook ’s nachts, toen ik een paar keer wakker schrok, en me voor de honderdste keer de koude schok ging verbeelden): die kun je interpreteren als angst, maar evengoed als voorpret. En geldt hetzelfde niet voor de sensatie van de kou zelf?
Kou is een emotie, die kun je uitschakelen. Aldus de wapenkreet van gestaalde Wim Hof-adepten, maar misschien gaat het juist om het toelaten van alle fysieke reacties op die temperatuurschok. Dat tintelen van mijn voeten kún je ervaren als het snijden van duizenden ijsscherven, maar lijkt het ook niet wat op gloeien? Afhankelijk van de lichtinval. Dit heb ik me voorgenomen: rustig ademhalen, rustig wennen, en al die sensaties met volle aandacht ondergaan. Ben ik dan in staat tot zo’n mentale ommezwaai?
De zee besluit anders. Als ik er nog maar tot mijn heupen in sta, beukt een golf van twee meter me omver. Goed, in elk geval ben ik meteen door de eerste schok heen, begrijp ik, als ik het zoute water uithoest.
Ook dat is koudzwemmen. Leren omgaan met het onverwachte. Je overgeven aan de omstandigheden die elke ochtend anders zijn. En dat dan wel in een afgebakende, gecontroleerde situatie. Allemaal hebben we onze rugzakjes, onze thermoskannen met gemberthee die we straks na afloop op het terras van de nog gesloten strandtent zullen drinken. Velen gaat het ook om die gemeenschap. De groep is gevarieerd. Er is een kraanbouwer, een universitair docent, een Shell-medewerker enzovoorts.
Maarten: „Of je nu in een dure auto aankomt of op een brakke fiets, in het water valt dat weg en is iedereen gelijk.” Elke zaterdag en zondag praten ze na. Over kinderen, verbouwingen, scheidingen, ouders. Nu vormen de Vikings een kring in het water. We zingen. „O, o, Den Haag… mooie stad, achter de duinen!” Zes minuten blijven we erin. Weer valt het achteraf gezien mee. De vermoeidheid later op de dag zal nog wat sterker zijn. Als ik stiekem al de hoop had dat dit een geheime knop was waarmee je in een paar minuten je totale geest activeert, is die nu wel vervlogen. Dit is zo’n langetermijnding dat zijn zegeningen pas uitkeert na herhaling en volharding.
Dat geldt ook voor het veranderen in een ochtendmens. Een fanatieke Viking zal ik nooit worden, weet ik nu al. Maar af en toe, als de stad nog slaapt, zal de zee blijven lokken. Ik snak alweer naar die eerste klap kou, even vurig als ik ervoor huiver.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21191106/210326SPO_2032353947_MilaanSanremo04.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21155111/210326VER_2032472327_Orban.jpg)


/https://content.production.cdn.art19.com/images/07/d4/34/68/07d43468-8b48-4130-b809-fb75ef8b6ab6/5e18ab12d98ae7c2c58d68e7ae81cb151838534cb67121a718ab909d6856e42b09f7fdbba91732110ab564525de0941b02b8667823ed57831a6be87d903d1b8b.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19001957/ANP-329167167.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19074625/190326DAT_2031773251_fvd.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/17160806/180326CUL_2032365903_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/18224044/180326DEN_2032403576_D66.jpg)
English (US) ·