Marjolein Moorman: ‘Ik ben niet vies van macht. Die hebben we nodig om onze idealen te verwezenlijken’

1 uur geleden 1

Tweede Kamerlid Marjolein Moorman had, zoals zo vaak, een keer een groep vrouwen uitgenodigd voor een gesprek. Het gebeurde enkele jaren geleden, ze was nog wethouder in Amsterdam en ze ging over schuldhulpverlening. Om haar heen zaten moeders die te maken hadden met schulden. Er was in de groep „meteen ontzettend veel emotie”, zegt Moorman. „De tissues kwamen op tafel toen ze vertelden over hun ervaringen.”

Moorman „luisterde aandachtig”, herinnert ze zich, en een gedachte vormde zich in haar hoofd: waarom vertelt ze niet over háár ervaringen? „En meteen een gedachte erachteraan, hè? Kan ik dat wel maken? Voor mij ligt het in het verleden, terwijl zij er elke dag mee te maken krijgen. Aan de andere kant voelde het ook oneerlijk, dat zij zo open zijn en ik zelf niets vertel.” In de beslotenheid van die bijeenkomst vertelde Moorman wat zij had meegemaakt. Hoe schulden en financiële onzekerheid haar leven hadden beheerst toen ze nog jong was. Hoe die problemen van toen nog steeds een rol in haar leven spelen. „En ik zag meteen dat het ook wat met hen deed.”

Wat deed het met hen?

„Ik voelde een onderling besef dat we dichter bij elkaar stonden dan het op het eerste gezicht lijkt. Dat we gewoon allemaal mensen zijn die zoiets kan overkomen. En de schaamte. Er is zoveel schaamte rondom schulden.”

En die schaamte had u ook gevoeld?

„Ja, zeker voelde ik die.”

Dit was de eerste keer dat u erover praatte?

„Buiten mijn eigen familie, dan. En de mensen aan die tafel schrokken ook best wel. Want ik was toch de wéthouder. Raar hè?” 

Marjolein Moorman (1974) verliet het Amsterdamse stadsbestuur in oktober vorig jaar. Ze werd met ruim 150.000 voorkeursstemmen gekozen tot Tweede Kamerlid van GroenLinks-PvdA, straks Progressief Nederland, kort gezegd Pro. Op een congres in Den Bosch stemmen de leden deze zaterdag formeel in met de fusie. Toen Frans Timmermans op de verkiezingsavond aftrad, werd net als twee jaar eerder haar naam genoemd als mogelijke nieuwe leider van de fusiepartij. Maar ze was geen kandidaat, zei ze, waarop Jesse Klaver, voormalig leider van GroenLinks, de fractie en partij ging leiden. Moorman, met een PvdA-achtergrond, werd vicefractievoorzitter. 

In de Tweede Kamer voert Moorman onder meer het woord over onderwijs, emancipatie en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, dat wijken met grote problemen moet helpen. Ook is ze nauw betrokken bij de aanstaande partijfusie. „Eindelijk mogen we Progressief Nederland gaan heten”, zegt ze, in een fractiekamer in de Tweede Kamer. 

Hoe is de nieuwe naam eigenlijk ontstaan?

„Jesse en ik hebben na de verkiezingen heel erg samen opgetrokken. We hebben er ook onderzoek naar laten doen. We wilden ten eerste van die hele lange naam af, GroenLinks-PvdA. En we vroegen ons af: wat verbindt onze geschiedenis met een toekomstbeeld? We staan in een lange traditie, met de vakbeweging, de strijd voor gelijke rechten voor vrouwen. Maar we wilden ook iets dat toekomstgericht is. Geestverwante politici als Bernie Sanders of Alexandria Ocasio-Cortez noemen zichzelf progressive. Daarbuiten is progressieve politiek ook een houding, een mentaliteit. Als iets niet rechtvaardig is of ongelijk, dat je dan iets doet, de barricade op gaat. Nou ja, zo zaten we er ook met elkaar over te praten.”

Waarom zijn andere opties, zoals Vooruit of Rood-Groen, eigenlijk afgevallen?

„Die zijn wel voorbijgekomen. Maar een nieuwe naam moet niet te veel in het verleden hangen. Wat ik grappig vind: alle kritiek is voorbijgekomen. Sommige mensen vinden Progressief Nederland te ouderwets. Anderen weer te modern. Sommigen vinden het te rood. Anderen vinden het te groen. En ja, het woord rood zit er niet in. En groen niet. En arbeid niet. En links niet. Het kan niet allemaal in een naam. Al zijn we het wel allemaal.”

Ook uw man, Harmen, twijfelde aan de naam, vertelde hij in uw gezamenlijke podcast.

„Hij moest eraan wennen, ja. Maar ik moest er zelf óók aan wennen.”

Waar zat hem dat in? 

„Omdat je ook iets loslaat. We hebben een lange geschiedenis als sociaal-democraten. Ik was overtuigd lid van de PvdA, ik moet ook iets achterlaten om vooruit te gaan.” 

U zei laatst in een lezing: ‘Als sociaal-democraten hebben we ons laten verleiden tot kwartetten met onze idealen in ruil voor macht.’

„Ja.”

Zit achter deze fusie niet ook een streven naar meer macht? 

„Ik ben niet vies van macht. Die hebben we nodig om onze idealen te verwezenlijken. Maar ik doelde op de jaren negentig, toen we veel te veel aan de markt hebben toegegeven voor de macht. Toen leek dat nog een goed idee.”

De PvdA geloofde in die tijd ook heilig in de Derde Weg, met veel meer ruimte voor de markt. 

„Ja, maar dat was niet alleen een verkeerde ideologische keuze, het was ook ingegeven door machtsdenken. Mijn waarschuwing nu is vooral: laat het idee van macht ons niet verblinden voor onze idealen.”

U bent recent nog bij Gerdi Verbeet langs geweest, die uit onvrede met de fusie haar lidmaatschap heeft opgezegd.  

„Ik ken Gerdi al heel erg lang. Ik heb haar nog een speldje gegeven omdat ze vijftig jaar lid van de PvdA was. We hebben nog steeds heel regelmatig contact.”

Begrijpt u dat ze geen lid meer wil zijn? 

„Jawel. Maar ik ben het niet met haar eens. Ik ben helemaal niet bang dat onze sociaal-democratische idealen verloren gaan. Sterker: ik ben er elke dag mee bezig dat die niet verloren gaan. Ik ben niet veranderd.”

Aan partijleden heeft Marjolein Moorman vaak iets uit te leggen: ze groeide op in Wassenaar, een VVD-bolwerk. Op een politiek café in Groningen wordt ze begin juni ingeleid met de woorden: „Marjolein Moorman schreef het boek Rood in Wageningen. Ik bedoel: Wassenaar!”

Haar jeugd was verre van elitair. „Mijn ouders kwamen uit klassieke arbeidersgezinnen. We hadden geen auto, we gingen niet op vakantie in de zomer. We fietsten één keer per jaar naar Texel en dat was geweldig. In Wassenaar had je de kakkers en de alternatievelingen. En die waren natuurlijk veel leuker, daar hoorden wij bij. Wij deden de schoolkrant en het schooltoneel, alle creativiteit zat bij ons. Maar wij, mijn jongere broers en ik, hadden geen keuze.”

Jullie konden geen kakker worden? 

„Wij hadden aan onze kant van het schoolplein ook kinderen uit rijkere gezinnen. Maar andersom kon het helemaal niet.”

Welke les trok u daaruit?

„Geld is vrijheid, hè? Als je geld hebt, kun je zelf de keuzes maken. Maar als je het niet hebt, dan is die vrijheid er niet.”

„Mijn man heeft op een gegeven moment zijn baan verloren. En ik raak dan in de stress. Hij niet”

Haar vader overleed onverwacht toen ze eerstejaars student was. Hij kreeg een hersenbloeding op de tennisbaan. Haar moeder overleed vijf jaar later. Ze leed aan ongeneeslijke alvleesklierkanker en lag in het ziekenhuis. Moorman hielp haar moeder uit bed, maar ze verloor het bewustzijn. Haar moeder overleed ter plekke door een grote aortascheuring. Naast het verdriet betekende deze gebeurtenis nog iets: Moorman en haar broers erfden een schuld van ongeveer honderdduizend gulden. „Het hoort bij mijn leven”, zegt ze daar nu over. „En het is allemaal heel goed gekomen met ons drieën. Ik leef inmiddels langer dan mijn ouders hebben gedaan.”

Was u zich daar bewust van?

„Ik wist precies, 48 jaar plus zoveel dagen, op welke dag ik mijn vader zou overleven. Toen heb ik een groot feest gegeven. Omdat ik er toch bij stil wilde staan. Zo van: ik krijg nu meer tijd dan mijn vader ooit heeft gekregen. Hij heeft niet de tijd gekregen om zijn schulden af te lossen. Mijn moeder ook niet. Zij is overleden in het besef dat ze haar kinderen niet alleen achterliet met verdriet, maar ook nog met een financiële schuld.” 

In de Spiekmanlezing op 1 mei had Marjolein Moorman het over de gevaren van de ‘stress-samenleving’. Mensen staan onder steeds grotere druk, zei ze, om zich staande te houden. „Wel of geen betaalbaar huis, wel of geen inkomen waar je van rond kan komen, wel of niet een diploma waarmee je verder komt.” Tegelijk, zei ze, wordt mensen aangepraat dat succes of falen het gevolg zijn van hun eigen keuzes. 

Stress speelde ook in het leven van uw vader een grote rol.  

„Het is in ieder geval niet goed voor zijn gezondheid geweest. Bij ons thuis was er vaak financiële stress. Ze maakten er vaak ruzie over toen ze nog bij elkaar waren.” 

Verklaart dat uw gevoeligheid voor dit onderwerp?

„Misschien. Ik heb er jaren niet over gesproken. Maar ik heb wel een enorme gevoeligheid voor financiële problemen. Dat weet mijn man bijvoorbeeld ook. Hij heeft op een gegeven moment zijn baan verloren. En ik raak dan in de stress. Hij niet. Maar ík wel. Terwijl: het was helemaal niet nodig. We redden het wel. De emotie van geen geld hebben, die herken ik gewoon heel erg goed. Er is veel onderzoek naar gedaan. Je hebt gewoon minder hersencapaciteit door de stress. En je maakt daardoor soms ook verkeerde keuzes.”

Hoe merkte u dat? 

„Mijn ouders hebben nooit onbezonnen uitgaven gedaan. Waren niet verslaafd. Leefden zuinig. Maar ze hadden vaak ruzie over geld. Het was een van de redenen waarom ze uit elkaar gingen, en daardoor werden de financiële problemen nog groter. Ik denk dat veel mensen dat herkennen. Financiële stress gaat in de basis over je bestaan. Toen mijn dochter superklein was, drie jaar of zo, zei ze een keer, toen het over de wereld ging: mama, alles draait om geld. Die had het niet van een vreemde, denk ik dan.”

Kan dat gevoel van toen verdwijnen? Of draagt u dat altijd met zich mee?

„Dat blijft altijd bij je. Als je kinderen krijgt, als je je partner ontmoet. Ja, ik merk zelfs nu dat ik dat…” 

Ze schiet vol en valt stil. Daarna zegt ze, nog altijd geëmotioneerd: „Ik word gewoon heel boos als mensen zeggen dat pech je eigen schuld is. Dat vind ik echt… Ik snap zo goed dat mensen hun vertrouwen in de overheid kwijtraken als ze niet geholpen worden. Dus zie ik het als mijn opdracht, en misschien klinkt dat wel veel te groot hoor, om daar iets aan te doen.”

„Ik word gewoon heel boos als mensen zeggen dat pech je eigen schuld is”

Door middel van geluk kwamen Marjolein Moorman en haar broers uit de financiële problemen. Haar moeder had personeelsopties op aandelen van haar werkgever vastgezet, en die bleken veel in waarde te zijn gestegen. Toen die een paar jaar later vrijkwamen, kon de schuld ineens worden afgelost. „En de bank heeft ons heel erg geholpen met een coulante afbetalingsregeling. Misschien dachten ze, omdat we jong waren en diploma’s hadden: die komen er wel uit. Dat was mijn mazzel, onze mazzel. Anderen hebben die mazzel niet.”

Foto Merlijn Doomernik

Kwetsbare wijken

Op een vrijdagmiddag, een paar dagen voor het gesprek, zit Marjolein Moorman aan een lange, lage tafel op basisschool Bisschop Bekkers in Groningen-Noord. Er liggen plakken Groninger Koek, er is linzensoep, en de bisschop kijkt glimlachend op een portret toe hoe zo’n vijftien bewoners en hulpverleners praten over de problemen in de wijk De Hoogte. Die wijk ligt verderop, maar daar is geen school. 

Een kwart van de kinderen in De Hoogte leeft in armoede, vertellen ze, de criminaliteit en werkloosheid zijn hoog. Sinds een paar jaar valt De Hoogte onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, dat deel uitmaakt van Moormans portefeuille als Kamerlid. 

De aanwezigen, bijna allemaal vrouwen, vertellen verhalen over gordijnen die altijd dicht zijn, buurtbewoners die alleen ’s avonds de deur uitgaan, een vechtpartij. En ze vertellen dat het diepe wantrouwen in de overheid niet zomaar wordt weggenomen met een kantoor van de dienst Werk en Participatie in de wijk. Bewoner Chermaine Darius zegt: „Er is zo veel angst. Inwoners durven daar niet naar binnen te stappen.” 

„Omdat ze niet in beeld van de gemeente willen komen?”, vraagt Moorman. 

Darius: „Ze zijn bang dat ze op hun uitkering gekort worden.”

Moorman knikt en zegt: „Ik denk dat mensen soms gewoon interventiemoe worden.” 

Dat woord, interventiemoe, blijft hangen. Het was juist Marjolein Moorman die als wethouder in Amsterdam ook geloofde in een sterk optredende overheid. Het was de plek waar ze, zegt ze zelf, „maximaal mijn positie wilde benutten”. „Ik ging als wethouder formeel over veel minder dan wat ik eigenlijk deed.”

Is ze hierin veranderd? Ze zegt, een paar dagen later in Den Haag: „Ik snap de mensen wel. Zij kennen hun wijk het allerbeste, zij weten wat er nodig is. Die zijn wel klaar met zo’n bataljon ambtenaren dat binnen komt stormen en het beter weet.” 

Maar voelt u zich als sociaal-democraat op zo’n moment ook aangesproken? Dit zijn geen vergeten mensen, integendeel. Er is eindeloos beleid op ze gevoerd. 

„Ook toen ik wethouder was, wilde ik nooit de verdediger van het systeem zijn. Ambtenaren doen hun best en willen echt wel zorgen dat het beter wordt voor mensen. Maar beleid moet wel aansluiten bij de leefwereld van mensen zelf. En voor je het weet, creëer je iets dat alleen nog maar draait om het systeem zelf. Dat hebben we gruwelijk fout zien gaan met het toeslagenschandaal.” 

Heeft u zich daar achteraf op verkeken?

„Nou, nee, ik vind nog steeds: we moeten ervoor zorgen dat alle kinderen goed onderwijs krijgen. Dat mensen die in armoede leven, worden geholpen, dat het leven makkelijker wordt. Daar is een overheid voor nodig. Maar wel een góéde overheid.”

Hoe ziet u uw toekomst in Den Haag? U was in het verleden open over uw ambitie voor de verkiezingen van 2023.

„Nou, mijn ambitie? Ik werd gewoon gevraagd.” 

De top van de PvdA had Moorman eind 2022 gepolst voor het leiderschap van de nieuwe partij. Moorman, die „niet meteen stond te springen”, zegde toe. „Ik heb er heel lang over nagedacht en gepraat. Met mijn man, mijn kinderen, mijn beste vrienden. Uiteindelijk heb ik besloten om te zeggen: oké, als jullie dan echt die vraag aan mij stellen, dan ben ik bereid om dat te doen. Ambitie is gericht op het bereiken van mijn idealen. Niet op een bepaalde plek.” 

In juli 2023 werd niet u maar Frans Timmermans aangewezen als lijsttrekker. Toen moest u weer aan dat idee wennen.

„Ja, natuurlijk. Maar het voordeel was wel: ik mocht door met mijn werk als wethouder, waar ik heel erg veel van hield. Dus ik verloor helemaal niks. En ik snapte de keuze ook ontzettend goed. Ik begreep de ratio helemaal.”

In het boek Een links verhaal van Coen van de Ven staat dat Timmermans u sindsdien met argusogen bekeek.

„Zo heb ik dat niet ervaren. Ik zat in Amsterdam. Hij deed zijn ding in Den Haag. Ik had gewoon het gevoel dat wij met elkaar aan het samenwerken waren.”

Van de Ven beschrijft een pizza-avond in het huis van burgemeester Femke Halsema waar u niet bij mocht zijn, omdat Timmermans dat ‘te bedreigend’ zou hebben gevonden. 

„Ik was daar niet, nee. Ik wist ook niet dat het was. Want ik was niet uitgenodigd. Ik heb er geen last van gehad. Ik wil heel graag bijdragen. Dat is mijn drijfveer. Dus nou ja, je hoeft mij niet te wantrouwen.”

Jesse Klaver is nu partijleider. Maar wat zegt u als de vraag over het leiderschap opnieuw gesteld wordt?

„Dan zou mijn afweging zijn: haalt zo’n stap onze idealen dichterbij? Dus los van alle ego’s, alle poppetjes. Daar gaat het niet om.”

En als het antwoord daarop ‘ja’ is? 

„Dan kan mijn antwoord ook ja zijn. En anders niet. Die afweging hoef ik nu nog helemaal niet te maken. Het feit dat het de vorige keer misschien een goed idee was, betekent niet dat het de volgende keer weer een goed idee is. Of wel.”

Lees het hele artikel