Landen in oliekartel OPEC moeten hun productie laag houden. Nu de Emiraten eruit zijn, gedraagt het staatsoliebedrijf zich ‘agressiever’

2 uren geleden 1

Het was eind april groot nieuws in de oliewereld: na zestig jaar verlieten de Verenigde Arabische de Emiraten de OPEC, de internationale samenwerking van olieproducerende landen. Door het vertrek is het land niet meer begrensd op het gebied van olieproductie en prijsstelling. Het land wilde ook niet toetreden tot OPEC+, een losser samenwerkingsverband waar ook Rusland aan deelneemt.

Deze zomer, enkele maanden na het vertrek uit OPEC, is er veel veranderd in de werkwijze van Adnoc, het staatsoliebedrijf van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Energie-experts zien hoe het bedrijf in razend tempo werkt aan een nieuwe toekomst. Deze augustus zien kenners uit de sector dat het staatsoliebedrijf zich „agressiever” gedraagt, aldus persbureau Reuters. De oliewereld kijkt met belangstelling mee.

Wat is dat agressieve gedrag? Adnoc (voluit: Abu Dhabi National Oil Company) verkoopt grote ladingen olie op de vrije markt aan handelshuizen waarmee het voorheen nooit zaken deed, en hanteert daarbij „ongekend flexibele” voorwaarden. Ook kondigde het staatsoliebedrijf van de Emiraten aan elf nieuwe grote gas- en olietankers te kopen (voor ruim een miljard euro), deed diverse miljardenovernames en het land produceerde in juni een recordhoeveelheid olie van meer dan 4 miljoen vaten per dag.

Hoewel de Straat van Hormuz sinds de Amerikaanse oorlog in Iran is afgesloten, blijven schepen van Adnoc (voluit: Abu Dhabi National Oil Company) met olie alsnog risocovolle doortochten door de zeestraat maken. Daarnaast verkoopt Adnoc grote ladingen olie op de vrije markt aan handelshuizen waarmee het voorheen nooit zaken deed, en hanteert het daarbij „ongekend flexibele” voorwaarden. Ook kondigde het staatsoliebedrijf van de Emiraten aan elf nieuwe grote gas- en olietankers te kopen (voor ruim een miljard euro), deed het diverse miljardenovernames en het land produceerde in juni een recordhoeveelheid olie van meer dan 4 miljoen vaten per dag.

De nieuwe toekomst van de Emiraten is gestoeld op het idee dat olie sneller uit de bodem moet, om zo meer geld te kunnen verdienen dan het land binnen de OPEC had gedaan. Adnoc is al een grote speler, dat zo’n twee tot drie keer zoveel olie produceert als bijvoorbeeld Shell, en wil verder groeien. Saudi Aramco – het bedrijf met grootste olieproductie ter wereld: 12 miljoen vaten per dag – zal het niet inhalen, maar Adnoc lijkt zijn buurland in de toekomst wel dichter te willen benaderen.

Ook signaleert Reuters dat Adnoc nog relatief vaak doortochten door de zeestraat waagt. Op 14 augustus werd een tanker van Adnoc, varend door de Straat van Hormuz met een Liberiaanse vlag, geraakt door een onbekend projectiel. Het is de derde keer binnen een paar dagen, en de negentiende keer in totaal dat een schip met olie of gas gelinkt aan Adnoc werd geraakt. De Emiraten halen uit naar Iran en noemen de aanvallen „piraterij”.

‘Saoedi-Arabië was altijd de baas’

Kenners zagen de frustratie van de Emiraten al jaren opborrelen. Binnen de OPEC – waar Saoedi-Arabië de lakens uitdeelt – mocht het land ruim 3,5 miljoen vaten per dag produceren. „Met de huidige productieniveaus en bewezen reserves van 100 miljard vaten, had het land ongeveer honderd jaar vooruit gekund onder de OPEC”, zegt Jilles van den Beukel, energie-expert bij denktank The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). „De Emiraten vreesden met veel olie achter te blijven als de energietransitie zich uiteindelijk zou doorzetten.”

„Saoedi-Arabië is altijd baas boven baas geweest met betrekking tot olieproductie”, zegt Lucia van Geuns, ook energie-expert bij HCSS. „Dat land heeft de grootste olievelden van de wereld. Maar jaren geleden heeft Sultan Al-Jaber, ceo van Adnoc, een push gegeven aan het productieniveau van Abu Dhabi.”

Sinds het begin van deze eeuw leidden investeringen tot een verdubbeling van de productiecapaciteit van de VAE. De hoop was dat door meer te kunnen produceren, de VAE een sterker argument hadden voor hogere quota onder de OPEC. Al-Jaber was in 2023 overigens ook de omstreden topman van de klimaattop in Dubai, waar werd afgesproken om „weg te bewegen van fossiele brandstoffen in energiesystemen” – iets wat hij zelf met Adnoc niet aan het doen is.

De Emiraten raakten steeds verder gefrustreerd over de strategie van OPEC, die met productiequotas de prijs van olie stabiel hoog proberen te houden. Ze uitten bijvoorbeeld kritiek op het feit dat de Amerikanen steeds meer marktaandeel wonnen – en in 2018 de grootste olieproducent ter wereld werden. „De Emiraten waren niet blij dat OPEC vooral voor prijs ging, minder voor marktaandeel”, zegt Van den Beukel.

Inmiddels investeert de olietak van Adnoc tientallen miljarden in groeiplannen. Het bedrijf zou de capaciteit binnen een paar jaar kunnen opvoeren tot 6 miljoen vaten per dag, aldus energieminister Suhail al-Mazrouei.

En het oliebedrijf krijgt vermoedelijk momenteel nog redelijk grote hoeveelheden olie en gas door door de Straat van Hormuz via de zogeheten ‘shuttle-techniek’. Oliebedrijven zoeken daarbij de samenwerking met reders die nog wel door de zeestraat durven varen, maar daarbij hun AIS-transponder uitschakelen. Daardoor zijn ze niet meer zichtbaar op de computerschermen van andere schepen en kustdiensten – dus óók minder goed vindbaar voor Iran. Voorbij de zeestraat wordt de olie weer overgepompt op tankers van reguliere rederijen.

Samenwerkingen

Adnoc is bovendien niet helemaal afhankelijk van de zeestraat; het heeft ook een pijplijn voor ruwe olie met een capaciteit van 1,5 miljoen vaten per dag, die over land naar Fujairah loopt (aan de oostkant van de Straat van Hormuz). Ernaast wordt een tweede pijpleiding aangelegd, en het onderzoekt de aanleg van een derde pijpleiding voor geraffineerde producten.

Niet alleen Adnoc zelf wil meer olie en gas winnen uit de Emiraten, ook andere oliebedrijven zijn welkom voor samenwerking – zoals BP en TotalEnergies. Volgens onderzoek van adviesbureau Wood Mackenzie steeg de hoeveelheid olie en gas die door internationale concerns in de Emiraten is geproduceerd tussen 2020 en 2025 met 34 procent. Buurland Saoedi-Arabië beperkte juist de samenwerking met internationale bedrijven bij het winnen van olie.

Nu de Emiraten uit de OPEC vertrokken zijn, is er volgens Financial Times nog meer enthousiasme voor samenwerkingen. „Internationale oliemaatschappijen vinden het niet fijn om gebonden te zijn aan quota, zoals met de OPEC”, zegt Van Geuns. De onderzoekers van Wood Mackenzie denken dat de internationale bedrijven hun olie- en gasproductie in de komende tien jaar met nog eens 25 procent verhogen.

De VAE zien zichzelf als een heel ander land dan Saoedi-Arabië, zegt Van den Beukel. „Ze hebben grote vliegtuigmaatschappijen, investeren in toerisme, zonneparken en petrochemie. Het is een land met meer actieve bedrijven, die meer durven. Ze zien de Saoedi’s als hun ingeslapen buurman, en zichzelf als actiever en meer streetwise.”

Miljardeninvesteringen

Niet alleen de olieproductie wordt opgevoerd in de Emiraten, hetzelfde geldt voor aardgas. Deze maand werd bekend dat Adnoc ruim 8 miljard dollar gaat investeren in het opvoeren van aardgaswinning in de Emiraten.

En dat zijn niet de enige miljardeninvesteringen die het bedrijf doet. Zo kocht het in augustus voor een miljard de Zuid-Afrikaanse pompstations van Shell. Een andere opvallende overname werd eind vorig jaar afgerond: Adnoc kocht de Duitse kunststofproducent Covestro (met ongeveer 800 medewerkers in Nederland) voor een prijskaartje van liefst 17 miljard dollar. Ook fuseerde Adnoc zijn petrochemische tak met de divisie voor grondstoffen van het Oostenrijkse OMV. Hieruit ontstond vorig jaar het nieuwe Borouge Group International, met een waarde van 60 miljard dollar. Borouge wil bijvoorbeeld een gigantische nieuwe plasticfabriek bouwen in de Chinese provincie Fujian.

Adnoc is niet de enige oliereus die miljarden investeert in plasticproductie. Dat is een sector waar de vraag naar olie naar verwachting zal blijven stijgen, ook als de groei elders in zou zakken, bijvoorbeeld door de opkomst van elektrische auto’s.

Meer olie, meer gas, meer plastic. Het roept de vraag op of klimaatverandering dan helemaal geen thema is bij Adnoc. „De meeste oliebedrijven gaan er niet vanuit dat de vraag snel naar beneden zal gaan”, zegt Van den Beukel. „Ze willen op de korte termijn verdienen aan olie en gas.”

Tegelijkertijd hebben de VAE zelf ook te lijden onder klimaatverandering. Zomers heeft het land last van temperaturen boven de 50 graden en meer droogte. Maar er moet niet worden onderschat dat oliestaten totaal andere werelden zijn, zegt Van den Beukel. „Ze zijn er al aan gewend overal airco’s te hebben. Ze halen water uit ontziltingsinstallaties waar zout water zoet wordt gemaakt. Dit zijn landen die zich al hebben aangepast aan hele hoge temperaturen.”

Wat de toekomst betreft is het in ieder geval duidelijk dat het vertrek Emiraten de OPEC kwetsbaarder heeft gemaakt. Als de rust rond Iran zou terugkeren, worden prijsschommelingen van olie waarschijnlijker – omdat het marktaandeel van OPEC kleiner is geworden.

Ook lijken de Emiraten andere landen te hebben geïnspireerd. Irak dreigde in juni met een vertrek uit de OPEC als het land geen hogere productiequota zou krijgen. Bovendien kondigde het land vorige week aan dubbel zoveel olie te willen gaan produceren, van 4 miljoen vaten vóór het conflict naar dagelijks 8 tot 10 miljoen vaten. Irak stuurde z’n ministers van Financiën en Olie naar Saoedi-Arabië om hiervoor te lobbyen.

Lees het hele artikel