Maak je zorgen over Duitse kernwapens

22 uren geleden 1

Europese landen steunen de illegale oorlog tegen Iran met het argument dat Iran geen nucleaire macht mag worden. Dat gebeurt zonder bewijs dat Iran ook daadwerkelijk op het punt stond een kernwapen te ontwikkelen. Donald Trump en Benjamin Netanyahu beweerden vorig jaar nota bene dat Irans nucleaire capaciteiten vernietigd waren bij Amerikaanse luchtaanvallen en in geen decennia een gevaar zouden vormen.

Intussen breiden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hun kernwapenarsenaal uit. En in Duitsland wordt inmiddels gespeculeerd over de vraag of het land niet zelf kernwapens moet hebben. Dat zou alarmbellen moeten doen afgaan. Maar kritiek op Duitse bewapening is er nauwelijks, en gezien de geschiedenis is dat verrassend.

Zelfs nu Amerika, in lijn met wat in Nederland misleidend de ‘naoorlogse’ periode heet, de ene na de andere oorlog begint, leidt Europa aan een geopolitiek stockholmsyndroom: het rouwt vooral om de Amerikaanse irrelevantieverklaring van Europa, terwijl het alleen Rusland en China als bedreigingen ziet. Commentatoren buitelen over elkaar heen met pleidooien voor autarkie. Europese bewapening staat daarbij voorop.

In Duitsland heeft dat geleid tot wat voormalig bondskanselier Scholz een Zeitenwende noemde. Zijn opvolger Merz herhaalde vorig jaar de ambitie die Scholz in 2022 al uitsprak maar toen nog niet kon financieren: Duitsland moet zo snel mogelijk de sterkste niet-nucleaire militaire macht in Europa worden.

Twintig keer Hiroshima

Recent is er ook ruimte ontstaan voor discussie over Duitse kernwapens. Zo’n nucleair arsenaal is nu niet mogelijk, aldus Merz, en dat ligt aan Duitslands participatie in het non-proliferatieverdrag (1968) en aan het verdrag dat bij Duitslands eenwording in 1990 met westerse landen en de Sovjet-Unie gesloten werd. Maar Merz is bereid te spreken over Duitse vliegtuigen die Franse bommen werpen. En het debat over Duitse atoomwapens is er, zo blijkt bijvoorbeeld uit een hoofdredactioneel commentaar van de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat tegen Merz ingaat en stelt dat Duitsland de nucleaire optie moet verkennen.

Binnen het Duitse leger gaan stemmen op voor een eigen nucleair arsenaal. Brigadegeneraal Frank Pieper, directeur van de Führungsakademie van de Bundeswehr, stelde begin dit jaar op LinkedIn dat Duitsland zo snel mogelijk „tactische kernwapens” nodig heeft. Even wat duidelijkheid over de retoriek: ‘tactische’ kernwapens, die de naam hebben ‘kleine’ atoombommen te zijn, hebben nog altijd tot wel twintig keer méér explosieve kracht dan de bom die Hiroshima vernietigde.

Piepers presenteerde zijn bericht als „persoonlijke mening”, maar de reacties erop – en zijn hoge positie – maken duidelijk dat atoomwapens in Duitsland genormaliseerd raken als optie. Pieper heeft dan ook bijval gekregen. Bijvoorbeeld van CDU-politicus en Bondsdaglid Roderich Kiesewetter. „Een staat die zichzelf wil kunnen verdedigen, moet ruimte creëren voor reflectie waarin ook het onwaarschijnlijke en het gevaarlijke overwogen worden”, aldus Kiesewetter.

Ondertussen zet Duitse regering al een koers in die past bij een atoomstrategie. De samenwerking met Frankrijk, met inzet van Duitse vliegtuigen, wordt besproken. En in 2025 tekende Duitsland een contract voor langeafstandsraketten met wapenfabrikant MBDA, en het neemt deel aan het European Long-Range Strike Approach (ELSA) initiatief, dat raketten met een bereik tot tweeduizend kilometer beoogt te produceren. Critici zijn er in Duitsland uiteraard ook, zoals Rolf Mützenich, fractievoorzitter van coalitiepartner SPD. Maar dat de discussie überhaupt wordt gevoerd, maakt de nucleaire optie denkbaar. En dat moet iedereen zorgen baren.

Anti-atoombeweging

Discussie over kernwapens in Duitsland is niet geheel nieuw. Konrad Adenauer wenste eind jaren vijftig atoomwapens voor West-Duitsland. Dat stuitte toen op het dreigement van de Amerikaanse president John F. Kennedy om troepen uit de Bondsrepubliek terug te trekken. Ook roerden de pacifistische en anti-atoombeweging zich. De huidige situatie is anders. De VS zullen Duitsland niet als Iran behandelen, en een sterke pacifistische of antimilitaristische beweging is afwezig, terwijl Europa zich in rap tempo verder aan het bewapenen is.

Het is juist die bewapening die nu ook de ruimte voor het eerder ondenkbare opent. Zelfs Joschka Fischer, een Duitse oud-minister van Buitenlandse Zaken met wortels in de pacifistische beweging van de jaren tachtig, pleit voor meer Europese kernwapens. Betekent dit dat we met realisme te maken hebben? Integendeel. Zoals Sterre van Buuren onlangs in deze krant helder uiteenzette, is kernbewapening volstrekt irrationeel en maken kernwapens de wereld onveiliger.

De laatste tijd komt het concept ‘nucleaire paraplu’ vaak voorbij. Maar er is geen paraplu die tegen nucleaire fall-out beschermt. Wat als verloren ‘veiligheidsgarantie’ gezien wordt – de Amerikaanse belofte zijn kernwapens in te zetten om Europa te verdedigen – kwam in feite neer op een rol van Europa als vazalstaat van een imperialistisch Amerika, wiens concurrentie met de Sovjet-Unie meermaals bijna tot een nucleaire holocaust leidde. Veiligheidsgaranties bestaan niet zonder dat die garantie aan iederéén gegeven wordt, en nucleaire bewapening is het exacte tegendeel daarvan.

Dat wordt extra urgent wanneer we de redenering van CDU-politicus Kiesewetter nader bezien. Bescherming van Duitsland door Frankrijk zou, zegt hij, onbetrouwbaar kunnen zijn omdat het Front National aan de macht zou kunnen komen. Maar hetzelfde geldt voor Duitsland, waar de neofascistische AfD de grootste partij zou kunnen worden. Wie in Europa enig historisch besef heeft, zou zich daarom zorgen moeten maken over de Duitse nucleaire bewapeningsambities.

Maar in Europa lijkt zich een bewustzijnsvernauwing voorgedaan te hebben: alleen Rusland kan als vijand gezien worden, en een historisch geïnformeerd langetermijnperspectief op andere gevaren, zoals een verschuivende machtsbalans binnen Europa, ontbreekt.

Kritiek op Europese bewapening betekent geenszins het bagatelliseren van Russische agressie. Wel moeten we ons afvragen wat de irrationaliteit van de nucleaire optie – Duits, Frans of anderszins – ons zegt over de redelijkheid van de conventionele bewapening. Als politieke leiders werkelijk veronderstellen dat het op een dag beter kan zijn al het leven op aarde te vernietigen dan een tijdelijk soevereiniteitsverlies te leiden, hoe serieus moeten we ze dan nemen als ze conventionele bewapening als normaalste zaak van de wereld presenteren?

Het is in Nederland normaal dat antimilitarisme honende reacties krijgt. Bas Heijne had het in deze krant intellectueel lichtzinnig over „zelfgenoegzame ‘Vrede!’-roepers op de linkerflank, voor wie de NAVO altijd het grootste kwaad zal blijven” – vier dagen voordat de VS meer dan honderdvijftig Iraanse meisjes bombardeerden en zes dagen voordat secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte over de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran stelde: „Het is heel belangrijk wat de VS hier doen.”

Anti-geopolitiek

Maar het bevragen van bewapening is juist wat een democratie nodig heeft om niet zelfgenoegzaam van conventionele bewapeningsdrift af te glijden richting het overwegen van nucleaire opties. We gaan dus beter te rade bij Günther Anders (1902-1992), de ‘filosoof van het atoomtijdperk’, die duidelijk maakte dat atoomwapens geen middelen zijn om doelen mee te bereiken, maar apparaten die ons richting de apocalyps leiden. En zoals Anders schreef in 1956: de „lievelingstruc” waarmee het gevaar van de atoombommen gebagatelliseerd wordt, is het voor „verrader” uitmaken van wie ervoor waarschuwt.

Iedereen die het privilege heeft beroepsmatig te mogen denken, heeft de verantwoordelijkheid kritisch te zijn op leiders die in een wilde bewapeningsdrift de grenzen van het acceptabele verder oprekken door ook een nucleaire holocaust statistisch in te calculeren. Het is de taak van het denken om te waken over de excessieve claims op het leven die van politieke macht uitgaan.

Wat in Europese geopolitieke discussies vergeten wordt, is het voorvoegsel ‘geo’. Dat staat voor de aarde, de dragende grond van al het leven. Zelfs het overwegen van een nucleair arsenaal is anti-geopolitiek, een vijandschap jegens de aarde en dus een gevaarlijke stupiditeit die bestreden moet worden.

Lees het hele artikel