Kun je je als kunstenaar onttrekken aan het kunstsysteem? In Paulo Nazareths korte film Para que No Encuentren Mis Huellas en el Desierto (Zodat ze mijn voetstappen in de woestijn niet kunnen vinden, 2012) zit de kunstenaar, jawel, in de woestijn. Hij pielt aan zijn verweerde flipflops, en bindt met moeite een bosje kale, droge takken aan de achterkant. Dan loopt hij. En zien we: de takken wissen zijn sporen in het zand – kijk, Paulo Nazareth is hier nooit geweest.
„Weet je wat het is?”, zegt Nazareth (Brazilië, 1977) – we spreken elkaar per video, hij in het Braziliaanse Belo Horizonte, ik in Amsterdam, maar zijn scherm staat uit, waardoor hij, nou ja, onzichtbaar is – „als ik door Amerika reis, of dat nu Noord of Zuid is, de politie houdt me voortdurend aan. Omdat ik niet wit ben. Witte Amerikanen en Europeanen hebben daar weinig last van de politie, maar heeft je huid een kleur, dan moet je voortdurend op je hoede zijn. Zeker als ze, zoals bij mij, je afkomst niet kunnen thuisbrengen. Soms lijkt het wel of mijn uiterlijk tijdens mijn reizen elke dag verandert. In de Verenigde Staten ben ik vooral een potentieel gevaar, in Afrika of Azië vragen ze steeds: heb je drugs? Daar ben ik de narco man.” Hij lacht luid. „Ik heb al in héél veel van die onderzoekkamertjes van de politie gezeten. Dus ik verdwijn. Wis m’n sporen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/09124152/080626CUL_2032399043_nazareth4.jpg)
Paulo Nazareth, ‘Untitled’, uit de serie ‘Notíciás de América’, 2011.
Foto Paulo NazarethLopen, verdwijnen, buitenstaanderschap – het waren precies de redenen waarom ik Paulo Nazareth wilde spreken. De laatste tijd zie je steeds meer kunstenaars worstelen met de wetten en normen van de westerse kunstwereld. Soms voelen ze zich niet prettig bij het dwingende systeem van maken, tentoonstellen, verkopen. Soms komen ze uit een andere cultuur en beseffen ze dat ze met hun ideeën niet doordringen tot de westerse wereld. Of ze hebben genoeg van de complexe dubbele standaarden die deze wereld hanteert – moet je je wel of niet uitspreken tegen geweld, klimaatverandering, genocide? Moet je wel of niet gratis meewerken aan tentoonstellingen als musea dat vragen? Kun je je als kunstenaar nog onttrekken aan de wereld van geld, macht, politiek?
Kun je je als kunstenaar nog onttrekken aan de wereld van geld, macht, politiek?
Een paar weken voor ik Nazareth sprak, zag ik in de Kunsthalle Bern een bijzondere tentoonstelling van Edgar Calel, een Kaqchikel Maya-kunstenaar uit Guatemala. Calel had de zalen gevuld met grote bergen zout, waar minieme koperen sculpturen overheen kropen – eromheen hingen geborduurde doeken, soms abstract, soms van huiselijke taferelen. Prachtig werk was het, waarbij de tekstbordjes uitlegden dat Calels beelden terug te voeren zijn op de Maya-cultuur, op een concept als tz’ib (een vorm van inscriptie, of sporen achterlaten), dat Calel zijn werk meestal maakt in samenwerking met zijn familie, en dat het diep is geworteld in zijn agrarische afkomst. Alsof je als westerse toeschouwer een heel ander universum instapte, waar je opnieuw moest leren kijken en denken.
Het was geweldig.
En zowaar: Calel en Nazareth zijn vrienden, en artistiek zeer verwant. Alleen: waar Calels werk zich vooral presenteert als een alternatief denk- en kijk-systeem, doet Nazareth het anders. Hij lijkt eerder te streven naar een soort ‘maximaal buitenstaanderschap’ ten opzichte van de westerse kunstwereld – hij daagt die wereld uit naar hém toe te komen, in plaats van andersom. Daar moet die wereld moeite voor doen. En inderdaad: dat is wennen.

Paulo Nazareth, ‘Untitled’, uit de serie ‘Notíciás de América’, 2011.

Paulo Nazareth, ‘Untitled’, uit de serie ‘Notíciás de América’, 2011.
Nazareth werd geboren in Governador Valadares, een stad in het zuiden van Brazilië, en studeerde aan de academie van Minas Gerais. Zijn familie heeft onder andere wortels in Afrika, in de inheemse Braziliaanse bevolking (Krenak) en in Italië – wat Nazareth tot een geboren buitenstaander maakt, vanuit westers perspectief. Door die achtergrond begon hij zich, een jaar of twintig geleden, af te vragen waarom thema’s die in zijn wereld belangrijk zijn – armoede, migratie, de koloniale geschiedenis – in de westerse kunst zo weinig aandacht kregen, terwijl diezelfde kunst wel van dat verleden heeft geprofiteerd. Kon hij die geschiedenis wél tonen, maar dan ook zonder zijn eigen achtergrond te verloochenen?
De voettochten zou je performances kunnen noemen, ware het niet dat Nazareth ze niet aankondigt, en ze ook niet voor een publiek uitvoert
De oplossing bleek voor Nazareth al snel: ongrijpbaar blijven. Dat doet hij vooral door veel, heel veel te lopen. Lange voettochten. Daarbij stelt hij een heldere grens: om zijn positie tegenover de westerse kunstwereld af te bakenen heeft hij besloten dat hij pas voet op Europese bodem zet als hij éérst alle landen van Zuid- en Midden-Amerika én van Afrika heeft doorkruist. De voettochten zou je performances kunnen noemen, ware het niet dat Nazareth ze niet aankondigt, en ze ook niet voor een publiek uitvoert. Tegelijk is die permanente verplaatsing (hij noemt zichzelf ‘nomadisch kunstenaar’) zowel een symbool voor zijn eigen streven naar ongrijpbaarheid als een manier om zich te onttrekken aan de vastgeroeste kunstkaders. Maar ook, en misschien wel vooral, blijft hij zichzelf door die tochten ervan verzekeren dat hij in contact blijft met mensen op straat. De mensen, naar eigen zeggen, waar zijn werk over gaat.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/08103525/080626CUL_2032399043_paulo3.jpg)
‘Para venda’ (‘For Sale’) van Paula Nazareth was te zien op de Biënnale van Venetië in 2013.
Foto Piero Olios i/Polaris /ANPJe had het net over confrontaties met de politie tijdens je reizen. Zijn die de laatste jaren erger geworden?
„Jazeker – maar aan de andere kant: daar heeft iedereen die niet wit is dus last van. Kijk maar naar de Verenigde Staten, met ICE, naar de strengere grensbewaking… Voor mij zijn zulke beperkingen een gevolg van mijn artistieke keuzes. Tot voor kort kon ik heel comfortabel van Brazilië naar Miami vliegen, maar door te lopen zie ik het echte leven – het leven dat miljoenen mensen van kleur elke dag leiden. Pas tussen hen ben ik kunstenaar.” Hij lacht opnieuw. „Afgelopen november hebben ze trouwens mijn VS-visum ingetrokken.”
Dus daar kun je niet meer naartoe?
„Nee. Maar ook daarin ben ik dus bepaald niet de enige.”
Nazareth begon zijn carrière met uitdagende ‘performances’ op straat in Belo Horizonte en tijdens een artist residency in India. Hij liep rond met een stuk rauw vlees voor z’n gezicht, at in het openbaar een bak Afro-haar leeg en zat in New Delhi op straat, waar hij mensen een roepie beloofde als ze konden raden waar hij vandaan komt – zijn uiterlijk, zijn voor veel mensen ongrijpbare verschijning, speelt in die werken vrijwel altijd een rol.
Dit leidt in 2011 en 2012 tot zijn meest ambitieuze werk tot nu toe: Notícias de América waarvoor Nazareth op zijn verweerde flipflops, in ruim tien maanden, van Minas Gerais naar New York loopt. Een wandeling van vele duizenden kilometers, die hem door vijftien landen voert, zonder zijn voeten te wassen – dat doet hij pas als hij aankomt in Miami, zodat tijdens de tocht het stof en de aarde van de gepasseerde landen zich aan zijn voeten verzamelt. Tijdens het lopen maakt hij werk: vaak foto’s waarop hij plakkaten vasthoudt met teksten als ‘I am an American also’ of ‘My image of an exotic man for sale’, maar ook films als de eerder genoemde video in de woestijn waarin hij zijn sporen uitwist.
Hoogtepunt is een serie foto’s waarin Nazareth steeds ergens in het openbaar op straat ligt, zonder dat zijn hoofd is te zien – dat zit achter een paal, of ligt onder een stapel kleren. Het werk symboliseert perfect zijn ambities: Paulo Nazareth is iedereen en niemand tegelijk, maar ondertussen zit hij óók vast in zijn eigen lichaam, zijn eigen verschijning. „Mijn lichaam is voor mij als een boot”, zegt Nazareth. „Een vehikel, waar mensen steeds anders op reageren. Voor mij is de truc daarom om op die boot telkens een andere vlag te laten waaien. Soms een witte. Soms een piratenvlag.”
Ik zie mezelf als een criticus die het westerse kunstsysteem met zijn eigen geschiedenis van kolonialisme confronteert en vooral: laat zien dat de witte waarheid niet absoluut is
Deze zomer heeft Nazareth die vlag in Venetië geplaatst – of beter: dat heeft hij Fernanda Brenner laten doen, de Braziliaanse curator die zijn tentoonstellingen wel vaker uitvoert omdat Nazareth dus niet naar Europa reist. De tentoonstellingslocatie in Venetië is een perfect symbool van zijn positie: het prestigieuze Punta della Dogana, een voormalig douanegebouw (!) op de kop van het Canal Grande, dat Nazareth alle gelegenheid biedt om thema’s als migratie en kolonialisme aan te snijden. Door de hele tentoonstelling ligt een lange lijn van zout, die een soort afbakening lijkt, een drempel, maar die bij nadere beschouwing de vorm volgt van een oud vrachtschip – precies zo’n schip dat in de negentiende eeuw de tot slaaf gemaakten van Afrika naar het westen – en Venetië – vervoerde.
Ook ligt er een spiraal van schoenen, als symbool voor Nazareths eeuwige tocht. En ga je voor de tafel staan waarop Nazareths kleine, semi-knullig geknutselde bootjes staan uitgestald, dan zie je door het raam erachter de miljonairs-jachten door de Venetiaanse lagune varen – Nazareth is geweldig in het voortdurend leggen van nieuwe, prikkelende verbanden tussen tijden, landen, culturen. En dat is niet alles: terwijl Brenner de Venetië-tentoonstelling inrichtte, maakte Nazareth zelf een paralleltentoonstelling in het Braziliaanse plaatsje Veneza. De twee exposities openden op dezelfde dag, maar Nazareth was dus alleen bij de Braziliaanse editie aanwezig – om nog maar eens aan te geven hoe voor hem de verhoudingen liggen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/08102926/080626CUL_2032399043_paulo.jpg)
Deel van de toonstelling van Paulo Nazareth in de Punta della Dogana in Venetië, 2026. Op de vloer de spiraal van schoenen, symbool voor Nazareths eeuwige wandeltocht.
Foto Jacopo Salvi / Mendes Wood DM / Pinault CollectionIn Venetië zijn vooral sculpturen en foto’s te zien. Zijn die voor jou even belangrijk als je wandelingen?
Nazareth: „Ja, zeker. Zowel mijn wandelingen als mijn beelden gaan over verbinding, alleen spelen ze een verschillende rol. Een wandeling, een performance, is een tijdelijke ontmoeting: je hebt heel direct, soms heel intens contact met de ander, maar daarna ga je ieder je eigen weg. Een kunstobject kan de tijd te overbruggen – het kan een gesprek aangaan met de toeschouwer van nu, maar ook met die van morgen, of van honderd, tweehonderd, vijfhonderd jaar. Daarom maak ik naast performances altijd ook objecten. Want ik wil in gesprek met de tijd.”
Ontsnappen is belangrijk voor je, maar ondertussen omarmt de westerse kunstwereld je steeds enthousiaster. Je exposeert over de hele wereld, wordt vertegenwoordigd door grote galeries en je werk duikt zelfs op in een collectie als die van miljardair Pinault. Hoe verhoud je je tot een systeem waar je eigenlijk niet bij wilt horen?
„Ik besefte al heel vroeg dat het onmogelijk is om echt volledig aan het systeem te ontsnappen – want dan ben je echt onzichtbaar. Maar ik ben me wel goed bewust van mijn rol in dat systeem en van de manier waarop ik mijn grenzen wil stellen. Bij het maken van mijn beelden zie ik mezelf als een bakker. Ik zou kunnen zeggen: ik bak alleen voor mijn moeder, mijn vrienden, ik hou het brood binnen mijn eigen gemeenschap – wat natuurlijk prima is. Maar ik bedacht: als anderen mijn brood willen hebben, zonder dat ik het recept hoef te veranderen, dan is daar eigenlijk niks op tegen – dan eten ook mensen die ik niet ken mijn brood. Hopelijk brengt het licht in hun lichaam.”
Achter het zwarte scherm wordt het stil. Dan: „Als je me vraagt hoe ik me verhoud tot het systeem: het liefst zie ik mezelf als een nar, een joker, zoals je die ook hebt in de Tarot. Een buitenstaander, een criticus, die het westerse kunstsysteem met zijn eigen geschiedenis van kolonialisme confronteert en vooral: laat zien dat de witte waarheid niet absoluut is. Dat de wereld, de werkelijkheid blijft veranderen, dat macht verschuift, en die verschuiving kan zelfs witte mensen treffen.” Hij lacht. „Denk aan water. Water in een glas lijkt gewoon water. Maar datzelfde water kan ook in een plant zitten – dan helpt het de plant met groeien, vruchten dragen, bloemen krijgen – en toch is het nog steeds water. Dat wil ik met mijn werk. Het moet opgaan in de wereld, en zich tegelijk diep nestelen in je perceptie, waardoor je nieuwe verbanden, nieuwe mogelijkheden ziet die de wereld misschien wel beter maken. Dan kan ik zelf onzichtbaar blijven.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/13070039/ANP-560870009.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/13052934/ANP-560870624.jpg)
/https://content.production.cdn.art19.com/images/c9/6d/ae/72/c96dae72-c989-4b62-b691-b1b14b77fadd/a2bded4de3e822c76e95e1c46d50cd77d1a409bd307e044db57a502238b9e50b3f75125193a726d11d6b4f2117a5713cdd3287f908f06493e5f016bdd73d702d.jpeg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/05173047/100626BUI_2034249936_productennederzettingen04.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/10070654/100626CUL_2034349188_Zap.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/11204641/110626VER_2034414303_Openingsceremonie02.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/08145254/080626CUL_2032399043_liggend2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/11223223/110626VER_2034416399_MexicoZuidAfrika01.jpg)
English (US) ·