Met lede ogen aanschouw ik de beslissing van het IOC om transgender en intersekse personen te weren van de Olympische Spelen. Er iets over schrijven is als je hoofd steken in een wespennest. Alles wat je zegt wordt gebruikt voor een agenda, je bent voor of je bent tegen – zelfs als je niet voor of tegen bent. Toch wil ik erover schrijven.
Lang vond ik het misschien niet zo’n slecht idee, de beslissing van het IOC, omdat we niet voor niets ooit besloten hebben de sport op te delen in twee categorieën: mannen en vrouwen. Als we maar één categorie zouden hanteren, speelden vrouwen geen enkele rol in de topsport, omdat mannen nu eenmaal sterker zijn.
Daarnaast hebben vrouwen eindeloos moeten strijden om een plek te krijgen. Decennialang was sport niets voor vrouwen – werd gezegd door mannen. Onze lijven zouden dat niet kunnen, het zou ons onvruchtbaar maken en het was onzedelijk bovendien.
Hoezo wordt de categorie ‘vrouw’ niet beschermd nu we er eindelijk mogen zijn, dacht ik jarenlang automatisch. Tegen mensen geboren met mannelijke geslachtskenmerken kunnen vrouwen toch nooit op?
Maar die reflex ben ik al lang voorbij. Deze krant toonde afgelopen week nog eens goed aan dat het verschil tussen man en vrouw diffuus is, en dat intersekse of transgender zijn niet doorslaggevend is voor prestaties in de topsport. Er zijn veel meer factoren die een rol spelen.
Waar ik me in de weerstand die ik voelde vooral door heb laten leiden, is niet door de angst dat mensen met mannelijke geslachtskenmerken de vrouwentopsport wezenlijk zouden veranderen – het gaat om zo weinig personen, en bovendien heb ik met een transgender ploeggenoot met eigen ogen gezien dat het zo niet in elkaar zit. Ik heb me laten leiden door de geschiedenis van verdrukking van de vrouw die óók aan sport wil doen.
Wat me waanzinnig stoort is dat het weer vrouwen zijn die in de verdrukking komen door deze maatregel. Vrouwen moeten een mening vormen, vóór of tegen andere vrouwen – en mannen blijft dit debat bespaard, want het gaat niet over hen. Mannen gebruiken de vrouw in de sport wél voor hun agenda – dat het IOC Trumps politiek van uitsluiting in de kaart speelt is de pijnlijkste uitwas daarvan.
Dit is geen kwestie van voor of tegen. Dit is een kwestie van mensen, van wie er wel of niet mag zijn.
Maar dit is geen kwestie van voor of tegen. Dit is een kwestie van mensen, van wie er wel of niet mag zijn. Het is verschrikkelijk dat alle vrouwen die naar de Spelen gaan nu moeten bewijzen dat ze vrouw zijn. Ik wil me niet eens voorstellen hoe het moet voelen zo’n test te doen, waarvan de uitslag zomaar kan zijn dat je „niet helemaal vrouw bent” – wat je tot dan toe niet wist.
Maar misschien nog erger is het narratief dat nu ontstaat. Want reken maar dat dit doorsijpelt naar de breedtesport. Naar hoe er wordt gepraat en gekeken naar intersekse of transgender personen die gewoon willen meedoen om zich fit te voelen, beter en sterker in hun lijf.
Mannensport staat nooit ter discussie, en vrouwensport altijd. Decennialang ging het erover óf we er mochten zijn; hóe we er mogen zijn is daar nu aan toegevoegd. Ik weiger daaraan mee te doen, aan het tegen elkaar opzetten en onderling uitspelen van vrouwen, en ik hoop vurig dat vrouwen in de topsport juist nu pal gaan en blijven staan voor elkaar.







/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/08121223/080426VER_2032862495_knoops.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)

English (US) ·